,,Het gerformeerde leven bestaat niet meer,,

1996-06-14
  • Jaargang 40
  • nummer 12
‘Opbouw’ is de inspirerende titel van ons blad. Het duidt op een positieve insteek. Het gaat er hier niet om, van alles af te branden, maar om op te bouwen. Als je een goed woord hebt, tot opbouw, waar dit nuttig is, dan kun je ermee in ons blad terecht. Op de jaarvergadering van Opbouw kwam echter zomaar ineens de ondertitel van ons blad ter sprake. ‘Tot opbouw van het gereformeerde leven’. Iemand stak z’n vinger op en zei: ,,dat is prachtig, maar u bedenkt toch wel dat het gereformeerde leven niet meer bestaat”...

Die opmerking wil ik in dit artikel eens bekloppen en betasten. Had die broeder geen gelijk? Het gereformeerde leven. Weet u nog wat dat is, of wat dat was?
In het Catharijne-convent in Utrecht was onlangs een tentoonstelling over het rijke roomse leven. De ornamenten van een voorbije tijd worden dan getoond. Voor een deel natuurlijk voorwerpen die gewoon ouderwets zijn omdat we daar nu nieuwere varianten van hebben. Maar tegelijk hoorde ik via de radio verschillende mensen uit die wereld die duidelijk maakten dat het dieper zit. De geur van het gezin, de eenheid van denken over de maatschappij, een bepaalde strenge en toch gemoedelijke vorm van geloven en zo meer. Die wereld bestaat niet meer. Er zijn nog zat roomse mensen, maar die wereld is er niet meer.
Nou goed, van het rijke gereformeerde leven is er ook al eens zo'n tentoonstelling geweest, waar je een huiskamer anno 1934 zag met een harmonium en een pendule en een rol King.
Dat is natuurlijk ook voorbij en in die zin is het een open deur om te zeggen dat 'het gereformeerde leven' niet meer bestaat. Maar ik had niet de indruk dat de spreker op de Opbouwvergadering aan spruitjeslucht en sudderlappen dacht. Ik werd door zijn uitspraak geraakt en neem dat nu maar als werktitel over: het gereformeerde leven bestaat niet meer. In hoeverre is dat waar? Hoe komt dat en wat doen we ermee?

Nestgeur
Het gereformeerde leven - dat heeft iets te maken met gemeenschappelijke opvattingen over geloof, bijbel, kerk en samenleving. Het gaat om normen die je deelt, maar ook om een nestgeur, een manier van praten en omgaan met elkaar. Waardoor je je vanzelfsprekend thuis voelt als je van het ene naar het andere deel van het land verhuist en de plaatselijke kerk opzoekt. Waardoor je ook met elkaar een wij-gevoel hebt, een gevoel van bij elkaar horen. Voor de een als een warm bad, voor de ander een beknelling en voor de derde een bastion dat verdedigd moet worden.
Ik denk dat bijna iedereen herkent, dat dit gereformeerde leven niet ver van verdwijning is. Het is moeilijk te grijpen en tegelijk met de handen te tasten.
Daarom probeer ik een paar factoren daarvan op een rijtje te zetten.
Daar moet ik vooraf even bij zeggen: ik besef heel goed, dat dit niet in al onze gemeenten op dezelfde manier verloopt. Mijn horizon is maar beperkt en wie weet zijn er mensen die zeggen: nooit iets van gemerkt bij ons thuis. Negeert u dan deze artikelen gerust. Of leg ze opzij voor over twee of drie jaar.

De grote lijn lijkt me duidelijk. Er zijn twee grote aantastingen van het gereformeerde leven. Dat zijn de secularisatie en de evangelische.beweging.
Het is raar om ze in één adem te noemen en ik haast me ook om te zeggen dat ik ze niet over één kam scheer, maar feit is wel dat ze beiden bijdragen aan de teloorgang van het gereformeerde leven. En wel op twee manieren: de gereformeerde wereld exporteert leden en importeert gedachten naar deze twee kanten. Het is al heel duidelijk, dat we aan beiden leden verliezen. Zouden er onder ons nog veel mensen zijn die de pijn niet kennen van familieleden die kerk en geloof vaarwel hebben gezegd? En zouden er nog veel gemeenten zijn zonder de pijnlijke herinnering aan de overstap van een of meer gezinnen naar 'de evangelischen'? Dat noem ik onze export.

Import
Tegelijk importeren we ook. Een enkele keer komen er mensen over, maar bovenal importeren we ideeën.
Wat import uit 'de wereld' betreft: we zitten op school met ongelovigen, onze collega's weten van geen kerk en 's avonds kijken we TV volgens een patroon dat (zo blijkt uit onderzoek) nauwelijks afwijkt van de pulp waar die anderen naar kijken. Geen wonder dat we ideeën over samenwonen, echtscheiding, geldbesteding en zo meer importeren. Dat gebeurt vaak onbewust. Overname vanuit de evangelische hoek gebeurt meestal meer bewust. Ik ken geen Nederlands Gereformeerde Kerk waar niet geëxperimenteerd wordt met Opwekkings-liederen of meer persoonlijke bijbelstudie-
kringen of gemeente-opbouw. En ik ken geen collega die niet met vragen loopt over welke koers hij hierbij moet varen. Daar heb je natuurlijk die beperking weer: ik ken niet iedereen en ik kom niet overal. Maar toch.

Dat lijkt me de grote lijn: het gereformeerde leven staat onder druk door export van mensen naar 'de wereld' en 'de evangelischen' en door import van ideeën uit beiden. Leest u daar s.v.p nog niet meteen afkeuring of bijval uit; ik probeer eerst te beschrijven en ga daar nu mee verder door ver- .
schillende waarnemingen door te geven.
1. Eerst is daar natuurlijk de kerkelijke verdeeldheid. De gereformeerde wereld kàn niet eens bestaan als er zoveel varianten zijn. Reformatorische kinderen herken je aan de kleding (vooral van de meisjes) en vrijgemaakte volwassenen aan de organisaties en tijdschriften. Ik denk zelf dat er bij al deze varianten van 'het gereformeerde leven' wel iets in beweging is, maar ik beperk me toch maar tot ons kleine kringetje.
2. In onze kerken wordt 'Nederlands gereformeerd zijn' steeds minder vanzelfsprekend.
Jongeren die voor werk of studie verhuizen blijven vaak thuis lid en als ze zich later bij de zusterkerk in hun nieuwe woonplaats aansluiten, is daar iets of iemand bijzonder aansprekend geweest. Gezinnen die verhuizen wachten vaak een poos met het inleveren van de attestatie omdat ze "zich eerst eens oriënteren".
3. Anderzijds: mensen die zich bij ons voegen hebben meestal geen idee wat Nederlands Gereformeerd betekent.
Laatst voegde zich iemand bij ons die door God geroepen was en toen naar een bijbelgetrouwe kerk ging zoeken.
Ze wist over ons niets anders dan dat er op de muur stond 'Dient de Here met vreugde'. Maar dat begreep ze wel precies, want dat 'met vreugde' was inderdaad het onderscheid met de andere kerken waar ze geweest was ...
4. Daarnaast ken ik een flink aantal van onze kerken waar mensen van andere richting bewust een (al of niet tijdelijk) onderdak hebben gezocht en gekregen. Baptisten die in de buurt geen gemeente weten; doopsgezinden die het in eigen kring niet kunnen vinden; en zelfs zusters van een protestantse orde herinner ik me. Doorgaans is in zo'n geval afgesproken dat deze leden geen ambt kunnen vervullen. Ze dragen natuurlijk wel bij aan de veelkleurigheid van de gemeente.

Deze eerste vier punten laten feitelijke verschillen zien. Pijn doen ze ons meestal niet echt. Zelf vind ik het eigenlijk wel mooi als de gemeente steeds veelkleuriger wordt. Maar ja, 'het gereformeerde leven'? Dat wordt er beslist diffuser van. En het aantal lezers dat op Opbouw geabonneerd blijft omdat dit zo hoort, ook al doen ze er nooit het bandje vanaf, dat groeit er ook niet echt door. En het beleid dat onder 4. genoemd is, daar sta ik helemaal achter. Maar 't stelt je wel eens voor lastige vragen!

