Avondmaal
1996-06-28
I- Jaargang 40
- nummer 13
achter de Tafel van de Heer
mag ik weten dat het feest is
ik moet mezelf wel steeds weer voorhouden:
we mogen samen eten en drinken,
een bruiloftsmaal notabene!
dat vraagt om een bevrijdende lach,
een opgelucht lied en glanzende ogen
waarmee we elkaar aankijken.
achter de Tafel van de Heer
zit ik mooi te kijk
met mijn geforceerde glimlach
tegenover die sombere
of op hun best genomen: ernstige gezichten
nee, het wil maar geen feest worden
en niemand heeft daarover binnenpret.
in de buurt van de Gastheer
schaam ik me
weleens
voor wie er
met mij
feestvieren, zogezegd.
II
eerst sta ik daar
alleen
achter die Tafel, zorgvuldig gedekt
met smetteloos wit,
met zilveren bekers en schalen,
een kan.
eerst sta ik daar
alleen
en bezweer de Heer
om door dat gewone heen
als een vlam bij ons
op te laaien
dan nodig ik uit
om te komen,
gezellig, in de kring
dan maak ik van een reepje witbrood
stukjes,
en schenk vervolgens uit een kan
een beker vol tot aan de rand
dan neem ik de oude
vertrouwde woorden in de mond:
'volkomen verzoening', zeg ik,
en ik geloof mijn eigen oren niet
ik zie brood rond gaan
op schalen,
bekers gaan van hand tot hand
en ik weet niet wat ik zie:
ineens is het feest.
Ad Geerlings
uit: Een Wak in mijn ogen, Kok, Kampen