De comeback van de bisschop?
2009-06-19
‘De Landelijke Vergadering van de Nederlands Gereformeerde Kerken hebben ds. Frans de Vries als hun gezamenlijke bisschop aangewezen.’ Ziet u een dergelijke persbericht al voor u? Waarschijnlijk niet. Ik ook niet trouwens.- Jaargang 53
- nummer 13
Een bisschop? Die figuur hoort toch bij de Rooms Katholieke kerk en niet bij onze en andere reformatorische kerken, zo is een eerste gedachte. Toch wordt er her en der in onze reformatorische omgeving gesproken over de terugkeer of intrede van de bisschop. Dat gebeurde onder andere op een in het VU-gebouw gehouden symposium ‘Comeback van de bisschop?’ (zie kader).
| Op 18 mei werd er te Amsterdam een symposium gehouden over ‘De come-back van de bisschop’, georganiseerd door het Centrum voor Kerk en Recht van de Vrije Universiteit (www.kerk-en-recht.nl). ‘Dit centrum, dat in 2001 is opgericht, is een samenwerkingsverband van de juridische en de theologische faculteiten’, aldus de website www.kerk-en-recht.nl. Jaarlijks wordt er een symposium georganiseerd over een actueel kerkrechterlijk onderwerp en tweejaarlijks wordt er door dit centrum een serie colleges ‘Geloofsgemeenschappen en recht’ verzorgd. Een dertigtal belangstellenden uit diverse kerken luisterde naar een zevental toespraken waarbij de Latijnse citaten (uit oud-kerkelijke teksten) soms als pepernoten de zaal werden in geslingerd. De (hoog)geleerde sprekers waren: R. Roukema (hoogleraar NT), C. Coppens , A.W.J. Houtepen, J. Kronenburg, D.J. Schoon, C. van den Broeke en H.A. Bakker. |
Oecumene
De keuze voor dit thema heeft ongetwijfeld te maken met het feit dat het in de breed-oecumenische wereld een veelbesproken onderwerp is. Zeker sinds het zogenaamde Lima-rapport Baptism, Eucharist and Ministry (Doop, avondmaal en ambt) van de afdeling Faith and Order van de Wereldraad van Kerken uit 1982. Want wil het met de wereld-oecumene (richting onder andere de Rooms-Katholieke en Anglicaanse Kerk) wat worden, dan zal er overeenstemming moeten komen over de inrichting van de Kerk. En zo staat het bisschopsambt als een niet te ontwijken agendapunt op de kerkelijk-oecumenische agenda!
De PKN’er Kronenburg (auteur van het proefschrift Episcopus Oecumenicus, 2003) laat er geen twijfel over bestaan dat op termijn de Protestantse Kerk in Nederland - onder andere vanwege haar oecumenische contacten – zal moeten overgaan tot het aanstellen van een of meer bisschoppen. Dat gaat er volgens hem van komen!
En je denkt daarbij: zou dat ook kunnen gebeuren in de Nederlands Gereformeerde kerken?
Herder voor de herders
Kronenburg pleit trouwens niet in de eerste plaats vanwege het oecumenische gesprek voor de komst van een PKN-bisschop. De belangrijkste reden voor hem is een persoonlijk-pastorale. In een moeilijke periode van zijn predikantsschap merkte Kronenburg, hoezeer hij zelf behoefte had aan een bovenplaatselijke ambtsdrager, begiftigd met de ‘ware bisschoppelijke geest’ (O. Noordmans). Iemand die als een ‘pastor pastorum’ (herder voor de herders) naar je omziet en naar het voorbeeld van de herder uit Lucas 15 iets uitstraalt van wat volgens Kronenburg de kern is van de bijbelse episkopè: ontferming.
Ligt hier - zo vraag ik me als NGK-er af - niet een raakpunt met onze kerkelijke praktijk? Is er ook onder ons geen behoefte aan een bisschoppelijke persoon die omziet naar predikanten in soms moeilijke en zware omstandigheden? Iemand die met ontfermend gezag naar voor alle partijen begaanbare wegen zoekt.
Het ambt
Naast deze persoonlijke en het oecumenische motieven noemt Kronenburg nog het ecclesiologische motief, dat samenhangt met de alom gevoelde noodzaak om als reformatorische kerken het kerkelijke ambt opnieuw te doordenken. Ik denk in dit verband aan het boek van C. Graafland, Gedachten over het ambt (1999). Maar ook aan onze eigen NGK-pogingen om plaatselijk (!) tot een herstructurering van het ambtelijke werk te komen. Zie een van de laatste nummers van Opbouw (53/09).
Of denk aan de vragen, waar de commissie ‘Predikantsprofiel’ zich mee bezig houdt. Hoe zit het met de predikant onder ons? Wat is eigenlijk de inhoud van zijn ambt? Is hij zoiets als een geestelijk leider (bisschop?) van de plaatselijke gemeente met naast (of onder?) hem een aantal kerkelijke werkers? Hoe dit ook zij, ook onder ons is er op dit gebied van alles in beweging!
Drie organisatievormen
Het is verhelderend om even een uitstapje te maken naar de wijze, waarop de kerken zich in de afgelopen 20 eeuwen grofweg hebben georganiseerd, zowel plaatselijk als bovenplaatselijk.
Doorgaans onderscheidt men in het kerkrecht een drietal systemen.
Het eerste is het episcopaal-hiërarchische systeem, dat vooral in de Rooms-Katholieke kerk te vinden is. Dat houdt in dat de plaatselijke kerk (in RK-begrippen is dat het bisdom) geleid wordt door de bisschop (de episcopos) en top-down is georganiseerd. De ‘leek’ heeft - als het erop aan komt - niets te vertellen. Een priester-pastoor kan daarom onmogelijk door de parochie worden ontslagen. De enige die dat kan doen is de bisschop.
Het tweede systeem is het presbyteriale-synodale systeem. Met name de calvinistische kerken hebben daarvoor gekozen. In dit systeem wordt de plaatselijke gemeente geleid door de presbyters (ouderlingen) meestal samen met de diakenen. En onderling kennen de gemeenten een synodaal systeem, waarbij de plaatselijke kerken regionaal en landelijk (soms ook provinciaal) bijeenkomen in zogenaamde ‘meerdere’ vergaderingen. In principe worden daar besluiten genomen die voor alle in deze vergaderingen vertegenwoordigde kerken gelden. En als het gaat om de positie van de predikant, dan kan deze met enige kerkverbandelijke moeite worden ontslagen wanneer de gemeente het niet meer met hem ziet zitten.
Ten derde heb je het congregationele of independentistische systeem. In zijn meest extreme vorm wil dit zeggen dat de gemeente (congregatio) beslissende bevoegdheid heeft en dat plaatselijke gemeenten in hoge mate onafhankelijk (independent) van elkaar zijn. Deze vorm vind je bijvoorbeeld bij de Vrije Evangelische Gemeenten, de Pinkstergemeenten en de Unie van Baptisten. En opnieuw sprekend over de positie van de voorganger: die kan desnoods zonder enige vorm van kerkverbandelijk proces ontslagen worden.
Het moge duidelijk zijn in welk systeem de priester-predikant-voorganger de meeste rechtszekerheid heeft!
Onze kerken bevinden zich in dit drieluik in het midden (presbyteriaal-synodaal) met een zekere hang naar het congregationeel-independente. Dat is zeker zo als we letten op het ontstaan van onze kerken en de discussies rondom de opstelling van ons Akkoord voor Kerkelijk Samenleven. Niet voor niets werd destijds (jaren zeventig van de vorige eeuw) voorgesteld om onze kerken de naam ‘Vrije Gereformeerde Kerken’ te geven. Als ik me goed herinner was ikzelf daar toen ook voor. Ondertussen heb ik dit verleden echt achter me gelaten! Want zoals het meerderen vergaan is, geloof ik niet meer zo in dat al te plaatselijke. We hebben elkaar als gemeenten meer nodig dan we ons toen verbeeldden.
Nederlands Gereformeerd
Ik heb dus de indruk dat wij in ons kerkverband de laatste jaren wat van het congregationele naar het episcopale (van het beweeglijke naar het institutionele) zijn opgeschoven.
Ik signaleer in dat verband drie ontwikkelingen (maar er zijn meer te noemen):
a. In het landelijke verband hebben we het AKS in die zin bijgesteld dat ons kerkelijke verband nu rechtspersoonlijkheid bezit; het moderamen van de laatstgehouden Landelijke Vergadering kan ons kerkverband in rechte vertegenwoordigen;
b. In diverse regio’s is het oude paard van de kerkvisitatie weer van stal gehaald; zelf heb ik tot twee keer toe meegemaakt dat tegen de achtergrond van plaatselijke moeiten binnen een regio een op kerkvisitatie gelijkend instituut in het leven is geroepen;
c. In geval van dreigende losmaking van een predikant (ontslag om gewichtige redenen naar art. 10 AKS) hebben we afgesproken dat de landelijke Vertrouwens- en Advies-Commissie (VAC) moet worden ingeschakeld om te redden wat er te redden valt of in ieder geval te regelen wat er te regelen valt.
Daaruit concludeer ik dat we in ons kerkverband op z’n minst een paar millimeter zijn opgeschoven van het congregationale-independente naar het espicopale-hiërarchische. Dat is nog wel geen ‘comeback’ van de bisschop, maar toch wel iets wat er in de verte een heel klein beetje op lijkt. Om zo te zeggen: de wereldwijde oecumenische ontwikkelingen zijn ook ons niet helemaal vreemd.
Vrije kerken
Mag ik aan bovenstaande nog een gedachte toevoegen?
De ideologisch-theologische achtergrond van onze kerken is die van de vrije kerken. In ieder geval was er na de scheuring een sterke stroming die van de eertijds vrijgemaakte kerken vrije kerken wilden maken. Hadden de vertegenwoordigers van die stroming - zo vraag ik me nu af - destijds al een voorgevoel dat er een postmoderne tijd zat aan te komen die zou vragen om vrije ongebonden kerken? De Unie-Baptist H.A. Bakker had naar mijn idee wel gelijk toen hij op het genoemde symposium opmerkte dat de ‘Free Churches’ met hun kerkorde-ideeën dicht bij de moderne (of postmoderne) mens liggen.
Tegelijk signaleerde Bakker dat een verband van vrije kerken op een gegeven moment boven-plaatselijke persoonlijkheden kan oproepen. Zodat, ook al wil je dat als vrije kerken eigenlijk niet, er toch een episcopale instantie of persoon te voorschijn komt. Kun je dat dan niet beter netjes regelen, zodat iedereen weet waar hij/zij aan toe is? Op de vraag of Bakker zelf in zijn verband van vrije kerken een soort bisschoppelijke rol vervulde, ging hij maar niet in.
Zou het overigens ook niet zo zijn dat de extremen - congregationeel-independent en episcopaal-hiërarchisch - als het ware door de natuur (of de genade) gecorrigeerd worden?
In ieder geval is de RKK met name na Vaticanum-II in de richting van het collegiale-synodale opgeschoven en zie je de vrije kerken zich steeds duidelijker organiseren in de richting van het presbyteriaal-synodale. Of vergis ik me? Al met al is die gereformeerde positie in het midden zo gek nog niet.
De bijbel
En de bijbel - hoe zit het daar mee? Moet die in dezen geen (grotere) rol spelen?
Wel, alle referenten waren het er wel over eens dat het Nieuwe Testament ons geen kant en klaar kerkmodel heeft nagelaten. De Heer van de kerk heeft het blijkbaar aan de gelovigen overgelaten om zelf uit te denken hoe ze zich plaatselijk en tussen-plaatselijk willen organiseren.
Anders gezegd: in het NT kun je voor elk van de drie kerksystemen wel argumenten vinden. Zodat het er ten slotte om gaat welk van de drie systemen - of eventuele varianten daarop - het meest recht doet aan het recht Gods. En dan zitten we - althans dat is mijn idee - met ons calvinistische model niet eens zo slecht.
Ds. Kor Muller is predikant van de Nederlands Gereformeerde kerk te Haarlemmerneer-Oostzijde.