Gereformeerde zede
5. Tot het gereformeerde leven hoort ook iets als een gereformeerde zede.
Dit is nog iets anders dan normen (daar kom ik nog op). De zede is meer dat je weet wat je aan elkaar hebt.
Wat voor kleding je draagt, welk woordgebruik je gemeen hebt en dan liefst ook een eenheid in gebruiken en opvattingen. In kleding-voorschriften zijn we nooit zo sterk geweest en eigen gebruiken ben je je zelf niet zo bewust. Dus misschien vindt u het onzin: gereformeerde zede. Maar goed, als bijvoorbeeld het bezoek aan de middag-diensten terugloopt, dan gaat het niet om de overtreding van een gebod Gods.
Toch knaagt het bepaald aan ons gereformeerde leven en dan niet in de zin van spruitjeslucht. Begrijpt u dat je hier alleen aan vast kunt houden als je het besef hebt: daar moeten we samen achter staan?
6. Normen - dat is een veel gevoeliger onderwerp. Ik herinner me dat een oudere dominee iets gevraagd werd over echtscheiding en dat hij geschokt reageeerde: zoiets gebeurt onder ons niet! Welnu, dat gebeurt onder ons dus wel en niet zo'n beetje. Op dit punt kan ik er niets moois of luchtigs in zien dat we de normen van de wereld geïmporteerd hebben. Waar zit 'm dat nou in? Is het de televisie die het ons voortdurend als vanzelfsprekend presenteert; is het een culturele ontwikkeling waarbij we meer aan persoonlijke ontwikkeling denken dan aan gezamenlijke verantwoordelijkheid?
Feit is dat we de stroom van echtscheidingen niet kunnen stoppen. Hoe ver zou de pastorale benadering onder ons uiteenlopen? Ik weet niet eens of die benadering wel zo ver uiteenloopt.
Waneer er geen apert overspel aan de orde is, worden er dan nog tuchtmaatregelen genomen? Bij een van onze kerkelijke buren las ik onlangs een beschouwing over de vraag of het wenselijk is om echtscheidingen te noemen bij de afkondigingen, ja dan nee. Dan ben je toch een aardig eind opgeschoven.
En overigens wijst onderzoek bij jongeren uit, dat ze over 't beroemde onderwerp 'sex voor het huwelijk' opmerkelijk ruim denken. Dat bleek onlangs bij de vrijgemaakten, maar jaren geleden werd onder ons 't zelfde al aangetoond. Toen ik onlangs in de preek besprak dat de Here wil dat we trouwen in plaats van te gaan samenwonen, toen hoorde ik uit de gemeente dat een jongedochter dit wel zo'n nieuwigheid vond ... Wat doen we hiermee, broeders en zusters?
Voordat u nu denkt, dat dit een lange boetpreek wordt, teken ik er wel bij aan dat het hier om een onderwerp gaat dat de kerk nooit op orde gehad heeft; als je de particuliere vragen van Middelburg 1581 leest, dan krijg je daar ook rooie oortjes van. Toch: toen werden de vragen openlijk gesteld en nu laten we 't maar waaien.

Andere vragen
7. Nu een punt dat dichter bij het hart van 't kerkelijk leven ligt. De vragen waar mijn catechisanten mee zitten, zijn niet meer de vragen waar het in onze kerkelijke papieren over gaat. Ik bedoel nu de vragen van zonde en genade, van ambt en sacrament. Wel te verstaan: ik heb het dan over positieve jongelui, die echt bezig zijn met de vraag of en hoe ze ook op school voor hun geloof uit durven komen. Zou dat iets zeggen over het gereformeerde leven? Ik worstel met de verleiding om nu al in te gaan op de vraag hoe hiermee om te gaan, maar ik zou eerst signaleren. Toch vast dit: ik vraag aan m'n catechisanten die belijdenis willen doen uiteraard altijd waarom ze die stap willen zetten. Wat hen drijft om hun geloof publiek te belijden. Dat is het mooiste wat er is: wat kunnen jonge mensen dan vrijmoedig getuigen van wat God gedaan heeft in hun leven! Tegelijk herinner ik me heel goed dat ik vroeger wel eens moest fronsen vanwege de antwoorden die er kwamen. Antwoorden als:
- ik heb hier in de kerk een rust ervaren, die ik nergens gekend heb.
- als ik 's nachts bang ben, dan vraag ik God om bij me te zijn en dan gaat het weer goed.
- ik ben heel blij dat het geloof richting geeft aan mijn leven.
Ja, als ik deze antwoorden nu lees dan ben ik er erg dankbaar voor. Maar ik zeg eerlijk, dat ik vroeger wel eens dacht: ik mis het juiste antwoord, namelijk dat je zonden vergeven zijn!
Ik geloof nog steeds dat dit de kern is en u mag er op rekenen dat het altijd aan de orde komt. Maar Jezus' werk was toch ook breder dan dat? Meester, men zoekt u wijd en zijd, komend langs velerlei wegen. Dat is de werkelijkheid van vandaag.
8. Dan zijn er op verschillende plaatsen moeilijkheden met de eigen predikant.
We lazen pas over de losmaking van een collega, maar dat is zeker de enige plaats niet waar deze problemen spelen. Ik weet niets van de situatie in Maastricht en daar heb ik het dan ook niet over. Wel over het onloochenbare feit, dat de positie van een predikant veranderd is. Ik zie dit ook als een symptoom van het verdwijnen van het gereformeerde leven. Ik heb het niet over plaatsen waar de predikant onoirbare dingen gedaan heeft, maar over plaatsen waar men concludeert: dominee functioneert niet goed. Vroeger gebeurde dat natuurlijk ook, maar dan droeg je dat. Soms decennia lang.
Deels uit respect voor het ambt, deels ook omdat dominee toch iets verzorgde waar een gewoon mens zich liever buiten hield: het contact met God en de omgang met ernstig zieken.
Van dat voetstuk is dominee af gehaald en nu meten we hem aan de vraag of hij inspirerend overkomt en iets voor de mensen betekent. Ik denk dat dit niet anders kan, maar het is wel een echte verandering!

Ik weet waar ik 't zoeken moet
9. Nog een signaal van verandering.
Natuurlijk ken ik veel ouders die zich bezorgd afvragen hoe het met het geloof van hun kinderen is. Maar weet u dat ik veel jongeren spreek, die op dit punt bezorgd zijn over hun ouders?
Zelf hebben deze jongeren een verdieping van het geloof meegemaakt die meestal neerkomt op import uit evangelische hoek. En dan zitten ze ermee, dat hun ouders nooit over hun geloof spreken. Ergens was een moeder ernstig ziek en haar dochter wist zich geen raad omdat ze zich echt afvroeg hoe moeder er voor stond.
Terwijl moeder heel meelevend was en zo meer. Dit is ook een symptoom.
Vroeger zou het ruim voldoende zijn als er ergens in de familie één was die moeder ooit had horen zeggen: "ik weet waar ik 't zoeken moet". Dat was het gereformeerde leven, dat je aan een half woord genoeg had, omdat je kaders van vanzelfsprekendheid had.
Die kaders zijn er niet meer en dus IS het ook niet genoeg. Niet alleen wanneer uw kinderen bezorgd zijn over u, maar ook als ze dit juist niet zijn omdat ze vervreemden. "Ik heb mijn ouders nooit horen bidden" - zo hoor ik dan.
10. En tenslotte de diepste laag van verandering. Ik bespeur rondom om mij heen (en dus ook in mijn eigen hart) diepe sporen van onzekerheid over de manier waarop we gewoon zijn om te gaan met de Bijbel. Bedenkingen bij onze stijl van bijbelkringen, vragen over de aanpak van preken, twijfels over Gods bedoeling voor onze tijd. Dat grijpt diep in en daarom wil ik dat pas uitwerken wanneer er ook meer van kan zeggen. Volgende keer dus?

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief