Een tornado als Godsoordeel
1996-05-31
“Wat is nu een goede christelijke roman?” wordt mij vele malen gevraagd. “Die ik ook voor mijn lijst kan lezen”, voegen middelbare scholieren er aan toe.- Jaargang 40
- nummer 11
Een boek dat binnen die termen valt is De Tornado van B. Nijenhuis. De zojuist verschenen vijfde druk vormt een mooie aanleiding er aandacht aan te besteden. Temeer daar er, voor zo ver ik kan nagaan, in Opbouw niet eerder over geschreven is.(1)
Een goede christelijke roman, zei ik, maar verwacht nu niet een vriendelijk verhaal over overtuigde gelovigen of twijfelaars die tot bekering komen. U krijgt te lezen over sterke karakters die de confrontatie met God aangaan; die door wat ze meegemaakt hebben het vertrouwen in God opgezegd hebben.
En uiteindelijk is er toch nog een sprankje hoop.
En daarmee staat het boek veel dichter bij de realiteit van ons dagelijks leven en onze eigen (geloofs)vragen en twijfels dan veel gemakkelijk-christelijke romans. Daardoor is dit boek uit 1956 ook vandaag nog hoogst actueel.
De roman snijdt grote problemen aan, maar is niet zwaar om te lezen. Integendeel, De Tornado is een boeiend verhaal, dat je in één keer uitleest.
Over mensen in wie je je kan inleven en met wie je kan meeleven.
Met humoristische momenten en schitterende gesprekken. Kortom een aanrader van de eerste orde.
De omgeving waar het zich afspeelt is niet direct Nederlands, maar wel herkenbaar.
Het landschap is heuvelachtig en uitgestrekt; er is juryrechtsspraak en de doodsstraf is gangbaar; de dorpelingen kiezen zelf hun burgemeester.
De pesthoeve
Hoofdfiguur is Vergy Maulveau. Hij koopt van de gemeente een hoeve met uitgestrekte landerijen. Ze wordt door de bevolking de pesthoeve genoemd, omdat het bedrijf al driekeer te gronde gegaan is: de eerste keer door de pest.
Je kunt er beter uit de buurt blijven: soms klinkt 's avonds het onmenselijke geschreeuw van wat een geestverschijning moet zijn. Gezien heeft niemand hem, maar hij is wel gehoord. Ds Klabak omschrijft wat hij waargenomen heeft als "tot geluid gebrachte angst".
Vergy is ingenomen met zijn bedrijf; de immense glooiende akkers afgesloten door bossen met de ruïne van een kasteel. En de hoeve zelf, een robuust gebouw van geweldige afmetingen.
Hij bekijkt zijn bezit met liefde en trots: "Dit wil ik".
Onder de dorpelingen hoeft hij geen personeel te werven: ze zijn bijgelovig en bang. Het betekent dat hij met een paar uitzonderlijke persoonlijkheden moet starten: Saren, een ijzersterke stroper die hij met geweld dwingt voor hem te komen werken; de huishoudster die de dominee hem overdoet, "een locomotief met moederinstincten" - en die typering blijkt nog juist ook!
De derde is Ezen - ook al aanbevolen door Ds Klabak. Hij is in zekere zin de tegenvoeter van Saren: lichamelijk zwak, met hart voor de natuur en zijn medemens; maar ook hij is niet bang: hij vertrouwt op God.
Het zijn mèt Vergy de sterke karakters die bij deze hoeve passen.
Op een avond ontdekt Vergy de gruwelijke werkelijkheid van de geestverschijning: achter de angstaanjagende stem blijkt een mens schuil te gaan die door omstandigheden in een afschuwelijke situatie terecht gekomen is.
In gevecht met God
Langzaam aan wordt duidelijk dat Vergy met de koop van de hoeve de strijd met God is aangegaan. Hij heeft eerder een hoeve gehad. Door een tornado is hem die afgenomen. En daarbij is zijn vrouw Majade op een ellendige manier omgekomen. Dat is Vergy's vreselijke geheim. Dat is ook wat hij God ontzettend kwalijk neemt.
Vandaar zijn gevecht met God.
Uit kranteberichten is het Ilze Zarmut duidelijk geworden dat de man achter de geest haar broer is, met wie ze een zeer hechte relatie had. Ze gaat in de omgeving op onderzoek uit. Na een ernstig ongeluk wordt ze op de pesthoeve verpleegd. Als Ds Klabak haar komt opzoeken wil ze antwoord van hem hebben op de vraag die haar verteert: "Waarom moet mijn broer zo vreselijk lijden? Waar is de achtergrond van het lijden?" Een vraag waar Jacob Kladak zelf ook dag in dag uit mee worstelt. Plichtsgetrouw geeft hij antwoord: "Christus, de liefde van Christus". Maar "ze doorziet hem: "Wat een brutaliteit, hier zulke dingen te zeggen en het zelf niet te geloven."
De houding die Vergy tegenover Ilze aanneemt is aan de ijzige kant.
Daarom wil ze Vergy's geheim weten; ze breekt in in zijn kamer en doorzoekt de hutkoffer; als ze foto's van Majade vindt, wordt haar een hoop duidelijker.
Juist op dat moment komt Vergy thuis.
In een tweegevecht heeft hij Saren gedood; die wilde wraak nemen op Vergy door de hoeve in brand te steken. Vergy wordt gearresteerd onder de verdenking dat hij Saren opzettelijk gedood heeft: om Saren had hij geen brandverzekering kunnen afsluiten.
En dan volgt het spannende verslag van de rechtszitting: de aanklager heeft maar een doel: dat Vergy na de schuldigverklaring opgehangen zal worden. Vergy's advocaat is aan hem gewaagd: hij vecht voor de vrijspraak.
En op de tribune zit een doodsbange "ze. Haar niet-geplande getuigenis is uiteindelijk bepalend voor het jury-oordeel.
Maar dan hebben we al een bonte rij van getuigen zien passeren, want - en dat is een van de knappe punten van de roman - alle verhaaldraden en personen komen hier samen; gebeurtenissen waarvan je dacht dat ze onbelangrijk waren, spelen nu ineens een rol.
Godsoordeel
Voor een wereldlijke rechter kan je vrijgesproken worden, aan Gods oordeel ontkom je niet. De volgende dag ziet Vergy aan het wolkenpatroon dat er net als zeven jaar geleden een tornado op komst is. "ze gooit al haarwrok tegen Vergy eruit: "Kijk wat God met je hoeve gaat doen!"
Niet alleen Ilze herkent in de tornado Gods oordeel, ook Ds Klabak ervaart hem als zodanig. Maar hij laat hem niet zonder meer over zich heen komen. Uitdagend gaat hij, terwijl iedereen van de hoeve wegvlucht, naar de meest gevaarlijke plaats, de zolder van de hoeve. Hij schreeuwt het uit: "Hoor wat ik u te zeggen heb!"
Telkens als hij een aanklacht in de richting van God geslingerd heeft, slaat de storm het zolderluik dicht, als een antwoord van God.
Knap is dat Vergy op dat moment in zijn herinnering de tornado van zeven jaar geleden beleeft. Dat lijkt verwarrend, maar het heeft een verrassend effect: pas daarna merk je dat het nu net iets anders verloopt. Want deze keer blijft de hoeve gespaard. En is er voor de ontkomenen uitzicht op een nieuw begin. Al moet ds Klabak daarvoor een vluchtpoging onderbreken.
Het raadsel van het lijden
Het thema van de roman is duidelijk: waarom laat God mij dit lijden overkomen, als Hij liefde is?
Vergy, ds Klabak en Ilze zijn de figuren in wie het thema gestalte krijgt.
Alle drie zijn ze op een hardhandige manier met het lijden geconfronteerd; ieder reageert er op zijn eigen manier op. Vergy: "de kracht van de hoeve was de kracht die in hem woonde, sterk en onbuigzaam." Hij neemt het niet wat God hem heeft aangedaan; de opbouw van de pesthoeve is een krachtmeting met God.
Bij Ds Klabak heeft de twijfel toegeslagen: "Hij moet het geloof met zijn nagels van de Bijbel afkrabben", vertelt Ezen. En Ilze oordeelt, als ze hem een keer heeft horen preken: "Hij spreekt als een advocaat voor een verloren zaak." Hij verwijt God wat Hij hem en zijn gemeente heeft aangedaan.
Na het ongeluk in de kerk is hij weggevlucht zo ver mogelijk bij zijn gemeente vandaan.
Hij vergelijkt zichzelf met Elia die zich ook aan de opdracht van God onttrok en de woestijn in vluchtte.
Maar anders dan bij Elia spreekt God niet tot hem in het lieflijke, door Ilze, maar in het geweld van de tornado. "Ik had U verwacht in de liefde, U komt weer in de vernietiging."
En als hij na de storm opnieuw vlucht, dan is het een raaf, als bode van God, die hem op het allerlaatst tot bezinning brengt.
Alleen Ezen weet ermee om te gaan: "Het is geen doem over de hoeve, geen vloek, het zijn Gods raadselen."
Hij is degene die vertrouwen in de Here heeft en er ook naar leeft: hij weet wat erbarmen is. Zo kan hij Ilze door de diepte heen helpen.
Spannend verhaal
In de weergave van het verhaal heb ik met opzet een aantal essentiële gegevens weggelaten; want spanning iseen wezenlijk element van De Tornado; de lezer moet nieuwsgierig blijven!(2) Maar er is meer dat het boek zeer leesbaar maakt. Nijenhuis heeft een geweldig inlevingsvermogen in mensen en situaties. Zijn personages zijn herkenbaar; hij weet ze raak te typeren en geeft ze ieder hun eigen taal mee in overeenstemming met hun stand en karakter.
Prachtig kun je dat merken tijdens de rechtszitting: de baron naast de bakker-burgemeester. Ook de bijfiguren zijn met liefde getekend: het mannetje op de publieke tribune; de straatjongen die Ilze de weg wijst naar de illegale wapenhandelaar; de sfeerbeschrijving van de buurt waar ze zich op dat moment ophoudt. Dat alles in een geweldige afwisseling.
Nijenhuis is sterk in het neerzetten van gave dialogen. Zijn figuren zijn vaak goede verstaanders die heel ad rem weten te reageren. In die gesprekken zit overigens veel humor, die het qua thematiek zware boek toch licht houdt.
Nijenhuis' schrijversschap kent ook zwakke kanten. Zijn verteldrift is zo groot dat zijn boeken overbevolkt zijn met personen in situaties die nauwelijks bijdragen aan de hoofdlijn van het verhaal. Maar in De Tornado merk je daar weinig van; het boek vertoont een veel hechtere eenheid dan de andere romans die ik van hem ken, al vind ik het laag-bij-de-grondse politieke gekrakeel van de burgemeester en zijn opponent Woolky wel wat ver uitgesponnen; en zo is er nog wel wat te noemen.
De stijl is niet helemaal vlekkeloos, maar tegenover een paar missers staan ook prachtige vondsten: (over Vergy:) "De afschuw staat als een uitroepteken achter zijn ogen." En de beschrijving van het geweld van de tornado als het woeden van een oerdier.
Hoogtepunt
In De Tornado heeft Nijenhuis het hoogtepunt van zijn kunnen bereikt en daarmee een roman geschonken die zijn vijfde druk zeker waard is(3) Een echt christelijke roman; niet een gemakkelijk bekeringsverhaal, wel een verhaal over christenen, die door wat ze meegemaakt hebben het zicht op God kwijt geraakt zijn, maar tenslotte toch als Jacob Kladak hinken in de richting van "een lang glinsterend spoor dat over de heuvels heen naar de hemel leek te voeren als een draad van zilver."
n.a.v. B. Nijenhuis, De Tornado. 5de druk, Kampen, 1995. f 32,50
Noten:
1) Door een misverstand is van de hand van redeacteur Hoekstra in Opbouw van 9 februari j.l. over hetzelfde boek een korte recensie geplaatst. Het nu gepubliceerde artikel was op dat moment al geschreven.
2) Zie voor een uitvoerig uittreksel: Hans Werkman, Kees en Co; Barneveld, 1994. Hans Werkman schreef ook de eind 1995 verschenen biografie over Nijenhuis: Spitten en [niet] moe worden - Leven en werk van Bé Niienhuis 1914-1972.
3) Ook niet-christelijke recensenten hadden bij het verschijnen van de eerste druk in 1956 veel waardering voor het boek. En injanuari 1996f ormuleert de officiële recensie van de bibliotheekdienst NBLC naar aanleiding van deze vilfde druk: "Dit boek is van literaire klasse. Het is bovendien één an de weinige werkelijk christelijke romans die ons taalgebied in de 20ste eeuw te leveren heeft." (Aanwinstenlijst 1996 - 3) Volgens de achterflap van het boek is een tv-verftlming in de maak.