Er zijn geen dingen die niet bestaan

2010-04-30
  • Jaargang 54
  • nummer 9
Toen twee van mijn kinderen op de middelbare school filosofie als eindexamenvak namen, had ik de gelegenheid om de boeken te lezen die voor dat vak als examencahier worden opgegeven. Met name Van Tongeren over deugden in de ethiek en Achterhuis over utopieën in de sociale filosofie. Wat een moeilijke boeken! Voor iemand die filosofie gestudeerd heeft, valt het al niet mee de stof en de strekking van die bundels te vatten. Laat staan voor een middelbare scholier. Ik snap dat zulke bundels rijk aan inhoud moeten zijn, maar het is de vraag of ze reclame maken voor het vak.
René van Woudenberg, hoogleraar filosofie aan de Vrije Universiteit, bewijst ons dan ook een grote dienst met zijn boekje Er zijn geen dingen die niet bestaan. Het bevat de columns die hij voor het dagblad Trouw schreef. Die columns waren per definitie kort en gingen altijd op zoek naar helderheid over slechts één vraag of probleem tegelijk.
Terecht stelt Van Woudenberg in zijn inleiding dat wie wil weten wat filosofie is, er goed aan doet om filosofie in actie te zien en vervolgens zelf mee te doen. Met deze bundel beoogt hij de lezer een kijkje te geven in de keuken waar aan filosofie gedaan wordt. Het lijkt mij dat dit inderdaad de beste manier is om iemand gevoel te geven voor het soort onderwerpen waar de filosoof zich mee bezighoudt, voor de manier waarop hij (of zij) dat doet en… voor de lol ervan. Als ik docent filosofie op een middelbare school was, zou ik deze bundel onmiddellijk gebruiken als lesmateriaal.

2 + 2 = 5
Met een reeks eenvoudige voorbeelden en scherpe vragen laat Van Woudenberg zien hoe de filosoof verder gaat waar de vanzelfsprekendheid van alledaagse ervaringen wordt doorbroken. Zo kunnen we bijvoorbeeld zeggen: ‘Je had dat verhaal van hem nooit mogen geloven. Je had beter moeten weten.’ Maar we zeggen ook dat het niet van onze wilsbesluiten afhangt wat we geloven. Je kunt nu eenmaal niet besluiten te geloven dat 2 + 2 niet 4 maar 5 is. Van Woudenberg laat zien dat er voor filosofen belangrijke vragen vastzitten aan zo’n mogelijk onopgemerkte tegenstelling. Op andere punten helpt hij weer slordige redeneringen of beweringen te ontmaskeren, bijvoorbeeld dat de waarheid relatief is of dat iets ‘waar maar niet echt gebeurd’ zou kunnen zijn.

Filosofisch denken
Van Woudenberg laat in zijn boek niet alleen een staaltje zien van een bepaald soort filosofie (namelijk analytische), maar hij geeft ook een specifiek soort inleiding in de filosofie. Wie een historisch overzicht verwacht of een systematische indeling van filosofische subdisciplines of stromingen, is hier aan het verkeerde adres. Die worden nauwelijks genoemd. Van Woudenberg begint bij het begin: welke vragen en problemen kunnen zoal aanleiding geven tot filosofisch denken? Misschien is het dan later zinvol om eens te gaan kijken wat deze of gene filosoof daarover gezegd heeft. Maar in principe kan het iedereen overkomen, dat filosofisch denken.

Toch te academisch?
Aan het eind maakt Van Woudenberg het zichzelf volgens mij een beetje lastig. Hij wil de filosofie graag benaderen als iets alledaags, maar tegelijk ook als een tak van de wetenschap. Sterker nog, hij spreekt aan het slot van het boek over de aard en het nut van de filosofie in termen van het bestaansrecht van zijn discipline. Hij is per slot van rekening academicus.
Ik begrijp dat hij zijn reeks korte vingeroefeningen zo van een samenvattend kader wil voorzien. Maar dat maakt het geheel zo gecompliceerd dat de vraag naar de aard en het nut van de filosofie zijn alledaagsheid verliest en de beginnende lezer van deze bundel vermoedelijk niet helpt.

Geen schaamte
Wat ik een aantrekkelijke kant van Van Woudenbergs werk vind, is dat hij zich als filosoof niet voor zijn christelijke geloof schaamt. Hij verontschuldigt zich er niet voor, hij probeert het niet te rechtvaardigen.
Hij gaat er gewoon vanuit dat als zijn christelijke wereldbeeld iets zinvols over een filosofisch onderwerp bij te dragen heeft, dat hij dat dan te berde mag brengen. Als iemand anders het anders ziet, dan hoort hij het wel. En hoe kan het ook anders? Maar dan wel graag met heldere beweringen en goede argumenten, zoals hij zelf ook doet.

Woudenberg, R. van (2009), Er zijn geen dingen die niet bestaan. Wat is filosofie en wat heb je er aan? Buijten & Schipperheijn, Amsterdam. 128 p. € 15,-.

Bart Cusveller is lector Verpleegkundige beroepsethiek aan de Christelijke Hogeschool Ede en lid van de NGK Ede.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief