Kinderen aan het avondmaal?

1995-01-13
  • Jaargang 39
  • nummer 1
Stel, we verblijven met ons gezin een weekend in de buurt van Oordreent. 's Zondags gaan we met het gezin naar de Ned. Geref. Kerk ter plaatse en wat dan? Laten we onze kinderen wel of niet deelnemen aan de wekelijks terugkerende avondmaalsviering te Dordrecht? We hebben het ons wel eens afgevraagd. Om te beginnen zouden de kinderen daar natuurlijk op voorbereid moeten worden en het zelf ook moeten willen, maar is dat het geval, dan zullen wij ze van harte in de gelegenheid stellen samen met ons en de andere gemeenteleden aan de maaltijd van de Here deel te nemen.
Maar dan zijn we weer terug in de eigen gemeente van Enschede-Zuid en wat doe je dan? Een pleidooi voeren voor 'kinderen aan het avondmaal'? Het gesprek hierover openbreken?
Nee, niets van dat alles, zelfs geen poging in die richting. Wat mij betreft blijft alles zoals het was en is en tijdens de catechisatie verdedig ik met een goed geweten en evenzeer van harte, dat er goede redenen zijn om tot de viering van het heilig avondmaal slechts toe te laten degenen die belijdenis van hun geloof hebben afgelegd.

Zo op het eerste gezicht heeft deze gedachtengang iets inconsequents en halfslachtigs. Wat ben je nu, voor of tegen kinderen aan het avondmaal?
Erg principieel ligt het m.i. inderdaad niet. De deelname van kinderen aan de avondmaalsviering is niet onbijbels, zeker geen dwaalleer, maar evenmin aanbevelenswaardig en nog veel minder een must. Hoewel er ook voor kinderen plaats aan tafel inruimd mag worden, gaat mijn voorkeur uit naar het handhaven van de trits 'doopbel ijdenis-avondmaal'.

Schriftberoep
Sinds ds. G. Visee in 1965 een pleidooi voerde voor de deelname van kinderen aan de maaltijd van de Here, zijn er in de loop van de tijd verschillende predikanten geweest die hun zienswijze op dit onderwerp publiek uiteen hebben gezet. Heel recent nog pleitte ds. J.J. van Es ervoor kinderen bij de viering te betrekken, zonder hen aan de viering deel te laten nemen. Ook ik wil in dit artikel een duit in het zakje van de bezinning doen. Mijn interesse gaat echter niet alleen uit naar het onderwerp als zodanig, maar mede naar de manier waarop anderen hun gedachten vormen, vooral naar de argumenten die ze vinden in de Bijbel en de konklusies die aan die argumenten verbonden worden. Zowel voorals teqenstanders immers beroepen zich op de Schrift. Heel zorgvuldig wordt de Schrift afgetast, 'gescand' op alles wat voor een standpuntbepaling van belang kan zijn. Op basis van de zo gevonden gegevens wordt vervolgens de eigen positie bepaald. Zo moet dat ook, zo moet het blijven en ook ik zal dit artikel deze weg gaan.
Maar op één punt verschilt mijn gedachtengang van wat ik totnogtoe gelezen heb. Het resultaat van de exegese valt wat mij betreft niet samen met het resultaat van de bezinning.
Het is m.i. geoorloofd - niet uit eigenwijsheid of ongehoorzaamheid jegens de Schrift - je naast de exegese van de relevante passages af te vragen: zijn er nog andere argumenten die een rol mogen spelen bij de standpuntbepaling? Andere argumenten, die ook van hoog bijbels gehalte zijn? Dat is de invalshoek van dit artikel.
Nu eerst een overzicht van de bijbelse gronden die door anderen worden aangevoerd voor of tegen toelating van kinderen tot het heilig avondmaal.
Binnen onze kerken zijn een tweetal gedachtenlijnen aanwijsbaar.

Kinderen aan de Pascha-maaltijd
Voorstanders benadrukken de nauwe relatie tussen de Pascha-maaltijd en de avondmaalsviering. De Paschamaaitijd immers is uitgangspunt voor de instelling van het heilig avondmaal.
En van de Here Jezus staat geschreven: " ... want ook ons Pascha (paaslam) is voor ons geslacht, namelijk Christus" (1 Kor. 5:7). Het avondmaal ligt dus in het verlengde van de Paasmaaltijd, is daarvan de vervulling.
Hierin zien sommigen een belangrijk bijbels argument om ook kinderen aan de maaltijd des Heren te laten deelnemen, aangezien de kinderen (zie Ex. 12, m.n. :26) aan de Pascha-maaltijd deelnamen. De Pascha-maaltijd was geen maaltijd voor een selekt groepje ingewijden, maar een familiegebeuren.
Een andere lijn die zich van het Oude naar het Nieuwe Testament laat doortrekken is de lijn van het verbond. Het heilig avondmaal is een verbondsmaaltijd.
Zegt de Here niet, nadat Hij over de beker de dankzegging heeft uitgesproken: "Drinkt allen daaruit, want dit is het bloed van mijn verbond, dat voor velen vergoten wordt tot vergeving van zonden ..." (Mat. 26:28)?
Zoals de HEREop de Horeb met het gehele volk een met bloed bekrachtigd verbond sloot (Ex. 24:8), zo sluit de Heiland een nieuw verbond in zijn bloed met het gehele nieuwe verbondsvolk en het heilig avondmaal is daarvan teken en zegel. Het avondmaal is - net als de doop, een teken, niet allereerst van het door ons beleden geloof, maar van het nieuwe verbond dat God in Christus heeft opgericht.
De goede, bijbelse argumenten waarmee wij de kinderdoop verdedigen, zijn dus ook van toepassing op de deelname aan het avondmaal.

Onderscheidingsvermogen
Degenen die gereserveerd staan tegenover kinderen aan het avondmaal wijzen vooral op 1 Kor. 11:17-34, m.n. :27-29. Paulus probeert hier de Korinthiërs ervan te overtuigen dat hun avondmaalspraktijk volstrekt in strijd is met de essentie van het avondmaal.
Middels brood en beker immers kom je heel direkt in aanraking met de Here Jezus Zelf, met zijn verbroken lichaam, zijn vergoten bloed. De drinkbeker der dankzegging is gemeenschap met het bloed van Christus. Het brood dat wij breken gemeenschap met het lichaam van Christus (1 Kor. 10:16). Door die gemeenschap met Christus komen we ook in een heel nauwe relatie tot elkaar: Omdat het één brood is, zijn wij, hoe velen ook, één lichaam. (1 Kor. 10:17).Wie aan de viering deelneemt moet zich deze dingen bewust zijn. Is hij/zij niet van dit besef doortrokken en eet en drinkt iemand op onwaardige wijze, dan vergrijpt hij zich aan het lichaam en bloed van Christus. Het vermogen om jezelf onder geestelijke kritiek te stellen is daarom een vereiste: Wie eet en drinkt eet en drinkt zichzelf een oordeel als hij het lichaam niet onderscheidt.
Wat dat ook precies mag betekenen, 'het lichaam onderscheiden'ziet dat op het lichaam van Christus of op de gemeente - is niet zo heel belangrijk.
Feit blijft, dat voor de deelname aan de maaltijd van de Here nodig is het vermogen om als het ware afstand te nemen van jezelf en je gedrag kritisch onder de loupe te nemen.
En dat is iets wat kinderen nog moeten leren. Kinderen zijn nog in ontwikkeling, zijn nog niet tot 'de jaren des onderscheids' gekomen en kunnen om deze reden dus niet deelnemen aan de maaltijd van de Here.
Ook overigens degenen die tégen kinderen aan het avondmaal zijn, zien het avondmaal als een verbondsteken, net als de doop. Maar zij benadrukken meer het verschil tussen beide tekenen dan de overeenkomsten. Aan het verbond van God met ons zitten immers twee kanten? De eerste is dat het eenzijdig van God uitgaat, helemaal teruggaat op zijn initiatief. De andere, dat wij mensen ook werkelijk uit het verbond moeten leven. Gods initiatief wil aankomen, het Woord vraagt antwoord.
Het verbond is eenzijdig in zijn ont-staan, tweezijdig in zijn be-staan.
In het sacrament van de doop zou dan vooral Gods eenzijdig initiatief tot uiting komen. In het sacrament van het avondmaal vooral de tweezijdigheid van het verbond, Woord en antwoord ineen. Twee tekenen en zegelen van Gods verbond, maar elk met een eigen accent. De één op het woord, de ander op het antwoord.

Sterkste papieren
Ik weet niet hoe het anderen vergaat als ze deze argumenten beluisteren, maar ik vind ze allebei wel wat hebben.
Toch, beperk ik me tot het luiste ren naar de Schrift, dan meen ik dat het toelaten van de kinderen tot de avondmaalstafel de sterkste, exegetische papieren heeft. Niet dat ik dat met 100% zekerheid kan zeggen: nergens in de Bijbel staat het met zoveel woorden. Maar een tweetal Schriftgegevens die nog niet eerder bij de bezinning betrokken zijn geweest, doen wat mij betreft de balans doorslaan.

1 Korinthiërs 10: 1-5
Allereerst wil ik wijzen op 1 Kor. 10:1-5,waar staat geschreven: Want ik stel er prijs op, broeders, dat gij weet, dat onze vaderen allen onder de wolk waren, allen door de zee heengingen, allen zich in Mozes lieten dopen in de wolk en in de zee, allen hetzelfde geestelijke voedsel aten en allen dezelfde geestelijke drank dronken, want zij dronken uit een geestelijke rots, welke met hen meeging, en die rots was de Christus. En toch heeft God in het merendeel van hen geen welgevallen gehad, want zij werden neergeveld in de woestijn.
De weg van het volk Israël door de Schelfzee en door de woestijn wordt hier het nieuwtestamentische Godsvolk tot voorbeeld, tot waarschuwend voorbeeld gesteld. En om de waarschuwing zo sterk mogelijk te laten overkomen aktualiseert de apostel de 'oude' geschiedenis. Oud en nieuw vloeien in elkaar over. Dat kan, want in beide is dezelfde Here aan het werk!
Zonder een lange omweg te maken vertaalt hij het toen en daar gebeurde naar het voor de lezers herkenbare, zoals ook een predikant in zijn preek door een bepaalde woordkeus een bijbelgedeelte kan toepassen en aktualiseren.
Zoals in die tijd de wolk van Gods heerlijkheid, de doortocht door de Schelfzee onder leiding van Mozes, het eten van het manna en het drinken uit de rots omiskenbare tekenen waren van Gods overweldigende kracht en liefde en nabijheid, ja, Christus' overweldigende liefde en nabijheid!, zo zijn dat in het Nieuwe Testament de tekenen van doop en avondmaal.
Terzijde, dit bijbelgedeelte is één van de heel weinige plaatsen in het Nieuwe Testament waarin doop en avondmaal in een onderling verband zijn samengebracht.
Bij deze tekst een drietal kanttekeningen:
1. Opvallend is, dat doop en avondmaal hier verbonden worden, niet aan besnijdenis en Pascha, maar - meer associatief - aan gebeurtenissen, die je er niet zo heel gauw aan verbinden zou, andere momenten uit de geschiedenis van God met Israël: de bevrijding uit Egypte, de tocht door de woestijn.
Ook de Here Jezus heeft in zijn onderricht van Joh. 6:22-59 de betekenis van zijn kruisdood verbonden aan, vergeleken met het manna dat de vaderen in de woestijn ontvingen.
Daarvan kunnen we leren niet te krampachtig te stellen, dat de doop linea recta vervulling is van de besnijdenis en het avondmaal linea recta vervulling van de Pascha-maaltijd.
Vele andere elementen uit de heilsgeschiedenis komen in beide tot uitdrukking.
We moeten voorzichtig zijn uit die inderdaad evidente link die er ligt tussen de Pascha-maaltijd en het avondmaal de konklusie te trekken, dat dus de kinderen deelnamen. Het Pascha heeft niet model voor het avondmaal gestaan. In het avondmaal komen vele lijnen uit het Oude Testament samen die daarin 'in Christus' verwerkt worden.

2. Opvallend vervolgens is de verhouding waarin doop en avondmaal in dit schriftwoord tot elkaar staan. Samen drukken ze hetzelfde uit, namelijk de geweldige, nieuwe werkelijkheid die door het verlossingswerk van Jezus Christus tot stand is gebracht. De gemeente leeft in Christus' werk, leeft uit Christus' werk, zoals Israël leefde in de wonderlijke werkelijkheid van Gods bevrijdende nabijheid. Ik bespeur hier niet, dat in de doop het accent zou liggen op de eenzijdigheid van het verbondsontstaan en dat in de avondmaalsviering het accent ligt op de tweezijdigheid van het verbondsbestaan.
Ook als ik verder de schriftgegevens aangaande doop en avondmaal naga, vind ik de accenten zo niet gelegd. Ik zie er een konstruktie achteraf in. Een mooie, verdedigbare konstruktie, maar dan toch een konstruktie achteraf.

3. Tenslotte valt me in dit bijbelgedeelte het kollektieve van de formuleringen op. Allen lieten zich in Mozes dopen in de wolk en in de zee, al/en aten hetzelfde geestelijke voedsel, allen dronken dezelfde geestelijke drank. Nu mag uit dat woordje 'allen' alleen niet de konklusie getrokken worden, dat kinderen dus gedoopt werden en dus aan het avondmaal gingen. Van een 'bewijstekst' wil ik niet spreken, omdat Paulus hier heel andere zaken aan de orde stelt en al helemaal niet ons probleem van kinderen aan het avondmaal voor ogen had.
Maar de vanzelfsprekendheid waarmee Paulus de lijn doortrekt van het totale oudtestamentische Godsvolk naar het totale nieuwtestamentische Godsvolk, zet wel aan het denken en doet uiteindelijk de balans doorslaan.
Zoals tijdens de Uittocht en in de woestijn heel Israël Gods verlossende nabijheid ervoer, zo mag heel de gemeente van Christus dat ook in de tekenen van water, brood en wijn ervaren.

Mijn indruk is dus, dat het Nieuwe Testament de toelating van kinderen tot het avondmaal op geen enkele manier in de weg staat. De geweldige werkelijkheid van Christus' werk mag door het geheel van de gemeente in volheid beleefd en gevierd worden, kinderen incluis.

Anders aansprakelijk
Maar hoe zit het dan met het jezelf beproeven en het onderscheidingsvermogen van 1 Kor. 11:28,29? Dit vermogen bezitten kinderen toch niet? Dat klopt. Ook de Schrift werkt met het gegeven, dat mensen door ervaringen heen tot het zelfstandig beoordelen van goed en kwaad komen, als het goed is tenminste. In Heb. 5:13 en 14 wordt onderscheid gemaakt tussen kinderen en volwassenen: "De vaste spijs is voor de volwassenen, die door het gebruik hun zinnen hebben geoefend in het onderscheiden van goed en kwaad.' Waaruit duidelijk blijkt, dat het vermogen zelfstandig te onderscheiden tussen goed en kwaad wordt toegeschreven, niet aan het kind, maar aan de volgroeide mens. Ook op Deut. 1:39 en Jes. 7:14-16 zou gewezen kunnen worden. Het is echter de vraag of dit gegeven tégen de toelating van kinderen tot het avondmaal pleit. Eerder meen ik, dat kinderen, juist omdat ze een nog onontwikkeld onderscheidingsvermogen hebben, vrijelijk tot de viering toegelaten mogen worden. Zij kunnen de volle last van die beslissing niet dragen, maar hoeven dat ook niet, daar zijn ze juist kind voor. Nogmaals wil ik wijzen op Deut. 1:39, waar staat geschreven: "En uw kleine kinderen, waarvan gij gezegd hebt: ten roof zullen zij zijn, - en uw zonen, die op dit ogenblik nog geen kennis hebben van goed en kwaad, die zullen daar (in het beloofde land, JMM) komen, ja aan hen zal Ik het geven en zij zullen het in bezit nemen." De kinderen kwamen niet in de woestijn om met hun weerspannige ouders, omdat ze nog niet tot de jaren des onderscheids gekomen zijn. Zij krijgen daarom vrije toegang tot het beloofde land. 1 Kor. 11:28,29 mag dus niet tegen kinderen aan het avondmaal in het geweer worden gebracht, omdat onderscheidingsvermogen van kinderen niet verlangd wordt.

Doop-belijdenis-avondmaal
En toch, ondanks deze schriftgegevens hoeft wat mij betreft het avondmaal niet voor kinderen opengesteld te worden. Niet dat ik ergens nadrukkelijk voor of tegen ben, het gaat me vooral om wat je dan opgeeft, de trits doop-belijdenis-avondmaal. Die is heel waardevol en op een eigen manier óók heel schriftuurlijk, al moet ronduit worden toegegeven, dat ze zo niet uit de Heilige Schrift komt weglopen.
Nergens is ze direkt tot de Schrift herleidbaar, ze is een menselijke konstruktie, een menselijke poging om het leven van de gesettelde gemeente een verantwoorde struktuur te geven.
Maar desondanks een konstruktie van hoog bijbels gehalte, waarin enkele elementaire schriftgegevens tot hun recht komen.
Aan de ene kant horen kinderen blijkens Gods Woord echt en helemaal bij de gemeente van Christus. De Here Zelf verzekert ons dat ze er bij horen, ze zijn werkelijk opgenomen in Zijn verbond met ons. Om deze reden moeten de kinderen gedoopt worden. God is ons in de keuze voor. Hij heeft voor ons gekozen, hoewel wij nog niet konden kiezen. Hij had ons al lief toen wij nog niets van geloof, hoop en liefde wisten. Dit is die prachtige, troostvolle rode draad, die we door de hele Schrift zien lopen.
Aan de andere kant echter is het deel uitmaken van het volk van God uiteindelijk geen kwestie van geboorte of afkomst, maar van persoonlijk geloof, van een persoonlijke keuze. Immers, "Allen die Hem aangenomen hebben, hun heeft Hij macht gegeven kinderen van God te worden, hun die in zijn naam geloven; die niet uit bloed, noch uit de wil van het vlees, noch uit de wil van een man, maar uit God geboren zijn." (Joh. 1:12,13).Om het zo te zeggen: geheiligden in Christus (1 Kor. 7:14) moeten nog gelovigen in Christus worden. Het volk van God is een geestelijke grootheid.
Als ouders, als gemeente, weet je dat het gedoopte kind zelf ook nog kiezen moet. Aanvankelijk gaat het vanzelf mee met de ouders naar de kerk, 'Aan moeders hand tot Jezus'. Heel natuurlijk leert het van de ouders te bidden en bijbel te lezen, door de ouders heen te zien tot God, hoop ik tenminste, bid ik. Maar er komt bij ieder kind een levensfase, dat het 'ik' van het kind zich nadrukkelijk losmaakt van de ouders om een 'zelfstandig' ik te worden.
Verzelfstandiging, volwassen worden. Dan gaat het er om spannen.
Beantwoordt het kind Gods in de doop gegeven ja-woord, of niet?
In de drieslag doop-belijdenis-avondmaal komen deze twee elementaire bijbelse gegevens - inderdaad, de twee kanten van het verbond - èn de ontwikkelingsgang van het kind heel goed tot hun recht. In de doop het volle gewicht van Gods keus voor het kind. In de drempel van de belijdenis die je over moet voordat je deelneemt aan de maaltijd van de Here het gewicht van de persoonlijke keus. En daarom, ondanks het feit dat kinderen op schriftuurlijke grond aan Tafel mogen, meen ik dat er goede redenen zijn om dat niet te doen en 'het systeem' van doop-belijdenis-avondmaal rustig te handhaven.

Ter afsluiting
Ik herinner me, dat ik als jongen van tien, elf jaar ooit op de vraag die altijd voor de laatste tafel van die zondag gesteld wordt (werd?) - "Zijn er nog die met ons de dood van de Here willen verkondigen?" ..(pauze) .. "Zo niet, dan zal dit de laatste tafel van deze zondag zijn ..." - van de gelegenheid gebruik heb gemaakt om tijdens de pauze hardop 'Ja' door de kerk te zeggen. Dat was wel gemeend, al speelde nieuwsgierigheid een grotere rol. Wat gebeurde daar toch allemaal vooraan in de kerk? Het was een schouwspel, een mysteriespel bijna, dat zich afspeelde op grote afstand.
Gevolg hiervan is, dat ik vanaf de eerste keer dat ik als predikant het avondmaal mag bedienen de kinderen vraag - voorafgaande aan de viering - naar voren te komen. Ze mogen dan aan tafel zitten en ik leg hen uit wat er gebeurt en waarom het gebeurt.
Steeds weer anders, met soms wat herhaling. Zo leren ze dat het ook hen aangaat en raken ze er alvast wat vertrouwd mee. Een enkele keer heb ik de neiging om hen even een stukje brood toe te stoppen. AI was het alleen maar om te onderstrepen, dat ze er echt bij horen. Ik doe dat niet, al zou het geen kwaad kunnen. Maar dat er toch nog een beetje afstand blijft is niet erg. Er is nog een drempel die ze over moeten. Van meegaande kinderen, moeten het nog bewust kiezende volwassenen worden.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief