Angst voor de islam?
2010-04-30
In het Reformatorisch Dagblad van 12 maart stond een interessant gesprek met Abdelkader Belaidi, sinds 1997 medewerker van de ook door onze kerken gesteunde Stichting Evangelie & Moslims.- Jaargang 54
- nummer 9
Een aantal fragmenten.
Hoe reageerde u toen begin jaren tachtig uw broer zich bekeerde tot het christelijk geloof?
„Ik schrok me naar. Ik dacht: dit kan niet, dit mag niet, hij moet terug naar de islam, ik ga m’n best voor hem doen. Maar het lukte me niet. Ik bracht hem niet naar Mohammed, hij bracht mij naar Jezus Christus.
Tot die tijd was de islam in mij een sluimerend vuur. Maar toen mijn broer vertelde dat hij christen was geworden, laaide het onmiddellijk op. Ik was er zeker van dat hij verkeerd zat. Later ontdekte ik dat veel moslims-innaam zo reageren als een familielid tot een ander geloof overgaat.
Om m’n broer voor de islam te herwinnen, besloot ik me te verdiepen in de islamitische bronnen. Ik ging naar de winkel om een Koran aan te schaffen. Maar toen ik bij de schappen een exemplaar opensloeg, was ik zo ontdaan door wat ik las, dat ik het als vanzelf terugzette. (...) Ik las: Onreine handen mogen dit boek niet aanraken. Toen dacht ik: maar mijn handen zijn onrein. Ik was helemaal verward. Hoe kan dit boek iets voor mij betekenen als ik eerst rein moet zijn?
Mijn broer vertelde mij in die tijd over de Bijbel. Hij was de eerste die mij de inhoud van het christelijk geloof uiteenzette. Zijn woorden maakten diepe indruk. Hij verzekerde mij dat hij op geen enkele manier bang voor God was. Dat straalde hij ook uit. Ik zag bij hem een diepe vrede.”
Wat deed dat met u?
„Ik verlangde ernaar die vrede te krijgen. Dat is ook gebeurd. (...) Er kwam een dag waarop ik heel duidelijk het inzicht kreeg dat God leeft, maar dat ik niet bij Hem kon komen. Het was alsof er tussen Hem en mij een grote rivier stroomde. Ik stond aan de slechte kant. Toen kreeg ik oog voor Jezus Christus. Ik zag Hem als een brug tussen God en mij. Ik begreep dat ik door Hem tot God kon gaan. Ik hoefde mij niet te reinigen, ik hoefde slechts naar Christus te gaan.
Op dat moment werd alles voor mij nieuw. Ik zag God niet meer als Iemand die straft en toornt, maar als Iemand die mij het leven geeft. Maandenlang was ik blij. Ik kon er niet meer over zwijgen. Vrienden en collega’s vertelde ik over het verlossingswerk van de Heere Jezus.”
U hebt inmiddels de reformatorische gezindte leren kennen, mede vanwege uw spreekbeurten voor de stichting Evangelie & Moslims. Wat valt u op?
„Mag ik twee punten noemen? Het eerste is het redeneren. Reformatorische broeders en zusters zijn nuchter. Dat heeft te maken met de cultuur waarin zij leven. Nederlanders zijn koude mensen. Dat bedoel ik niet negatief. Ze uiten hun gevoelens niet snel. Doe maar rustig, doe maar gewoon. (...) De geloofsexpressie van mediterrane mensen is uitbundiger. In hun diensten klinken veel halleluja’s.
Het tweede dat mij is opgevallen, is dat Nederlanders het leven graag naar hun eigen hand zetten. Heb je geen werk? Ga naar het arbeidsbureau. Als ik ziek ben, ga ik eerst in het gebed. Dan roep ik tot God om genezing. En dat terwijl een paar deuren verderop in mijn straat een huisarts woont. Natuurlijk ga ik naar de dokter. Maar alleen nadat ik heb gebeden.”
Na uw integratie in Nederland ontstond in de samenleving het debat over de islam. Is er volgens u sprake van islamisering?
„Nee. Alsof de moslims een bedreiging vormen voor ons welzijn. De ontkerkelijking vormt een veel grotere bedreiging. Ik vind het pijnlijk om te zien dat kerken veranderen in moskeeën. Maar het is onjuist de moslims daarvan de schuld te geven. Het komt heel eenvoudig doordat christenen zelf hun gebouwen opgeven omdat zij geen behoefte meer hebben om erin samen te komen.”
Wat vindt u van PVV-leider Wilders?
„Hij is naar mijn mening een leeg persoon: hij heeft de Nederlandse samenleving niets te bieden. (...) Zijn uitspraak dat er in het Westen sprake is van een islamitische tsunami vind ik onjuist. Er zijn 16 miljoen Nederlanders, van wie er nog geen 1 miljoen moslim zijn. Zullen die 1 miljoen erin slagen die overige 15 miljoen te islamiseren? Dat geloof ik niet.”
Ze willen het wel?
„Natuurlijk. Dat is eigen aan elk geloof. Moslims zeggen dat mij soms ook: wij hebben het liefst te maken met christenen die met overtuiging voor hun opvattingen uitkomen, niet met hen die zeggen dat het uiteindelijk met alle mensen wel goed komt. De kerk in Nederland is geroepen onder moslims te evangeliseren. De koffers hoeven niet te worden gepakt, de mensen wonen om de hoek van de straat.”
Drs. Menko Biewenga is predikant van de NGK Enschede.