Dominees naar Israël

1995-01-13
  • Jaargang 39
  • nummer 1
Op initiatief van kollega Van Dijk uit Hattem had de stichting 'Christenen voor Israël' een studiereis voor jongere predikanten georganiseerd.
Er was nogal wat animo voor vanuit de predikanten en de meeste kerkeraden waren royaal in het verlenen van studieverlof.
Maar liefst 16 NG dominees gingen mee.
En zo hebben we tien dagen met elkaar opgetrokken.
We hebben het onderling heel goed gehad, hoe verschillend we ook zijn, wat voor verschillende gemeentes we ook dienen en hoe divers allerlei opvattingen onder ons ook aanwezig zijn. In dit artikeltje wil ik u een enkele indruk geven van wat wij in deze dagen zijn tegengekomen. Niet een reisverslag dus, maar ik haal een aantal punten naar voren die mogelijk voor de lezer interessant zijn.


En laat ik dan direkt met een heikel punt mogen beginnen. De stichting, die een maandelijkse krant uitgeeft, bleek bepaald niet door alle deelnemers enthousiast begroet te worden.
Een paar predikanten hebben daarom afgezien van deze reis. 't Gaat dan vooral over het punt dat de stichting een heel duidelijke visie heeft op de staat Israël, op het land en het volk, op de manier waarop je de Schriften, mn.
profetieën, leest en dat er weinig tot geen mogelijkheden lijken te zijn om op hun zienswijze kritisch in te gaan.
De stellingname van de stichting nodigt daartoe niet bepaald uit. De eerste dagen van ons bezoek proefde je dan ook de spanning op dit punt. Maar al redelijk snel barstte de diskussie los en werd er intensief met elkaar gesproken en naar elkaars visie geluisterd.
Het werd af en toe haast een fel en emotioneel debat. En het was goed.
Niet dat we het met elkaar eens werden, maar ik heb wel de indruk dat er meer duidelijkheid ontstaan is zowel bij de stichting als bij de deelnemers over elkaars motieven. En de verwachting is dat het gesprek op een of andere manier nog zal worden voortgezet.
Heel globaal gezegd gaat het over vragen als: Valt er nog iets bijzonders te verwachten voor het joodse volk?
Wat is de betekenis van de vestiging in 1948van de staat Israël? En wat heeft die ons vandaag te zeggen, worden wij hiermee gekonfronteerd met onze houding naar joden toe? Verwekken wij hen tot jaloersheid? Maken wij op dit moment, in de komst van vele joden naar het land Israël, een vervuIling mee van profetieën als Ez. 36 (vs. 24)? Wat is de betekenis in deze dingen van Christus' komst, kruisiging en opstanding? Over deze vragen en wat er mee samenhangt is in de groep zeer intensief nagedacht en vele lange gesprekken werden hiermee gevuld.
Ons eerste reisdoel in het land was Vad Vashem, de plaats waar Israël de 6.000.000joden herdenkt die in de 2e wereldoorlog zijn omgekomen. Onze gids zei: dit is een goede plaats om te beginnen, anders begrijp je de achtergrond van Israël niet. Het is een uiterst sobere plek, en juist daardoor enorm indrukwekkend. De naam van deze herdenkingsplaats komt uit Jes. 55,6, waar de HEREzegt: Ik geef hun ... een gedenkteken en een naam. De meeste indruk op mij maakte het kindermonument, ter herinnering aan de 1.500.000 omgebrachte joodse kinderen.
We hebben een aantal gesprekken gehad met joden, o.a. met de ook in Nederland wel bekende Wiesje de Lange. En natuurlik spraken we vooral over hun geloof. Wat ons in deze gesprekken sterk opviel was het 'menselijke element' in hun verhalen. Lev. 17,11kwam een aantal keren ter sprake - de tekst waarin geopenbaard wordt dat de verzoening van God afkomstig is. Maar het woord 'verzoening' kregen onze sprekers om zo te zeggen niet uit hun mond. Dat gebeurde pas bij verder doorvragen en wat bleek? Verzoening is het resultaat van iemands bekering. De mens is Gods partner in alles, inklusief de verzoening! Wat verder teleur stelde was dat er zo weinig te bespeuren was van een Messias-verwachting.
Ook hebben we gesproken met de (joodse) voorganger van de Messiasbelijdende gemeente van Tiberias. Hij vertelde ons dat de gemeente in het begin veel met tegenstand te maken had. Van het gebouw waar de gemeente samenkwam werden ruiten ingegooid en ook vond er brandstichting plaats. Verder was er eens op diverse plaatsen in Tiberias een lijst opgehangen met daarop de namen van mensen die in Jezus als de Messias geloven met de oproep erbij om kontakt met deze mensen en hun kinderen te mijden. Nu was er wat meer tolerantie. Die Iijst trouwens werkte niet alleen negatief, maar ook positief.
Er waren mensen die juist kontakt zochten met iemand van de lijst en ze maakten zich bekend als ook Messiasbelijders!
Wat mij opviel bij deze voorganger was dat hij stelde dat Jezus voor hem het belangrijkste is - en het is een geweldige ervaring om dat van een jood te horen - èn dat hij tegelijk de oudtestamentische profetieën over terugkeer van het joodse volk naar het land letterlijk neemt, ook dus na alles wat Christus voor ons heeft gedaan.
Ook verwachtte deze broeder een herbouw van de tempel. Niet een tempel om offers te brengen tot vergeving van onze zonden, maar zoals de oudtestamentische offers vooruit wezen naar Christus, zo zullen, in zijn opinie, de offers in de herbouwde tempel naar Christus terug wijzen.
De stad Jeruzalem waarin zoveel gebeurd is, heeft op velen van ons aardig wat indruk gemaakt. Wat wel heel schrijnend is, vond ik, is dat bij de plaats van de vroegere tempel, van het heilige der heiligen, nu een moskee en de Rotskoepel staan. Dit heiligdom voor moslems fungeert van alle kanten als een blikvanger. En dat in de stad waar onze Heiland het heil voor ons verwierf!
We hebben ons ook wat met pol itiek bezig gehouden. O.a. met de vraag of Israël Samaria en Judea, de 'bezette gebieden' zoals ze in onze media genoemd worden, moet afstaan aan de palestijnen. En wat moet er met de Golan gebeuren? We hebben geen ontmoeting met palestijnen en arabieren gehad, maar uit de informatie die we van politici ontvingen (zowel iemand van de regeringspartij - de Arbeiderspartij - als iemand van de oppositie, van de Likoed) is ons wel duidelijk geworden dat het een moeilijk probleem is voor de mensen daar.
Alle deelnemers waren aan het eind van de reis moe en voldaan. Zonder dat je a.h.w. een 'Israël-fanaat' gaat worden, vond iedereen het heel goed om een tijdje te hebben doorgebracht in het land waarin de Here Jezus heeft geleefd. Allerlei dingen uit de Bijbel kun je je nu veel beter en konkreter voorstellen. Ik had me bijv. nooit gerealiseerd dat de woestijn direkt buiten Jeruzalem ligt en dat het land werkelijk bezaaid is met stenen, vgl. Ps. 91,12. En een Schriftwoord als: Rondom Jeruzalem zijn bergen; zo is de HERE rondom zijn volk uit Ps. 125 spreekt nu veel sterker. Kortom: niemand van ons had spijt te zijn mee geweest. Integendeel! Er waren zelfs geluiden te horen dat een dergelijke onderneming voor iedere aanstaande predikant een 'must' is.
Tot slot nog een opmerking uit de joodse traditie. Weet u waarom de joden twee platen met geboden hebben?
Wel, God vroeg aan het joodse volk: "Willen jullie mijn geboden hebben?"
Het volk zei: "Wat kost dat?"
Antwoord: "Niets!" Het volk: "Wat?!"
Weer hetzelfde antwoord: "Niets."
Toen zei het volk: "Doe er dan maar twee!"

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief