Tussen kerk en keuken

1995-01-27
  • Jaargang 39
  • nummer 2
Margreet Maljers-Kroes, Alkmaar

Buurman
Een buurman waar we jaren geleden naast hebben gewoond, is in november gestorven. Zijn overlijden was niet direct dramatisch te noemen want hij was over de tachtig, maar omdat ik niet op de hoogte was met een verslechtering in zijn gezondheidstoestand, keek ik toch vreemd op toen de postbode de kaart bezorgde. Peinzend zette ik de kaart tegen de kandelaar op de piano, liep naar de keuken en begon aan de afwas. Mijn gedachten waren bij mevrouw De Vries die nu alleen in dat grote huis overbleef. Met mijn handen in het sop dacht ik aan onze oude buurman.
Hij was een wat eenzelvige man. Zijn vrouw verzuchtte regelmatig dat "mijn man van alles niks wil". Ik ving wel eens iets op van hun conversatie (als je de theedoeken aan de lijn hangt, kun je moeilijk je oren dichtstoppen) en kon haar opmerking meevoelen.
Hun gesprekken verl iepen als volgt: Zij: "Vader, ga je mee naar Egmond?
Even naar het strand en naar de braderie."
Hij, korzelig: "Nee moeder, ik heb geen zin, ga maar alleen."
Zij: "Gisteren wilde je ook al niet mee naar Bergen."
Hij: "Nee ... en nou wil ik niet mee naar Egmond! Waarom wil je trouwens naar Egmond."
Zij ... vaag: "Nou .. gewoon."
Einde verhaal. Niet wat je gezellig noemt. De buurvrouw liet zich niet uit het veld slaan. Ze pakte de fiets of de auto en toerde overal op af. Want zij wilde wél 'van alles wat'. Of dat nu kwam omdat ze tien jaar jonger was dan haar man... Ik geloof niet dat dat een rol speelde. Het waren gewoon verschillende naturen. Zij hield van tierelantijnen in het leven, hij van sober, op het schriele af en dat botste.
Dat kwam uit in kleine dingen: toen mevrouw De Vries hun tuin inrichtte met veel planten en potten en kuipen was ik enthousiast over het resultaat en riep over de heg naar de buurman die het geheel met zijn handen in zijn zakken stond te bekijken, "Wat is jullie tuin mooi geworden, meneer De Vries."
Hij wierp me een mistroostige blik toe, wees met zijn duim over zijn schouder in de richting van zijn vrouwen zei: "Dat vond zij zo nodig. Ik vond het goed zoals het was."
"Maar het is toch prachtig geworden", prees ik.
.Hrnrn," zei hij en bekeek me met een blik die me in de hoek van de verspillers duwde.
"Ja", zei zijn vrouw op gedempte toon toen hij naar binnen was gegaan."
Vader zei gisteravond nog: waar is dat goed voor ... wat heeft dat niet allemaal gekost? Ik zei: Oh, duizenden en duizenden, vader!" Ze grinnikte, plukte een uitgebloeide geranium uit een pot en besloot voldaan: "Ik heb het allemaal zelf betaald, dus het gaat hem niet aan."
Toch was meneer De Vries niet onaardig.
Hij ging alleen mondjesmaat om met de goede dingen van het leven en dat was treurig voor hem en nog treuriger voor zijn vrouw.
Hij werd begraven op een heldere vorstige dag. Bij de ingang van de begraafplaats stonden wat oude buren te wachten. We begroetten ze ingetogen verheugd en liepen gezamenlijk naar de aula, waar een korte bijeenkomst zou zijn. De familie De Vries was niet kerkelijk en hoewel ik dat wist, vond ik de samenkomst een buitengewoon armoedige nabootsing van een kerkdienst. Opstelling en entourage waren gelijk, alleen predikant en een gemeente ontbraken.
We zaten stil te luisteren naar het 'Ave Verum' van Mozart en toen gaf de begrafenisondernemer het woord aan hun oudste zoon. Hij was van mijn leeftijd en had de droefgeestigheid van zijn vader geërfd.
'"Onze Klaas is bij de antroposofen"; had mevrouw De Vries eens uitgelegd toen we het over geloven hadden.
"Nou daar word je ook al niet vrolijk van." Ze was van huis uit zwaarmoedig gereformeerd opgevoed en had de kerk met gezwind.e spoed vaarwel gezegd toen ze getrouwd was. Dat ze daarbij het kind met het badwater had weggegooid, besefte ze af en toe, maar ze had zich nooit meer aan willen sluiten bij een kerkelijke gemeenschap.
Het geloof zelf was teruggebracht tot: ik denk wel dat God bestaat, maar verder weet ik niet wat ik er mee moet.
Klaas haalde een paar goede herinneringen op en sprak toen over de laatste jaren van zijn vader. "Vader was een moeilijk mens", zei hij en keek verwijtend naar de kist. "Niet alleen voor zichze.lf... Ook voor moeder." Op de eerste rij knikte mevrouw De Vries heftig. "En ook voor ons was je niet gemakkelijk!" voegde hij er aan toe, meneer De Vries toesprekend alsof hij alles kon horen wat er gezegd werd.
Dat was waarschijnlijk de antroposofische invloed.
Met een mix van droefheid en lachlust volgden we even later de familie achter de baar naar de plaats waar meneer De Vries begraven zou worden.' Stil stonden we om het graf heen en ik keek naar de kwetterende vogels in de boom achter het graf.
"Het is de wens van de familie dat we de kist niet laten zakken", zei de begrafenisondernemer.
"U kunt de familie condoleren in de Hertenkamp."
Klaas deed een stap naar voren en zei piëteitsvol: "Vader kan dan eerst even wennen aan zijn nieuwe omgeving."
Langzaam verwijderden we ons. Mijn man en ik sloten de rij. Mijn man keek even om en pakte mijn hand. "Vader krijgt niet veel tijd om te wennen", zei hij plezierig en maakte een hoofdbeweging naar de kist, die al was gezakt.
De bloemen lagen op het zand aan de zijkant.
We liepen door de Alkmaarder Hout naar de Hertekamp. Het was stralend weer, maar nog steeds erg koud. Omdat we een pad binnendoor namen, waren we er vóór de familie. De Hertekamp was nog gesloten. Op de deur hing een bordje. 'Heden Snert' stond er op.
"Kijk Carolien", zei ik tegen een buurvrouw die ook net arriveerde. Ze las.
"Heden Snert... Schandalig" zei ze-en trok haar echtgenoot aan zijn mouw.
"Kijk eens Pieter, dat kan toch niet.
Heden Snert!
"Dat zijn ze vergeten", suste haar man en keek verward toen ik opeens proestte van het lachen.
Even later werd het bordje weggehaald.
Het werd nog erg gezellig.
Maar er werd koffie geserveerd.

hoelang? burger in de hemel,
vreemdeling op aarde

mag ik U vragen
hoe lang duurt dat nog?

Kees van Baardewijk

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief