De doden zullen herrijzen!
2010-04-30
Als je bij het graf van een geliefde staat, durf je misschien nog te denken aan de opstanding uit de doden. Maar als je foto’s ziet van een massagraf, dat herinnert aan een concentratiekamp of een etnische ‘zuivering’... Zo’n eindeloze wirwar van schedels en botten... God zegt via Ezechiël: ‘Beenderen, ik ga jullie adem geven zodat jullie tot leven komen.’ - Jaargang 54
- nummer 9
Eigenlijk wel mooi, zoals Ezechiël de vraag gewoon bij God teruglegt, als de profeet uitkijkt over een dal dat vol ligt met skeletten en botten en de Heer hem vraagt: ‘Mensenkind, kunnen deze beenderen weer tot leven komen?’ Mooi toch, dat Ezechiël op die vraag van de Heer niet meer zegt dan: ‘Heer, mijn God, dat weet U alleen.’
Dood is dood
Bij de dood is een mens uitgepraat. Dood is dood. Wil er voor een dode nog hoop zijn, dan zal dat van God moeten komen. Dat is als je leeft ook al zo. Ook als je leeft, zul je het bij God moeten zoeken, wil er werkelijk perspectief in je leven komen. Maar de dood drukt je eens en voorgoed met de neus op de feiten. Bij mensen is het onmogelijk om aan de dood te ontkomen.
Zo uitzichtloos hebben de discipelen de dood van Jezus ook ervaren. Hun leermeester was dood en het verhaal was uit. Als de Heer ze had gevraagd ‘Wat denk je Petrus, zal deze dode herrijzen?’, dan was het al heel wat geweest als Petrus had gezegd: ‘Heer, mijn God, dat weet U alleen’.
Maar dan komt toch die gigantische omwenteling. Petrus schrijft het later in zijn brief: ‘Geprezen zij de God en Vader van onze Heer Jezus Christus: in zijn grote barmhartigheid heeft hij ons opnieuw geboren doen worden
door de opstanding van Jezus Christus uit de dood.’
Prototype
Een visioen van een profeet en het getuigenis van apostelen. De profeet zag de verrijzenis van een niet te tellen schare eeuwen voordat de Opgestane verscheen aan zijn leerlingen. Bijzonder om te merken dat het visioen van de profeet en de boodschap van de apostelen elkaar zo versterken. Dat de apostolische boodschap van Jezus’ opstanding duidelijk maakt dat het visioen van de profeet geen droom was.
Maar ook andersom: dat het visioen van Ezechiël boodschapt dat God het niet bij de opstanding van één mens zal laten. Zoals de apostelen dat na Pinksteren ook steeds verkondigen: dat Jezus de eerstgeborene uit de doden is. Jezus als prototype. ‘Waar Hij, ons hoofd, is voorgegaan, is voor het lichaam nu vrij baan naar een bestaan volkomen’ (Gezang 210).
Niet narekenen
Het visioen van Ezechiël is echt voor de momenten dat het beeld van die dagelijks groeiende rij graven je te veel wordt. Dan heeft het wat om over de schouder van Ezechiël mee te kijken en te zien dat niet één dode herleeft, maar velen. Als was het een nieuwe schepping, want het zijn verspreide botten dor en doods en meer niet. Stof van de aarde. Zoals God helemaal in het begin de eerste mens formeerde. In die trant gaat het hier ook. En als ze allemaal op hun benen staan, zie je pas hoeveel het er zijn. De schare die niemand tellen kan. En zo is het ook: je kunt God niet narekenen, in geen enkel opzicht.
Skeletten
Ezechiëls visioen heeft niet alleen een versterkende werking op de verkonding van Jezus’ opstanding, het helpt ook om de rijke schakeringen ervan te zien. Wat opvalt in Ezechiël 37 is dat het werk van de Heer zo in fases verloopt. Eerst de botten, die elkaar vinden wanneer een goddelijke kracht over dat dorre veld heenblaast. En in een volgend moment het vlees en de spieren, die zich om de skeletten voegen. En dan de huid.
Maar vervolgens blijft het dodelijk stil.‘ Ademen deden ze nog niet’, zo lees je. Terwijl Ezechiël in naam van de Heer toch had geprofeteerd: ‘Dit zegt God, de HEER: Beenderen, ik ga jullie adem geven zodat jullie tot leven komen. Ik zal jullie pezen geven, vlees op jullie laten groeien en jullie met huid overtrekken. Ik zal jullie adem geven zodat jullie tot leven komen, en jullie zullen beseffen dat ik de HEER ben.’ Maar na een eerste fase van herstel gaat het niet verder zonder een levenwekkende impuls van God zelf. ‘Dit zegt God, de HEER: Kom uit de vier windstreken, wind, en blaas in deze doden, zodat ze weer gaan leven.’ Kom, Schepper, Geest!
Opstandingslicht
Het visioen van de profeet opent dus de ogen voor de schakeringen in Gods reddingswerk.
Jezus als eerste, als een goddelijk vooruitgrijpen op de opstanding van de jongste dag. Als de graven openbreken!
Maar Jezus werd vooruitgeroepen, eersteling van de doden. Pas op de jongste dag volgen de velen. Daarin zit een fasering, die bemoedigt zolang je Jezus voor ogen houdt, die ons is voorgegaan.
Toch is daarmee niet alles gezegd. Paulus laat weten dat je met je doop bent ingedoopt in de dood en opstanding van Christus (Romeinen 6). En dat vanaf dat moment de Geest ons bestaan nieuw leven inblaast: liefde, goedheid, vriendelijkheid, geduld enzovoort. Zo betrekt Paulus Christus’ opstanding op het alledaagse. Als Christus is gestorven, leg dan af… En als Christus is opgestaan, trek dan aan...
Gods volk
En dan nog iets. In Ezechiël 37 wordt het visioen uitgelegd als een beeld van de vernieuwing van Gods volk. God duidt de verlossing uit de ballingschap met het grootse beeld van de opstanding uit de doden. Zou dat geen vingerwijzing zijn dat het God te weinig was om alleen maar de verloren schapen van Israël terug te roepen uit de ballingschap? Dat hij de opgestane Heer heeft gesteld tot een licht voor de volken? Dat het nieuwe leven van zijn volk meer zou inhouden dan een bevrijding uit de ballingschap van Babel? Dieper, als een bevrijding uit de ballingschap van zonde en dood?
En dat in de naam van Jezus de opgestane Heer en in de kracht van de Geest die levend maakt.
Meditatie over Ezechiël 37:1-14.
Drs. Freddy Gerkema is predikant van de Nederlands Gereformeerde Kerk van Amersfoort-Noord en redactielid van Opbouw.
| Van veertig naar vijftig Wellicht dat u als Opbouw-lezer in de veertigdagentijd het dagboekje las dat we met Opbouw meestuurden: Recycle your mind.Wat goed zo’n dagelijks moment, waarin je je openstelt voor een woord van God. Wie een vervolg zoekt op dat veertigdagenboekje kan terecht bij twee boekjes die zelfs vijftig dagen beslaan. Bedoeld als dagboekjes voor de tijd tussen Pasen en Pinksteren, met veel aandacht voor het werk van de Geest. Misschien iets voor volgend jaar. Of gewoon voor een blok van vijftig dagen met ingang van vandaag of morgen. Beide dagboekje zijn de moeite waard om te lezen en te overwegen. L.W. Smelt (2007), Gedreven door de Geest, Boekencentrum, Zoetermeer. P.L. de Jong (2010), 50 x de heilige Geest; Boekencentrum, Zoetermeer. |