De aarde, het afval en de aboriginals

1996-06-14
  • Jaargang 40
  • nummer 12
Zappend langs de Nederlandse kanalen stuit ik op een late dinsdagavond op een man die vertelt over zijn dochtertje.
Ze is overleden aan een zeldzame vorm van kanker. Volgens de verslagen man is het kind het slachtoffer geworden van de nabij gelegen vuilverbrandingsinstallatie.
Hij is niet de enige die bedenkingen koestert tegen de vuilverbranders.
Wijkgenoten hebben al tientallen petities aangeboden aan de gemeenteraad omdat het aantal ziektegevallen in het woongebied drie keer zo hoog ligt als elders in Nederland. Specialisten sluiten niet uit dat de woonomgeving de oorzaak is geweest van veel van deze ziekten. Maar de gemeenteraad zegt er niets aan te kunnen doen.
Het afval moet toch ergens de lucht in.
Een dag na de uitzending meldt mijn krant in een klein berichtje dat de hoeveelheid afval per huishouden vergeleken met vorig jaar weer is gestegen.
Aan de cijfers voegt een deskundige droogjes toe dat deze ontwikkeling de leefomgeving van de Nederlanders niet ten goede komt. Een ander bericht enkele dagen later: veel landgenoten vinden dat er iets moet worden gedaan om het milieu te verbeteren. Slechts enkelen betrekken die gedachte op hun eigen levenswijze, en hebben er daadwerkelijk iets voor over om minder afval aan de straat te zetten, minder energie te verbruiken, of minder benzine.

Een feestelijke lunch
Ik heb net 'Australië op blote voeten, mutant message downunder' van Marlo Morgan gelezen. Maandenlang prijkte het op de top-tien lijst bij Bruna. Ik was er steeds voorbij gelopen omdat het volgens de affiches om "een prachtig New Age-verhaal" ging. Inmiddels heb ik het toch gelezen en ik ben ervan onder de indruk. Het is het verhaal van de Amerikaanse arts Morgan die enkele jaren aan een medisch project in Australië werkt. Ze doet veel voor de Aboriginals, de oerbewoners van het mega-eiland.
Op een dag wordt ze als dankbetuiging voor haar werk uitgenodigd om een feestelijke lunch bij te wonen. Het wordt een reis door het meest ongenaakbare deel van Australië met een groep Aboriginals.
Op blote voeten, ontdaan van al haar bezittingen, trekt zij met ze mee.
Stap voor stap leert zij hun manier van leven kennen. Het boek is geen degelijk gereformeerde kost. Van de gebrokenheid waarin wij volgens de christelijke leer sedert de zondeval leven, hebben de oerbewoners geen last. Zij leven in een soort paradijselijke toestand waarin haat, jaloezie en prestatiedrang niet bestaan. Ze geloven in Jezus, waarover zij missionarissen hebben horen vertellen.
Maar volgens hen kwam Hij niet voor hen naar de aarde, maar voor de 'mutanten'. Daarmee bedoelen zij de rest van de wereldbevolking die de oeroude herinnering aan de universele waarheden zou hebben verdrongen of verloren. De waarden die in de rest van de wereld zijn verdwenen maar in het hartje van Australië nog voortleven, en waarover Morgan uitgebreid en niet al te ingewikkeld schrijft, maken het boek interessant. Zo leert zij tijdens de bizarre tocht dat de oerbewoners alleen iets uit de natuur nemen "als het goed is voor mij, voor anderen, en van het hoogste belang voor al het leven, overal". Nooit wordt iets per ongeluk, zonder nadenken of 'zomaar' uit de natuur genomen. En altijd wordt een deel van de plant bewaard zodat die verder kan groeien.

De aarde kreunt
Pleziertjes die de oerbewoners zich gunnen, berokkenen de natuur geen schade. "Hoe kun je echt plezier hebben, als je weet dat iets onherstelbaar kapot is? De prijs die de natuur ervoor moet betalen, betaal je uiteindelijk zelf", zo redeneert de stam. Een van de boodschappen die Morgan van de oerbewoners meekrijgt is, dat de mutanten bij hun zoeken naar kennis en het najagen van welvaart zich altijd de vraag moeten stellen of wat zij doen "van het grootste belang is voor het leven, overal". Want de aarde kreunt. Afval, energieverbruik en·de natuur: Morgans wederwaardigheden zetten mij aan het denken over mijn persoonlijke omgang met Gods schepping. Houd ik rekening met het prijskaartje dat hangt aan elke kilometer die ik in de auto afleg? Aan elke vuilniszak die ik aan de straat zet?
Aan de nieuwe spullen die ik aanschaf omdat de oude me niet meer bevallen?
Aan mijn schuld aan de schepping?
Weinig.

Miriam de Rooy- Visser is journalist.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief