De prediking doordacht

1995-01-27
  • Jaargang 39
  • nummer 2
De prediking doordacht
J.F. Schuitemaker: 'De prediking doordacht' - Uitgeverij BoekencentrumZoetermeer - 107 pag. - f 19,90

Dit is een interessant boek, dat over de verkondiging van het evangelie handelt. Dat blijft een aktueel thema.
De predikant wordt er in zijn ambtelijke dienst wekelijks mee gekonfronteerd.
De auteur gaat op ettelijke vragen nader in, b.v.: Hoe kunnen wij de hoorders aanspreken? Hoe moeten wij de bijbelse tekst vertolken? Hoe moet de preek worden op.gebouwd? Daaraan voorafgaand en daarmee samenhangend is de vraag belangrijk: Hoe kom ik aan mijn preek? Zeker zo belangrijk is de vraag: Hoe kom ik van mijn preek af? Hierbij kan nergens de werking van de Heilige Geest gemist woren. Ds. Schuitemaker citeert een bekende regel uit Calvijns Institutie: "Zonder de werking van de Geest wordt er door het Woord niets gewerkt".
Een preek voorbereiden, aldus de schrijver, is niet slechts een kwestie van: Hoe doe je dat?, maar ook van: Wie ben je zelf? Het ambt heeft geen gezag in ztchzett, maar wordt bepaald en begrensd door het Woord van God, dat de drager van het ambt heeft te brengen. De menselijke persoonlijkheid van de predikant wordt uiteraard niet uitgeschakeld bij het verwoorden van de boodschap van de tekst. Een vergelijking tussen Calvijn en Kohlbrugge wijst dat uit (p, 24-26). Toch zou ik mij in dit opzicht willen wachten voor een overaksentuering, omdat ook de persoonlijkheid en de karakterstruktuur van de voorganger onder de tucht van het Woord van zijn Zender staan. De auteur heeft gelijk als hij stelt, dat wij met elkaar in de prediking dienen om te gaan op het volwassen niveau. Zeer beperkt wordt in dit boek aandacht besteed aan de heilshistorische prediking. Met name K. Schilder, B. Holwerda en M.B. van 't Veer hebben op dit gebied baanbrekend werk verricht. Wij zijn erbij opgevoed. Maar bij alle waardering is het wel waar wat kollega Schuitemaker in dit verband opmerkt: "Wie de Bijbel heilshistorisch uitlegt, moet bovendien oppassen niet steeds hetzelfde te zeggen. Het gevaar is groot, dat we de gemeente steeds weer wijzen op de grote rijkdom na Pinksteren en hen steeds weer vermanen, daar goed acht op te slaan." (p, 58) De auteur heeft het ook over het inlezen van eigen situatie in de Bijbel en geeft een voorbeeld daarvan n.a.v. Handelingen 20:19. Een jongeman valt onder de preek van Paulus in slaap en valt vanaf de derde verdieping naar beneden. Dit gebeuren wordt dan uitgewerkt in de richting van de huidige kerkverlating. Dus als iemand in de kerk onder de preek in slaap valt kan hij eventueel getypeerd worden als een potentiële kerkverlater.
Schuitemaker noemt deze manier van preken gewaagd. Ik noem deze' wijze van Woordverkondiging afkeurenswaard, omdat ze in strijd is met de teneur van de tekst (p. 65, 66). Onze kollega snijdt op pag. 73 e.v. het thema van de preek-inval aan. Zo wordt een brug geslagen tussen tekst en situatie.
Bij alle goede opmerkingen, die hierover worden gemaakt, heb ik juist in dit verband de bede om de verlichting met de Heilige Geest gemist. De schrijver pleit met D. Buttrick voor een dialogische preekstruktuur en speelt één en ander uit tegen een puntsgewijze preekopbouw. M.i. vallen echter beide te kombineren. Tot slot betreur ik het, dat in de literatuurverwijzing nergens boeken van gereformeerde homileten zoals K. Dijk, C. Veenhof, C. Trimp, J.T. Bakker en K. Runia worden genoemd.
Dit alles neemt niet weg, dat wij hier met een belangwekkend boek hebben te maken van de hand van een Herv.
(Geref.) predikant. Voor een echte homiletiek is het te beknopt. Maar als verzameling homiletische richtlijnen kan het uitstekende diensten bewijzen.
En de stof is zo behandeld, dat ook geïnteresseerde gemeenteleden er veel aan zullen hebben. Daarom: hartelijk aanbevolen!

O. Mooiweer, Enschede

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief