Moeiten na de afscheiding

1996-05-31
  • Jaargang 40
  • nummer 11
Op 4 december 1935 werd in Gameren een herdenkingssamenkomst gehouden i.v.m. het 100-jarig bestaan van de gereformeerde kerk.
De plaatselijke predikant, ds. A. J. Stolte, hield een uitvoerige herdenkingsrede, waarin gesproken werd over het wel en wee. Het is jammer, dat de bewaarde kerkeraadsnotulen beginnen in 1851. Voor die tijd zullen er ook wel notulen zijn gemaakt, maar die zijn wellicht zoekgeraakt Gelukkig zijn er vanaf 1835 wel ledenregisters met wat aantekeningen, zodat er over de eerste periode van de afscheiding in Gameren nog wel iets te vertellen valt. Wat voor mensen waren het eigenlijk, die zich afscheidden van de hervormde kerk?
In het ledenregister worden als eerste ouderlingen genoemd Willem van Haaften en Jacob Baijense. Ze waren beiden ongeveer 45 jaar. De eerste diakenen waren Johannes van de Werken, die reeds voor de afscheiding zijn boomgaard ter beschikking stelde voor het houden van samenkomsten, en Hendrik Mels van de Oever. De vier broeders hadden weinig letters gegeten, moesten hard werken voor de kost, maar waren bereid hun krachten te geven aan de kleine gemeente.
Ds. Stofte wees er op, dat ze zich hadden afgescheiden "niet van de onzichtbare kerk, en van allen, die in Christus Jezus zijn, maar... van de gedeformeerde kerk, waar reglementen meer gehoor kregen dan Gods Woord".
Evenals in andere plaatsen ging het pad van de afgescheiden kerk van Gameren niet over rozen. In het ledenregister staat achter de naam van de genoemde diaken Van de Oever ongeveer het volgende vermeid: Geschorst 16 juli 1838. Als lid gecensureerd 22 juli 1938. Afgesneden 14 apri/1839." Van de Oever stond niet alleen. Tegelijk met hem werden nog een aantal leden afgesneden. Hij stond aan het "hoofd" van een groep.
De vraag waarom het met de jonge Van de Oever mis ging, is bekend uit overlevering.
Van hem werd gezegd, dat hij een "bekeerd mensch" was. Hij was zondags dan hier en dan weer daar te vinden.
Hij vormde om zich heen een kring van mensen en hij was de "voorganger".
Ds. Stolte zei in 1935 hierover het volgende: "...onze vaders ... hebben (door de censuur - v. W.) te kennen gegeven, dat hier zich een richting openbaarde, die in allerlei opzicht het Woord des Heeren uitbreidde naar... geestdrijverij, een richting, waarmee men niet verder kon samengaan.
Ongezond in de Schriftbeschouwing, ongezond in de prediking, ongezond in de valse scheiding tusschen natuur en genade.."
Er is hier nog wel meer van te zeggen.
Ds. Stofte wees er in 1935 op, dat de ideeën van Van de Oever na zoveel jaren beslist niet zijn verdwenen.
Integendeel, ze zijn ook in 1996 nog zeer levend, niet alleen in de Bommeierwaard, maar ook elders.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief