De pony of het voorportaal van de jongste dag
1996-06-14
Het leek me leuk nu eens een concreet vertaalprobleem op te dienen, waarbij we het inheemse Karaïbse denken een woordje mee laten spreken. Waakzaamheid blijft daarbij uiteraard geboden. Toen Luther zei dat een vertaler ‘die Leute aufs Maul’ moet zien, zal hij zeker niet bedoeld hebben dat we alle eigenaardigheden van een volk moeten verdisconteren…’ Een oefening dus in missiologisch relevantvertalen.- Jaargang 40
- nummer 12
We waren bezig met een revisie van de eerste brief van Johannes in het Karaïbs-, Bij de vertaling van de woorden .Kinderkens, het is de laatste ure" stuitten we op een onbevredigende weergave: "Dierbare kinderen, deze wereld loopt al op z'n eind". Dat zou voor een cultuur als de westerse, die zo geobsedeerd is door het hiernumaais, misschien nog niet zo'n gekke vertolking zijn. Maar bij de meeste Karaïben zou zo'n vertolking w.s. te goed vallen. Van huis uit heeft menoverigens begrijpelijk - de neiging de harde wereld, die hen marginaliseerde, te onvluchten. Het leek ons niet goed deze neiging aan te wakkeren.
Als alternatief kwam ter tafel: "Dierbare kinderen, we leven al in het voorportaal van de jongste dag". Kan dat zomaar? Wordt het zo niet te huiselijk?
Huiselijk universum
Voor een goed begrip geef ik nu eerst wat achtergrondinformatie bij het woord 'voorportaal'. Een Karaïbs huis heeft niet alleen een 'achterhoofd' en een 'kruin', maar ook een 'pony'.
Daarmee wordt aangeduid een overhangend voordak en het gedeelte (van het erf) in de schaduw ervan. Zo zijn het menselijk lichaam en het huiselijke oriëntatiepunten voor de hele omgeving: de hemel heeft een 'gezicht' alsook een 'vloer/plafond'.
Het woord 'pony' wordt verder gebruikt in tijdelijke zin, b.v. in 'de pony van de avond', de vooravond dus, en 'in de pony van de bui' betekent 'aan het begin van een bui die men ziet aankomen'.
Bijzonder interessant is het stuk van de zee tussen de branding en de volle zee. Dit wordt door terugkerende vissers ook 'de pony' of laten we zeggen 'het voorportaal' van de zee genoemd, een uitdrukking die dan de associatie krijgt van 'we zijn bijna thuis' en 'het harde leven op zee is bijna ten einde'.
De laatste ure
Waarom niet gewoon letterlijk 'het laatste uur' vertalen, zal iemand opperen.
Wel, dat botst wat op het tijdsbesef van de Karaïben. Ze verdelen de dag van huis uit niet in afgemeten eenheden van 60 minuten. Onnatuurlijk dus, en het leenwoord juru 'uur' stuit op verzet.
Bovendien, de combinatie 'laatste ure' is exegetisch nog niet zo makkelijk als wel lijkt. Zij komt behalve hier nergens in het N.T. voor. We zijn dus aangewezen op vergelijking met soortgelijke uitdrukkingen in het Johannes-evangelie.
Sommigen zien er een verbijzondering in van de anduiding 'de laatste dag'. Het zou dan slaan op de allerlaatste fase vlak voor de wederkomst, het laatste uur van de laatste dag (zo Stott), vergelijkbaar met wat wij bedoelen als we zeggen 'het is vijf voor twaalf'.
Een andere commentator" wijst op Joh. 6:40 en 5:25. Vergelijking van deze plaatsen leert ons dat de aanduiding 'de laatste dag' overeenkomt met 'de komende ure', een uitdrukking die 3 van de 7 keer uitgebreid wordt tot 'de ure komt en is nu'. Meestal is hier sprake van een periode die al begon tijdens Jezus' omwandeling op aarde, maar die ook nog toekomstig was. Het tegenwoordige aspect (uitgedrukt door 'en is nu') komt uitdrukkelijk aan bod in 1 Joh. 2:18b: "Inderdaad, er zijn al vele antichristen opgestaan, en daarom weten wij dat het laatste uur is aangebroken" (Willibrordvert.). Dus niemand zal het periode-aspect van de combinatie 'laatste ure' willen ontkennen.
Waarom koos Johannes dan voor het woord 'uur'? Dat ligt wel voor de hand als we ons herinneren dat de verwachting van de wederkomst van de Here Jezus voor de eerste christenen een zeer levende zaak was. Voor Johannes was de jongste dag dus heel nabij, voor de deur. Dat maakt dat de vertaling niet alleen een periode moet aangeven, maar ook urgentie.
Tijd om vlug te zijn
Welnu, de uitdrukking 'in het voorportaal van de avond' heeft precies die gewenste urgentie. In de tropen valt de duisternis heel snel in. Het is voor de Karaïben dus zaak tegen de vooravond extra waakzaam te zijn en flink aan te pakken om niet door het duister overvallen te worden. De gewone naam voor 'namiddag' betekent trouwens letterlijk 'tijd om vlug te zijn'.
Tijd van weeën
Nu zal iemand vragen: Maar wat doe je met het betekenisaspect dat de eindtijd een moeilijke tijd is, een tijd van weeën? Ook daarin lijkt voorzien te zijn. We gaan terug naar de grondbetekenis, nl. 'pony'. Door de Karaïbse cultuur kreeg dit begrip er een emotieve symboolwaarde bij, die wonderwel lijkt te passen in de voorgestelde vertaling. Het verwijst nl. ook naar een periode van rouwen verdriet.
U zult dit begrijpen als ik u mee mag nemen naar een van de belangrijkste Karaïbse feesten, het zg. 'ponyknippen', een feest ter afsluiting van een rouwperiode. Wanneer bij de Karaïben iemand sterft zullen de naaste nabestaanden hun ponyhaar laten groeien, als teken van rouw. Zo kunnen anderen de rouwenden herkennen en men is gewaarschuwd zo iemand met rust te laten. Voor de rouwende zelf wordt het lange ponyhaar een symbool van een verdriet. Op het 'knipfeest' zelf, dat 's avonds begint, wordt het bovenlichaam van de rouwende beschilderd met zwarte roetstrepen. Lachend vertelde iemand mij eens dat dit dient om de persoon onaantrekkelijk te maken voor de aanvallen van boze geesten. Je vraagt je dan af in hoeverre het motief van angst voor de geestenwereld nog meespeelt - ik wil het zeker niet uitsluiten -, maar in elk geval krijgen de zwarte strepen in het ritueel een symboolwaarde erbij. Ze duiden net als de pony op de donkere rouwperiode. Men zingt en danst daarna op liederen die meeleven tonen en de rouwenden willen helpen afscheid te nemen van de herinnering aan de overledene.
Tegen het aanbreken van de nieuwe dag vindt dan het eigenlijke ritueel plaats: de ponyharen worden kortgeknipt en samen met de overgebleven kleren van de overledene verbrand.
Rond dit vuurtje maken de feestvierders een rituele rondedans. Als de kIeren verteerd zijn scheppen de dansers met hun voeten wat rul zand op het vuurtje als een laatste afscheidsgebaar van de rouwperiode.
Daarna gaat het feestgezelschap voor een vrolijk bad naar de rivier. Mensen die anders wel oppassen elkaar lastig te vallen bij het (gekleed) baden, gooien elkaar nu als kinderen in het water. Hierna trekt men schone kleren aan en vooral de ex-rouwdragenden worden nu mooi uitgedost. Men zingt vrolijke liederen ter inleiding op een nieuwe periode zonder rouwen geklaag. Als het een weduwe betreft is er nog een ritueel: een van tevoren aangewezen manspersoon leidt haar ten dans als teken dat ze weer huwbaar is. Dankbaar materiaal voor Karaïbse predikers om de betekenis van de doop herkenbaar te maken!
Te liefelijk?
"En toch klinkt het me net iets te liefelijk, die pony", zo hoor ik iemand reageren. Die liefelijke indruk komt natuurlijk door onze associatie met een tienergezicht of een frisse kindertoet en dat past niet bij een schrikwekkend eindtijdsbeeld.
Ik wil hierop als volgt reageren: Het eerste woord, de aanspreektitel 'Kinderen' (paidia) geeft aan de pericoop een onmiskenbaar vriendelijke toonzetting.
Met vele uitleggers vat ik haar op als synoniem van 'Kinderkens' (teknia).
Beide zijn bedoeld om de johanneische gemeente als geheel en vaderlijk aan te spreken, hen daarmee herinnerend aan de begintijd (vgl. 1 Petr. 2:2). Vandaar dat we ook paidia in 2: 18 vertaalden als 'Dierbare kinderen'.' Het daarop volgende 'laatste dag voorportaal-van' (Karaïbse woordvolgorde) brengt toch wel als eerste indruk over dat het om de laatste dag gaat.
En 'het laatste' is bij de Karaïben ook het ultieme, of meest belangrijke.
Dit en de betekenisuitbreiding van pony/voorportaal die ik in dit artikel besprak, maken het m.i. aantrekkelijk dat de Karalben zelf de vertaling wel als passend zullen ervaren. Vooral omdat door kerkelijk onderwijs 'voorportaal' ook met de hel geassocieerd wordt.
"Dierbare kinderen, we leven al in het voorportaal van de jongste dag". Ik zal niet iedereen tevreden hebben gesteld. Naar de cultuur van de Karaïben toe, aan wie het evangelie vaak paternalistisch en vervreemdend is gebracht, lijkt het mij een frisse en passende vertolking.
Ik durf niet te voorspellen dat deze greep blijvend zal aanslaan. Maar wellicht is het een geslaagd voorbeeld van zowel exegetisch verantwoord als contextueel relevant vertalen. Of, zoals we het binnenshuis zeggen, "spreken tot het hart van het Karaïbse Jeruzalem" .
Noten
1. Op het gevaar van aanpassing aan natuurlijke aspiraties wees ik eerder in De zonde van het inkapselen, Opbouw 38ejrg. nr. 2.
2. De vertaling van het N.T. en gedeelten van het O.t. in het Karaïbs kwam in 1984 op gang. Gepubliceerd werden o.m, de boeken Ruth, Jona, Lukas en Jacobus. Ongeveer 60% van het N.T. is in verschillende stadia van controle.
3. Raymond Brown in de Anchor Bible.
4. De aanspreekvormen 'vaders' en Jongelingen' duiden bij deze lezing op een onderverdeling in senioren en junioren in de gemeente.