Leven!

2010-04-30
  • Jaargang 54
  • nummer 9

Leven, wat is leven? Leven is vertrouwen, schrijft Miriam de Rooij. Jezus is het leven, schrijft Koos Veefkind. Het eerste deel van een serie tweeluiken over Bijbelse grondwoorden in de ogen van een theoloog en een niet-theoloog.


‘Leven: een dagelijkse les in vertrouwen’

De vierjarige kleuter vliegt door de openstaande poort de tuin. Tegen een paar bakstenen. Het fietsje stuitert terug en kantelt. Het meisje ligt in de lavendel. Ze mompelt oei, wrijft over haar vieze broek en voelt dan in haar mond. De tanden die ze had, zitten er nog, meldt ze over haar schouder. Dat controleert ze na elke valpartij sinds ze een half jaar geleden haar voortanden bij de glijbaan in het zwembad is verloren (‘eigenlijk pas echt bij de dokter, daar heb ik ze ergens neergelegd’). Dan sjort ze het fietsje uit de struik. Speurend kijkt ze om zich heen terwijl ze over een rode plek op haar wang veegt. Ze raapt een bierdop, een sigarettenpeuk, drie steentjes en een verkreukelde bloem op. Behoedzaam legt ze alles weer in het mandje.
Zo. Haar oog valt op een paar geknakte lavendeltakjes. Nog in de knop. Ze worden definitief van de moederplant losgemaakt en aan de andere schatten toegevoegd. Uit volle borst antwoordt ze een buurkind dat ze komt. Onvoorstelbaar veel geluid komt er uit dat tengere lijfje.
Even staat ze stil. Een diepe zucht. Vol energie en vertrouwen. Klaar voor nieuwe vondsten, ontmoetingen en avonturen. En nieuwe salto’s en valpartijen.
Op haar weg schampt ze het schuurmuurtje en daarna de kliko. ‘Oei. Pardon.’ Ze laat zich niet remmen. Het leven roept.

Ik zucht ook. Om dit niet te stuiten leven. En om dat van haar broers en zus, haar vader, haar neefjes, nichtjes, grootouders, ooms en tantes, vrienden en vriendinnen. Een rijkdom die een diep gevoeld geluk meebrengt, en evenredig veel zorg en ja, ook angst. Om aangeboren defecten, opgelopen kwetsuren en blutsen die nog komen gaan.
De angst om al dat liefs en dierbaars is de afgelopen jaren onder de huid gekropen.
Niet alleen aan de rand van grafjes en graven en tijdens lange nachten in een kinderziekenhuis. Ook aan de rand van het bedje van de peuter, die in een wolk van zeep, rozige tevredenheid en vochtige, blonde krulletjes in slaap valt. Of aan de keukentafel waar een puber licht geeft van geluk en meedeelt dat hij verliefd is. Of aan het strand, waar een stralende grootvader zijn complete en levendige kleinkinderenschaar overziet en tevreden vaststelt dat het behalve een rijke zegen ook een drukke zegen is.
Zo broos. Zo kwetsbaar.
Ik sluit mijn ogen en voel de zon op mijn gezicht. Ik ruik de lavendel, hoor een vogel. En de schreeuw van een kind. Een fractie later, oef, het volle geschater van datzelfde kind dat tussen de muren schalt.
Leven is vertrouwen. Een dagelijkse les in vertrouwen. Op Hem die leven geeft en leven neemt. Op Hem die Leven is.

Miriam de Rooij is moeder, journaliste en oud-redactielid van Opbouw.


‘Leven: dat we het goed hebben’

Ik ben bang in het donker, 's avonds ga ik nooit door het park. Dan hang ik liever met een hapje en een drankje voor de tv.
Ik ben bijgelovig, ik zal nooit onder een ladder door lopen. Maar daag je me uit, voor bungeejumping bijvoorbeeld?
Zeg maar waar en wanneer, dan ben ik van de partij.
Of met een ballon de wereld rond, je dromen uitleven? Als je dat echt wilt, is het leven best leuk. Met dit liedje veroverde zangeres Des’ree een jaar of tien geleden in één klap half Europa.
Leven, o ja leven: doe het!

Hier is niks mis mee, hier ben je voor gemaakt. Je bent niet gemaakt om dood te gaan. Het is de duivel die je levenslang doodsangst aanjaagt. Maar je bent gemaakt om te leven en om van het leven te genieten. 'Geluk, geluk, allemaal geluk, keep smiling, de hemel geeft, wie vangt die heeft, allemaal geluk!' zong Toon Hermans al.

Leven is 'dat we het goed hebben', heb ik van professor Jager geleerd. En daar zit alles in. Dat we het goed hebben met onszelf. Met elkaar, als mensen en volken. Met de dieren, vergeet de dieren niet. Met de planten en dingen, denk aan het milieu. En ook dat we het goed doen, met alles en iedereen.
Dat lees je toch in Genesis: God zag dat het goed was. Dat zei Hij toch in het begin: 'Wat goed!' Dit maakte het paradijs tot een paradijs. En dat maakt de nieuwe wereld tot een nieuwe wereld. Niet een andere wereld, maar een wereld die anders is – namelijk goed! Vol leven! Life, oh life!

Jezus is het leven. Zelf hééft hij leven en aan de mensen gééft hij leven. Leven in de zin van: God en mensen liefhebben, met woorden en metterdaad. Jezus bezorgt ons weer een Vader in de hemel en zusters/broeders op de aarde. Jezus geeft mens en dier, plant en ding weer deel van het leven. Het leven dat Des'ree leuk vindt: een toastje eten, het laat-avond-nieuws kijken, het er met iemand op wagen, in een ballon rond de wereld varen. Het leven dat jou gelukkig maakt en waarmee jij anderen gelukkig maakt. De hemel geeft, wie vangt die heeft, allemaal geluk. Dit gelukkige leven zit in Jezus.
Het zit in wat hij doet: maakt wijn van water op een bruiloft; geneest een verlamde, een blinde; geeft 5000 mensen te eten; maakt een dode vriend weer levend; staat zelf op uit de dood!
In wat hij zegt: spreekt met mannen en vrouwen, gewoon en geletterd; pelt hen los uit hun oude structuren en zet hen neer in een nieuwe, oeroude manier van leven. In wat hij geeft: zichzelf als het lam van God dat de zonde van de mensheid wegdraagt.
In wat hij vraagt: vertrouw op hem en heb deel van het leven, nú en dán.
Hij, vol leven: all-in-redding.

Toen Gandhi vermoord was, zei Nehru: 'Het licht is uit ons leven verdwenen, duisternis heerst alom.' Later noemde hij de léér van Gandhi 'het licht van de wereld: de mens is gegaan, zijn woorden zijn gebleven'.
Toen hij werd neergeschoten, moet Gandhi gefluisterd hebben: 'O God...'.
Want Jezus is het leven, en zijn leven is het licht voor de mensen.
Leven, o ja leven: doe het!
O Jezus, o Meester!

Ds. Koos Veefkind is emerituspredikant te Amersfoort.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief