Gevormd uit de as van een supernova?!

2009-06-19
  • Jaargang 53
  • nummer 13
Op de geboortedag van Charles Darwin werd het boek Gevormd uit sterrenstof van René Fransen gepresenteerd. Hierin beschrijft de auteur zijn zoektocht om het christelijke geloof en de evolutietheorie met elkaar te kunnen combineren. Met een vlotte pen schrijft hij over het uitdijende heelal, de bigbangtheorie, de vorming van chemische elementen in het binnenste van sterren, over supernova’s en vooral over de biologische evolutie.

Steunpilaren
Beknopt en to-the-point bespreekt Fransen waarom wetenschappers ervan overtuigd zijn dat het heelal, de aarde en het leven miljarden jaren oud zijn. Daarbij gaat hij uitvoerig in op argumenten van creationisten en de Intelligent Design beweging.
Fransen noemt de belangrijkste steunpilaren voor de evolutietheorie: de mogelijkheid van het DNA om te veranderen; het fossielen archief in de aardbodem; de verspreiding van diersoorten over de aarde en – vooral – de overeenkomsten tussen het DNA van verschillende soorten (p. 76). Bij dit laatste onderwerp gaat hij met name in op de overkomsten tussen chimpansee en mens.
Een bekend voorbeeld is het zogenaamde GLO-gen dat bij zoogdieren zorgt voor de laatste fase van de aanmaak van vitamine-C. Mensen en andere primaten (zoals de chimpansee b.v.) kunnen dat zelf niet aanmaken. Genetische onderzoek heeft aangetoond dat zowel de mens als hogere apensoorten, in het GLO-gen dezelfde beschadiging hebben. ‘Dit suggereert heel sterk dat het GLO-gen bij een voorouder van de primaten defect is geraakt’ (p. 92) en Fransen bedoelt dan bij een gemeenschappelijke voorouder van mens en aap. De conclusie is dan ook dat er verwantschap bestaat tussen soorten in het algemeen en tussen mensen en andere primaten in het bijzonder (p. 94).
Dit alles betekent natuurlijk niet dat er geen witte vlekken zouden zijn in de evolutietheorie. De meest fundamentele vraag is en blijft: hoe is ooit een eerste cel ontstaan, die zichzelf kon vermenigvuldigen door deling? Het is een onopgelost raadsel voor de wetenschap. In ieder geval zijn er wel sporen van eenvoudige cellen gevonden die ca. 3,5 miljard jaar oud zijn.

En de Bijbel?
Hoe zijn al deze bevindingen te combineren met de bijbelse berichten over schepping en zondeval? Voor Fransen was het een pijnlijke worsteling om geloof en evolutie in balans te krijgen. Verschillende vragen spelen daarbij een rol. Hoe kunnen we over God als Schepper spreken als het heelal en het leven volgens natuurlijke processen ontstaan zijn? Hoe zit het met de goede schepping, en met dood en lijden? Hoe zit het met de mens als beeld van God, en met Adam en Eva in het bijzonder? Wordt de zondeval nog als historisch beschouwd?
Volgens Fransen betekent schepping dat God alles van de natuur in zijn hand heeft en op onnaspeurbare manier enige sturing geeft aan bijvoorbeeld het proces van de evolutie (p. 274). Dat betekent een vrij grote autonomie van de natuur maar onder de regie van God. Hij ziet een overeenkomst met Psalm 139. Aan de ene kant erkennen we dat de prille groei van een mens een natuurlijk proces is en tegelijkertijd belijden we dat God ons geweven heeft in de moederschoot. Die autonomie van de natuur betekent ook dat er dingen volgens toevalsprocessen verlopen. Fransen stel dat God niet van te voren de uitkomst weet van zulke toevalsprocessen – zoals de bevruchting van een eicel. Als Hij dat wel zou weten, dan zou alles van te voren vastliggen en dan zou er geen mogelijkheid zijn voor keuzevrijheid van de mens.
De auteur doet een boeiend voorstel om schepping en evolutie te combineren, maar ik heb twee bedenkingen. Allereerst bij de grote rol die Fransen aan het toeval toekent. Natuurlijk erken ik dat er toevalsprocessen zijn in de natuur, maar volgens veel biologen leidt dit tot een willekeurig verloop van de geschiedenis. Als bijvoorbeeld de dino’s 65 miljoen jaar geleden niet uitgestorven waren, dan zouden er hoogst waarschijnlijk geen mensen geweest zijn. Ik had een meer kritische toetsing van dit toevalsdenken verwacht. Bovendien wordt God in deze visie volgens mij te veel een toeschouwer. Veel wetenschappers willen niet (veel) weten van een direct handelen van God in de loop van de geschiedenis. Als het gaat over zijn betrokkenheid bij het menselijk leven, dan nog wel, maar verder niet, behalve een paar wonderen uit de Bijbel. Hier zit een ernstig knelpunt, want de geschiedenis wordt dan teveel een mengsel van noodzaak en toeval met slechts een minimale ruimte voor Gods handelen. Zijn handelen is toch echt iets anders dan de ondersteunende kracht waarmee Hij de wereld in stand houdt.
In de tweede plaats betekent een evolutie van miljoenen jaren dat de dood niets te maken heeft met de zondeval van de eerste mensen. Dat het bij de straf op de zonde uitsluitend om een geestelijke dood gaat zoals Fransen beweert (p. 277), lijkt mij niet te kloppen met Paulus woorden in Romeinen 5.

De mens
Als het gaat om de eerste mensen doet de schrijver de suggestie dat God uit een groep homo sapiens één paar heeft afgezonderd (uitgekozen) en tot homo divinus gemaakt zou hebben (p. 286-87). Hij zou dit gedaan hebben toen zij zo ver geëvolueerd waren dat ze geschikt werden voor contact met Hem (p. 289). In hun roeping om de mensheid op de weg van God te leiden hebben zij gefaald. Hoewel deze zonde slechts door één mensenpaar werd begaan, gingen de gevolgen daarvan over op de gehele mensheid. Deze interpretatie is zeker niet zonder problemen zoals ook de schrijver erkent. In zijn visie blijft onduidelijk wat het betekent dat de mens naar het beeld van God geschapen is.

Worsteling
Kortom, er blijven nogal wat vragen als het gaat om het samenvoegen van de bijbelse boodschap en een evolutionair wereldbeeld. Fransen onderkent dit trouwens zelf ook. Toch hoopt hij met zijn boek te bereiken dat de polarisatie tussen geloof en wetenschap eindelijk zal verdwijnen (p. 291). Dat lijkt me een nogal hooggestemde verwachting. Ik waardeer het dat René Fransen de handschoen heeft opgepakt. Het is te merken dat hij geworsteld heeft met deze problematiek. Dat maakt het tot een indrukwekkend boek. Het is geschikt voor een breed publiek en dit betekent tevens dat de meer geïnformeerde lezer regelmatig dingen zal missen. Toch kan ik het zeker aanbevelen, zij het met enige terughoudendheid vanwege verschillende grote theologische vragen die zijn blijven liggen. Tenslotte vind ik het een gemis dat er geen register is opgenomen en dat er betrekkelijk weinig referenties worden gegeven.

Fransen, R. (2009), Gevormd uit sterrenstof. Uitgeverij Medema Vaassen. 312 p. € 22,95.

Dr. ing. Rolie Barth is sinds 2004 predikant na een loopbaan in het kernfusieonderzoek.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief