De deur dicht?
1996-06-28
Kortgeleden besprak de vrijgemaakte synode in Berkel de relatie met de Nederlands Gereformeerde Kerken. Willem Smouter en ik waren daar namens onze kerken bij. Anders dan de christelijke gereformeerden een paar weken daarvoor mochten wij de synode niet toespreken. Als dat wel had gemogen, zou ik dit gezegd hebben: "Afgelopen zondag deden bij ons in de kerk vijf jonge mensen belijdenis van hun geloof.- Jaargang 40
- nummer 13
Ze zeiden daarmee: we zoeken ons heil buiten onszelf, in Jezus Christus. En met hun leeftijdsgenoten zongen ze uit Opwekking: 'Ik bouw op u, mijn schild en mijn Verlosser'. Het was feest die zondag in de kerk. Tegelijk was er die dag ook verdriet. Om jongeren die met hen de cathechisaties hadden gevolgd, maar waren afgehaakt. Die hun geloof niet beleden. Omdat ze het niet-meer met hun verstand of ervaring konden rijmen.
Of omdat ze de wereld hadden liefgekregen. En sommige ouders zongen het belijdenislied met tranen in hun stem. Zo was het bij ons. Maar is het bij u anders? Delen we als vrijgemaakten en nederlands gereformeerden vandaag niet dezelfde vreugde en hetzelfde verdriet?
Om jongeren (en ouderen!) die hun geloof op nieuwe manieren willen uitzingen en uitleven? Om jongeren (en ouderen!) die kappen met de kerk en/of met God? Worstelen uw dominees en ouderlingen niet met dezelfde problemen als de onze? Met vlakheid en gebrek aan diepgang in het geloofsleven?
Met een levensstijl bij kerkleden die zich nauwelijks onderscheidt van die van de wereld? En hebben we elkaar als kerken daarin niet heel erg hard nodig? Om elkaar te steunen en te bemoedigen? Om de zwakheden van de een aan te vullen met waar de ander sterk in is? In het ene Lichaam van Christus kunnen de leden toch niet zonder elkaar?
We zijn één
Sinds de breuk van de jaren zestig zijn bijna dertig jaar verstreken. En Goddank zijn we weer op gespreksafstand gekomen. Onze dominees schrijven in uw krant en spreken op uw jeugdcongressen.
Uw kerkleden komen in onze kerkdiensten en op onze ontmoetingsdagen.
We ontmoeten elkaar in politieke samenwerking en op praise-avonden.
En kerkeraden van beide kerken raken op steeds meer plaatsen met elkaar in gesprek. En ze ervaren: we delen hetzelfde geloof in Jezus Christus, gekruisigd en opgestaan, en in de Schriften die van Hem getuigen.
Daarin, broeders, zijn u en wij één. Dat moeten we tegen elkaar blijven zeggen.
Dat moeten we samen blijven belijden.
En het liefst uitzingen met elkaar. Er zijn ontegenzeglijk verschillen. De rapporten op uw tafel maken dat duidelijk. En daarom wilt u het pas begonnen gesprek tussen onze kerken stoppen.
Maar kan dat wel, als je zo één bent?
Ja, we verschillen in de manier waarop we vandaag gereformeerde kerk willen zijn. Vooral als het gaat om de vraag hoe je de gemeente moet beschermen.
En wanneer je mensen, dominees vooral, er buiten zet. Wij kiezen daarin niet de veiligste weg. Bang om schapen buiten de kudde te sluiten die de Here Jezus er bij wil hebben. Maar ook erop uit om huurling van herder te scheiden.
We doen het ongetwijfeld soms niet goed. Of misschien wel goed fout. En toch kunnen we niet terug achter de massieve muren van weleer. Inderdaad, er verschuiven bij ons dingen. Aan de randen, buiten het centrum van het geloof zijn bij ons de dingen minder zeker. Minder vast dan ze waren in 1944 of in 1967. Maar is het bij u echt anders? U volgt ons op enige afstand met liederen uit het Liedboek en straks vast en zeker ook uit Opwekking. Er wordt bij u onbekommerder dan vroeger kritiek geuit op onderdelen van de belijdenis.
Of op het niet functioneren daarvan door te weinig aandacht voor geloofsgroei en heiliging. En zelfs over de aard van het Schriftgezag groeit in uw kring diversiteit. Ook uw manier van kerk-zijn verandert, broeders. Onmiskenbaar.
Onontkoombaar. Door dezelfde worsteling als bij ons om in 1996, en dus anders dan in 1944 of 1967, gemeente van de levende God te zijn. In een wereld die zich steeds verder van Hem afkeert, maar waar we toch niet uit weg kunnen.
Open deuren nodig
En daarom, broeders, kunt u de deur naar ons niet dichtdoen. Omdat we hetzelfde geloof belijden en beleven.
Omdat we allebei worstelen om in deze tijd gemeente van Christus te blijven.
Daarin kunnen wij u niet missen, en u ons niet. Want alleen samen met alle heiligen, dus zeker de vrijgemaakte en nederlands gereformeerde, zullen we naar het woord van Paulus de liefde van Christus kennen. En om als kerken samen te kennen, te belijden, te bidden en te zingen - samen in de naam van Jezus -, zijn op zijn minst open deuren nodig." Dat had ik tegen de broeders in Berkel willen zeggen. Maar dat kon niet.
En na vele uren praten - soms hartverwarmend, soms hartverscheurendging de deur toch zachtjes dicht. Of staat-ie misschien toch nog op een kier?
Ad de Boer is lid van de Commissie voor contact en samenspreking met andere kerken