Onderscheiden waarop het aankomt
1995-01-27
Bekijkt een 'orthodox-gereformeerde' buitenstaander de Nederlands Gereformeerde Kerken, dan is er veel, dat hij maar moeilijk plaatsen kan. Gaat hij 's zondags de kerken langs, dan ontdekt hij behoorlijke liturgische verschillen; van gemeenten waarin alleen oude berijming gezongen wordt, tot gemeenten waarin naast het Liedboek ook onberijmde psalmen en evangelische liederen gezongen worden. Diensten waarin de aandacht voor het kind in het oog springt en diensten waarin dat ogenschijnlijk veel minder het geval is. Gemeenten waar vrouwen deel uitmaken van de kerkeraad of kinderen aan de avondmaalsviering, maar veel meer gemeenten waar dit niet zo is. Geen wonder dat sommige ordentelijk qeretormeeräen onze kerken een rommeltje vinden en zich afvragen hoe zo'n zooitje ongeregeld' als kerk staande kan blijven.- Jaargang 39
- nummer 2
Bindmiddel
Je vraagt je wel eens af: wat bindt onze kerken en houdt ze samen, ondanks die soms verregaande veelvormigheid? In Fil. 1:9,10 zie ik een Schriftwoord dat al vele jaren essentieel voor onze kerken is: Dit bid ik, dat uw liefde nog steeds meer overvloedig moge zijn in helder inzicht en alle fijngevoeligheid om te onderscheiden waarop het aankomt.
Voor het kerkelijk leven is de gave om te onderscheiden waarop het aankomt van levensbelang. Er zijn zaken waarop het aankomt. Daarvoor moet je staan, daaruit moet je leven, daarmee staat of valt het kerk-van-Christus-zijn. Zijn er echter zaken waarop het aankomt, dan zijn er ook zaken waarop het niet of in mindere mate aankomt. Er zijn dus ook zaken waarover je met elkaar van mening, van vormgeving, van geloofsuiting mag verschillen. Zolang datgene waarop het in de Schriften aankomt maar zuiver wordt bewaard, kan er ondanks een grote mate van verscheidenheid een werkelijke en wezenlijke eenheid bestaan, die door allen ook beleefd wordt.
Heeft een kerk of gemeente van deze dingen geen weet, dan is die gedoemd in permanente strijd te verkeren over vragen die slechts betrekkelijke betekenis hebben. Weet echter een kerk van Christus waarop het aankomt, dan heb je hèt bindmiddel gevonden. Dat wil niet zeggen dat de vragen waarvoor zo'n kerkgemeenschap vervolgens komt te staan er niet toe doen. Sommige vragen zijn een stevig gesprek op het scherp van de snede best waard, maar zolang je met elkaar één bent in datgene waarop het aankomt, zijn de felheid en het fanatisme waarmee men zich op sommige vragen werpen kan er af. Zelfs als de spanningen oplopen en het kerkzijn voor kortere of langere tijd moeilijk is, kan de eenheid in de kerk bewaard blijven door het besef: hier komt het toch niet op aan.
Waarop komt het aan?
Dat is een vraag die voor iedere kerk, maar zeker voor onze kerken, van het grootste belang is. Het mooie is, dat de Schrift voorgaat in de beantwoording van deze vraag. Zo zegt de apostel Paulus in 1 Kor. 2:2: Want ik had niet besloten iets te weten onder u dan Jezus Christus en die gekruisigd. Heel de prediking van Paulus wordt hier teruggebracht tot de essentie: de gekruisigde Christus. En in dezelfde brief: 'Want vóór alle dingen heb ik u overgegeven, hetgeen ik zelf ontvangen heb: Christus is gestorven voor onze zonden, naar de Schriften, en Hij is begraven en ten derde dage opgewekt, naar de Schriften en Hij is verschenen aan ... ' (1 Kor.
15:3-5).Van déze dingen zegt de apostel: Ik maak u bekend, broeders, het evangelie, dat ik u verkondigd heb, dat gij ook ontvangen hebt, waarin gij ook staat, waardoor gij ook behouden wordt, indien gij het zo vasthoudt, als ik het u verkondigd heb, tenzij gij tevergeefs tot geloof gekomen zoudt zijn.' (1 Kor. 15:1,2).Op Christus' dood voor onze zonden, op zijn opstanding komt het aan. Daarmee staat of valt de kerk van Christus.
Concentratiepunt
Maar hoe kan het hele christelijke geloof samengevat worden in deze paar zinnen?
Wat maakt deze woorden zo fundamenteel, dat ze in staat zijn het christelijke geloof te dragen? Wat maakt dat ze het bindmiddel kunnen zijn voor de kerk van alle plaatsen en alle eeuwen, ondanks de gigantische verschillen die er binnen deze katholieke kerk bestaan?
Het antwoord is, dat in deze paar woorden alle lijnen van de christelijke leer en het christelijke leven samenkomen. De vraag wie de HEREGod is en hoe Hij is wordt in kruis en opstanding definitief beantwoord. De vraag 'Wie is toch deze?' (Mc. 4:41) wordt beantwoord als we Hem belijden als de voor onze zonden Gekruisigde en Opgestane. Aan de voet van het kruis ontdek wat de mens is en bij het open graf waartoe hij bestemd is. Ook wat wedergeboorte en levensheiliging zijn, kan worden uitgelegd in de termen van kruis en opstanding.
De belijdenis 'Ik geloof in Jezus Christusa en die gekruisigd' is als de as van een wiel: om deze woorden draait alles, met deze woorden laat zich alles verbinden.
Ze zijn het midden van een magnetisch veld waaromheen als ijzervijlsel de grondwoorden van de christelijke leer en het christelijke leven gevormd zijn.
Hoe nietig deze belijdenis ook lijkt, indien ze haar betekenis krijgt vanuit het geheel van de Schriften - 'naar de Schriften' zegt de apostel immers in 1 Kor. 15:3en 4! - dan is met het weinige alles gezegd.
Door het kruis van Christus leren we de HEREGod kennen als de heilige en rechtvaardige God, die toornt over de zonde. En veel meer nog leren we Hem kennen als de barmhartige en genadige, die zijn kroon op de schepping, de mens, trouw blijft tot in de dood van zijn Zoon. God is Liefde. Door het kruis komen we ook tot zelfkennis. Hoezeer wij geneigd zijn God en de naaste te haten, tot het uiterste kwaad in staat, blijkt uit de marteldood van degene die als laatste de marteldood verdiend had. Aan de voet van het kruis ontdekken we onszelf als aansprakelijk, schuldig en onwaardig.
Maar aan het kruis leren we ook Christus kennen, als Zoon van God en Zoon van Mensen, die in zichzelf de vrede tussen God en mens tot stand bracht en zo de dood overwon en de toekomst opende. Aan die vrede krijgen we deel door ootmoedig en gelovig Zijn offer aan te nemen. En tenslotte is het christelijke leven niets anders dan steeds weer afsterven aan die oude mens in je, die hoogmoedige, liefdeloze ellendeling en steeds weer opstaan als nieuwe mens, die Christus is.
Jezus' dood en opstanding zijn het concentratiepunt waarin heel het christelijke geloof samenkomt: Oud en Nieuw Testament, Vader, Zoon en Heilige Geest, God en mens, geloof, hoop en liefde, verleden, heden en toekomst, de bitterste ernst en de uitzinnigste vreugde. En daarom, een ieder die gelooft in Jezus Christus en die gekruisigd, is christen.
Iedere kerk, waarin de volle inhoud van deze woorden - dat is 'naar de Schriften!
- zuiver bewaard en daadwerkelijk beleefd wordt, is kerk van Christus.
Leven bij de bron
Gaan we nu na wat het Nieuwe Testament over het christelijke leven zegt, dan valt op, dat niet - zoals in het Oude· Testament - een nieuw stelsel van wetten en regels gegeven wordt, maar dat de apostelen heel dicht bij kruis en opstanding blijven. We vinden in het Nieuwe Testament geen ethisch stelsel, een kerkenordening of liturgie. Integendeel, een breed uitgewerkte regelgeving ontbreek en als die er is - bijv. in 1 Kor 7 (vragen rond huwelijk), 1 Kor. 14 (inrichting eredienst), 1 Tim. 5 (de taak van de weduwen) - dan betreft het zaken die tegenwoordig zó niet meer spelen, zodat direkte toepassing ons maar moeilijk valt. Waarmee natuurlijk niet gezegd is, dat ze hun betekenis hebben verloren!
Alle nadruk valt op de gekruisigde en opgestane Here als bron en norm voor het leven.
Lees je hoe de apostel Paulus in de eerste brief aan de Korinthiërs tracht zijn vleselijk denkende geesteskinderen (1 Kor. 3:1vv) in het spoor van Christus te houden, dan doet hij dat niet door middel van regelgeving, maar door steeds weer terug te gaan naar de bron: Jezus Christus en die gekruisigd. Hij leert hen te denken vanuit het centrale en voedt hen zo op tot geestelijke volwassenheid.
Dat betekent overigens niet, dat Paulus concrete regels schuwt!
De liefde is concreet. De dienst aan God en de naaste wordt zichtbaar in woord en daad. Maar criterium is Jezus Christus en die gekruisigd, Hij alleen. En lees je hoe de apostel Paulus in zijn kleine brief aan de Kolossenzen voorhoudt wat de christelijke leer is en hoe daarom het christelijke leven er heeft uit te zien, dan valt opnieuw op, hoe sterk de nadruk ligt, niet op een door de gemeente te onderhouden komplex van wetten en regels (zie Kol. 2:16-23),maar op het leven aan de voet van het kruis (3:5 vv) als nieuwe mens (3:12 vvi) slechts in enkele zinsneden stipt hij tenslotte aan wat dit alles betekent voor de verschillende fundamentele relaties waarin je als mens staat (3:18-4:6).
Deze beperking is geen toeval, maar kenmerk van het christelijke geloof. De apostelen hebben slechts één doel en dat is, dat Christus gestalte krijgt in het (kerkelijke) leven. Waar Hij gestalte krijgt, krijgt alles gestalte wat God met de mens voorheeft.
Oefeningen in onderscheidingsvennogen
Wie dit weet, wie weet waarop het aankomt, kan ook 'in Christus' flexibel zijn.
Laat het wiel maar draaien, de as zit toch vast. Zo is het ook met het christelijke leven. Zolang we het vaste punt maar helder hebben, mag er heel wat bewegen. Prachtige voorbeelden hiervan vinden we in het Nieuwe Testament.
We weten hoe Paulus kan uitvallen tegen mensen die de wet en de besnijdenis als het onmisbare, vaste punt kiezen (o.a. Gal. 5:1-6; Fil. 3:2 vv), maar zelf laat hij Timotheüs besnijden terwille van de voortgang van het evangelie (Hand. 16:1,2).Hij weet dat het daarop niet aankomt (Gal. 5:6). Een ander mooi voorbeeld is de omgang met de vraag of het eten van vlees al dan niet is geoorloofd (Rom. 14:1-15:13).Paulus persoonlijk heeft in deze kwestie een heel duidelijk standpunt: Ik weet en ben overtuigd in de Here, dat niets uit zichzelf onrein is ... (14:14).Maar medechristenen dieom hun achtergrond of opvoeding - door het eten van vlees in gewetensproblemen komen, wil hij maar al te graag ontzien: Want het Koninkrijk van God bestaat niet in eten en drinken, maar in rechtvaardigheid, vrede en blijdschap door de Heilige Geest (14:17).Geen zware theologische redenering om die broeder voor zijn standpunt te winnen, nee, aanpassing, daar waar aanpassing nodig is. Dat kan Paulus, omdat hij onderscheidt waarop het aankomt én omdat hij door de wedergeboorte aan het kruis, nederig en ootmoedig geworden is. In het Nieuwe Testament zit daarom iets boven-cultureels en bovenhistorisch.
Het leert uit het hart van de zaak te leven en dat kan, zonder gevaar voor onduidelijkheid, omdat dit hart zo sterk is en zo krachtig klopt. Het evangelie van de gekruisigde Christus boort zo diep en is zo ingrijpend, dat je hele leven daardoor op een ander spoor komt.
De Nederlands Gerefonneerde Kerken
Hierboven staat niets nieuws geschreven.
AI ver voor het ontstaan van onze kerken werd over deze dingen geschreven in de nog ongedeelde vrijgemaakte kerk. Dat was nodig, omdat het ontstaan van onze kerken met name te wijten is aan een gebrekkig onderscheidingsvermogen, het niet zuiver zien waarop het aankomt. Gelukkig is er in dit opzicht een boel aan het veranderen in de Gereformeerde Kerk (vrijg.), al valt te vrezen, dat dit niet voor een ieder geldt. Zo las ik in het Nederlands Dagblad, dat er gemeenteleden zijn, die een naburige gemeente opzoeken, omdat de eigen dominee 'goede morgen' zegt, of omdat de voorganger 'woordbreuk pleegt' door in de zegengroet .'De Heer' uit te spreken in plaats van 'De Here', zoals in het kerkboek is vastgelegd.' Het is deze massieve benadering, die tot het ontstaan van onze kerken heeft geleid. Aan het niet kunnen 'onderscheiden van de geesten' gaat de kerk kapot. Het is te hopen, dat het zover niet komt.
Tegelijk echter zal ook het onderscheidingsvermogen van 'onze' kerken de komende tijd enigszins op de proef worden gesteld. D.v. 20 mei a.s. zal er in een Voortgezette Landelijke Vergadering een beslissing vallen over 'de vrouw in het diakenambt'. Enige maanden later moet er een besluit vallen over een aanpassing van het A.K.S. en de invoering van een eigen ondertekeningsformulier.
Knopen zullen worden doorgehakt, tot blijdschap van de één en teleurstelling van de ander. Op liefde, ootmoet en onderscheidingsvermogen zal het dan aankomen, m.n. - vermoed ik - in de plaatselijke kerken. Temeer ook omdat het einde van de meningsvorming nog niet in zicht is. Onvermijdelijk komt vroeg of laat de bezinning op de vrouw in het ambt ouderling of predikant op de agenda's te staan. Toch, wanneer je met elkaar weet waarop het aankomt - Jezus Christus en die gekruisigd - kunnen we met vertrouwen deze gesprekken tegemoet zien, ook als het wel eens moeilijk is om samen kerk van Christus te zijn.