Enge dingen
1995-01-27
Een voorzichtig belletje aan de voordeur.- Jaargang 39
- nummer 2
Achter het raam hangt een poster met een bijbeltekst. Even later gaat de deur open. Ik word vriendelijk binnengelaten.
Dan komen er twee kinderen de hal binnen, een oudere kleuter en een peuter. Ze geven netjes een hand. De oudste vraagt meteen: "Gaat u enge dingen doen? U gaat toch geen enge dingen doen, hè?" De angst en onzekerheid zijn voelbaar; de geruststelling is maar betrekkelijk.
Occultisme
Ook op de kamerdeur hangt een poster.
Denk aan de gevaren van occultisme!
Ik vraag belangstellend wat die gevaren precies zijn. De gastheer struikelt over zijn woorden, zoveel wil hij opeens vertellen. Ondertussen maant de moeder de kinderen om naar boven te gaan. Weer een keer stelt de oudste zoon de vraag: "U doet toch niks engs, hè?" Nee, ik zal niets engs doen. Of deze woorden hem geruststellen, is nog maar de vraag. In ieder geval vertrekt hij met zijn kleine zusje naar boven.
Het gesprek gaat verder. God heeft alles wat met occultisme verbonden is verboden. Onder dat occultisme vallen veel zaken, zoals de horoscoop, veel kinderboeken, televisieseries, yoga, helderziendheid, het glaasje draaien, iriscopie, homeopathie. De hele samenleving staat bol van de occulte zaken. Er wordt een compleet college ten beste gegeven. En of ik niet weet hoe gevaarlijk dat allemaal is. Ik ben het met mijn gastheer eens: spelen met occulte zaken is spelen met vuur.
Toch is er iets wat mij in het gesprek hindert ...
Dan begint de gastheer over de buurman.
Deze blijkt ook al met occulte zaken bezig. Op bijna bezwerende toon vertelt de gastheer hoe erg het bij de buren allemaal is. En bij de buren aan de andere kant, daar is het nóg erger. Dagelijks vrije sex en occulte spelletjes. Het zou de gastheer niet verbazen als men in dit huis lid was van een satanskerk. Dan kraakt de trap bij de buren. Even komt het idee in mij op dat ik de duivel op kousevoeten naar boven hoor lopen ...
Gezakt
"Er is een strijd gaande in de hemelse gewesten", zegt de gastheer. En die strijd woedt ook op zijn werk. De gastheer gaat nu fluisteren. Hij wil de mensen waarschuwen. Ze willen niet luisteren, zoals ze vroeger ook niet naar Noach wilden luisteren. Dat hij zakte voor zijn examen heeft ook met deze strijd te maken. De mensen willen zijn boodschap niet horen. Hij had het er tijdens zijn examen nog over gehad, maar de examinator had zijn boodschap afgestraft met een onvoldoende.
Ze wilden hem dus weghebben. Het was dus allemaal wel heel erg duidelijk.
Hij zag het als een teken: dit had alles te maken met de strijd in de hemelse gewesten.
De duisternis wegjagen of het Licht aansteken?
Ik bedenk dat het geen wonder is dat het 5-jarig zoontje aan mij vraagt of ik enge dingen ga doen. De hele wereld om dit huis heen is immers tot besmet gebied verklaard. Overal loert de duivel.
Iedereen die hem onbekend is, vormt voor deze kleuter een bedreiging.
Iedereen kan dus enge dingen gaan doen.
Opeens realiseer ik me wat me in de sfeer van dit huis stoort. Aan een veilige basis lijkt het in dit gezin te ontbreken.
De ouders zijn dag-in dag-uit bezig de demonen te verjagen. Ze zijn er zó bang voor, dat ze lijken te vergeten om het Licht aan te steken (Else Vlug in 'Weid mijn lammeren'). De angst van de ouders hangt als een verstikkende nestgeur over het leven van de kinderen. Kinderen die nog veel te jong zijn om de draagwijdte van dit alles te beseffen.
Er komt een tijd dat dit anqstiqejongetje zélf op onderzoek uit zal gaan.
De kans is aanwezig dat hij dan juist de dingen op zal gaan zoeken waar hij thuis zo bang voor is gemaakt. De angst zal hem er juist naar toe zuigen.
Kinderen moeten in het gezin niet bang gemaakt worden. Ze moeten wel weerbaar worden. Om weerbaar te worden, heb je geen angstige, maar juist een veilige basis nodig.