"...Maar Christus leeft in mij"

1996-06-28
  • Jaargang 40
  • nummer 13
Ruim zes jaar geleden kon u in 'Opbouw' een interview lezen met Theo van Hoof, stationsevangelist op o.a. 'Hoog-Catharijne'. Bij de naam 'Catharijne' denk je aan 'zuiver', 'schoon'. Onder de zwevers, verslaafden en verwarden trof Theo veel lelijks en onzuivers aan, veel diepe ellende en eenzaamheid. Maar als een 'barmhartige Samaritaan' knielde hij neer bij velen van hen. Steeds hoorde hij: "Ga heen, doe gij evenzo".

Gaandeweg werd Theo en zijn medewerkers duidelijk dat er een schreeuwende behoefte is aan een veilig onderdak, aan nabijheid en saamhorigheid.
In Engeland maakte hij kennis met christelijke woongemeenschappen die dat boden aan eenzamen die geen helper hebben.
Na veel rondzien en zoeken werd een plaats gevonden om een 'interkerkelijke evangelische leefgemeenschap' te vestigen: in Limburg, in de gemeente Echt, in Klooster 'Koningsbosch' te Koningsbosch.
Vorig jaar, niet lang na de opening, was ik er een paar dagen op bezoek.
Ik viel van de ene verbazing in de andere. Ervoor was het klooster (120 jaar oud) bewoond door de 'Zusters van het kostbaar bloed'. De enkele overgebleven bejaarde en amechtige zusters droegen het over aan de 'Broederschap van Jezus' (zo heet de organisatie van Theo en de zijnen).
Waar moet u aan denken? Aan een gigantisch gebouw van 88 kamers, met zalen van woon- en recreatiekamers, met een hotelkeuken, met landbouwgrond, boomgaarden, park, bos, met zitjes onder oude bomen, alles omgeven door een oude kloostermuur.
Een oase van rust.O ja, ook op het terrein: het sobere kloosterkerkhof.
Daar liggen ze: de zusters Godefrida, Rosalia, Athanasia, Xaveria, Hilaria, Gregoria e.v.a. (en vele anderen).
Ook hoort er een groot kerkgebouwen een kapel bij.
Ik gebruikte de eerste uren om het geheel een beetje te verkennen. Ik betreurde het al rap geen steentjes of zo meegenomen te hebben om als Klein Duimpje de weg terug te vinden uit die doolhof en dacht even: "Dit komt nooit weer goed".
Vorig jaar stond de gemeenschap duidelijk in de kinderschoenen. Het aantal bewoners en gasten was nog beperkt.
Er was/is een bestuur maar het dagelijkse, practische werk lag toch voornamelijk op het bordje van Theo van Hoof.
Het was goed er te zijn. Er was rust en veel tijd voor bezinning en gesprek rond dagopening en -sluiting in de kapel, rond de maaltijden en het gezamenlijk koffiedrinken en ook tijdens de activiteiten als b.v. de afwas. Wat mij trof was de tegemoetkomendheid van bewoners en gasten. Je werd al gauw als vriend behandeld door mensen die vaak zeer geschonden zijn en die een zwaar belast verleden hebben. En je denkt: al die ellende had mij ook kunnen overkomen. Wat een voorrecht dat God me overeind gehouden heeft en me heeft behoed.
En je vertrekt met de vurige hoop dat dit werk gezegend zal worden en mag blijven bestaan. Onlangs ben ik er weer een dag of vier geweest. Er was veel veranderd.
Je zit met veel meer mensen aan tafel: er zijn nu ong. 22 bewoners.
Alleenstaanden maar ook echtparen.
Mensen die 'gewoon' gekomen zijn alleen om deel uit te maken van een christelijke gemeenschap maar ook en vooral bewoners met een psychiatrische problematiek, met een verleden van mateloze verslaving die langer of korter op straat leefden en rondzwierven.
Er is hulp van een psycholoog, van een administrateur, van een 'manus-van-alles' die Theo kan vervangen en van verdere vrijwilligers.
De gemeenschap wil 'huisgezin van God' zijn, 'broederschap van Jezus' en zoveel mogelijk leven naar het model van de eerste christengemeente uit Handelingen 4.
Als je dan binnenkomt als gereformeerd kerkmens met al je scepsis ben je geneigd te denken: wat een hooggestemde idealen. Maar toch: er is een begin. Naar wie deel wil gaan uitmaken van het gezin wordt zorgvuldig geluisterd. De nood en behoefte wordt gepeild. En als het maar even kan wordt er een hartelijk woord van welkom gesproken.
In de dagelijkse gang van zaken en in de omgang met elkaar zie je de wil om elkaars lasten te dragen en om elkaar te helpen, bij voorbeeld ook bij het lezen van de Schrift en het overdenken van Schriftgedeelten.
Velen hier zijn 'nieuwe gelovigen' en vol van enthousiasme over hun nieuwe Vriend en Broeder, onze Here Jezus Christus. En je weet weer: voor onze zieke wereld is er maar één 'medicijn': het voor waar aannemen van het reddende Evangelie en het geloven in Christus als je persoonlijke Verlosser.
Het kan overdrijven lijken maar in dit 'gezin' (dat als een gewoon gezin natuurlijk ook z'n problemen heeft) is Christus de Hoofdbewoner.
En in z'n bewogenheid en zorgzaamheid zie je bij Theo van Hoof iets van wat Paulus over zichzelf zei in Galaten 2:20: "Maar Christus leeft in mij".
In de dienst van zondagmiddag in de kapel (waar ook bewoners van het R.K.-dorp welkom zijn én komen) en in de dagopening de volgende dag mocht ik spreken over Mattheüs 5:1-12 'De zaligsprekingen'.
Gefeliciteerd de armen van geest, de treurenden, de hongerenden naar gerechtigheid, de vredestichters... In grote rust bemoedigde Christus schapen zonder herder die in Hem de grote Herder herkenden, toen en nu.
Moe van alle gesprekken en emoties wilde ik 's middags even slapen. Het lukte niet. Een bewoner (laat ik hem Piet noemen) dweilde de gang en zong aan één stuk: "Ik vermag alle dingen door Hem die mij kracht geeft, hiep hoi".
Je maakt er van alles mee in die kloostergemeenschap en je kunt er ook lachen.
In 'Visie' staat al wekenlang de advertentie: "Gezocht: medewerkers en bewoners (m/v) voor onze interkerkelijke ev. kloostergemeenschap. Ook voor vacantie en congres! 'Broederschap van Jezus'. Kerkstraat 119, 6104 AB Koningsbosch. Tel. 0475-301625 en 0341-360259."
U bent er van harte welkom om kennis te maken. En vraagt u in ieder geval eens de NIEUWSBRIEF aan.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief