Complexe schuld (1)
1995-02-10
Bontmutsen proberen te verkopen in de Sahara.- Jaargang 39
- nummer 3
Ik ben dat beeld al eens eerder tegengekomen, maar onlangs dook het weer op tijdens een preekbespreking op een TSGbijeenkomst", Het beeld wil iets zeggen over de onverschilligheid, waarmee buitenstaanders op het evangelie kunnen reageren - als irrelevant voor weldenkende mensen op de drempel van de 21e eeuw. Wanneer je veelvuldig op zulke onverschilligheid stuit, kun je het machteloze gevoel krijgen, dat je al evangeliserend bezig bent met iets als 'de verkoop van bontmutsen in een hete woestijn.
't Is natuurlijk wel zo, dat je met dat beeld van bontmuts en Sahara door de (vermeende) ogen van de buitenstaander naar de werkelijkheid zit te kijken.
Want vanuit christelijk perspectief is het in die werkelijkheid helemaal niet zo warm, maar levensbedreigend koud. Alleen wordt die kou om allerlei redenen niet gevoeld! Dat is het grote probleem! Niet alleen het probleem van de niet-gelovige trouwens, maar ook van menig kerkmens, die zich te schaars gehuld heeft in de kledij van het evangelie, zonder in de gaten te hebben dat het vervaarl ijk tocht in zij n leven.
Besef van schuld?
Je merkt dat, om iets centraals uit het evangelie aan te snijden, op het punt van zonde, schuld, berouwen vergeving.
Dan ben je toch bij het hart van het christelijk geloof aangeland!?
Wonderlijk genoeg kun je juist bij zulke kernwoorden het gevoel krijgen, dat je het hebt over een aantal 'begrippen', die kennelijk zijn blijven liggen in het kerkelijke. afkomstig uit vervlogen eeuwen. Uit de eeuw van Luther, bijvoorbeeld.
Luther, die zich nog kwelde met de vraag: hoe krijg ik, arme zondaar, een genadig God??
Van die vraag van Luther liggen tegenwoordig niet veel mensen wakker, zo is te lezen in recent verschenen boekjes over zonde en schuld". Niet alleen buiten de kerk, maar ook er binnen.
Dat laatste roept de vraag op, hoe scherp wij zelf de werkelijkheid van zonde, schuld, berouwen vergeving ervaren. Ik heb het dan over de dagelijkse gang in het samenleven met de mensen, waarmee je heel direct verbonden bent; of ook in de onderlinge gemeentelijke omgang. Daar proberen we toch opkomende kwesties zo goed mogelijk op te lossen, ruimen misverstanden op, leggen geschillen bij, maar hoe vaak kozen we gemeentelijk of persoonlijk de weg door het hart van het evangelie? Of is ons 'gewone' leven, persoonlijk en als gemeente, misschien vervreemd geraakt van de werkelijkheid van zonde, schuld, berouwen vergeving? Liggen ze ergens nog in het bagagerek van de kerkelijke begrippen, hoogstens nog te horen in een afgesleten formuliergebed?
Schuld en machteloosheid
Opvallend anders klinkt de titel van een boekje, dat een aantal jaren geleden verscheen: hulpeloos maar schuldiga Dat boekje gaat over depressiviteit, die samenhangt met schuldgevoelens.
Schuldgevoelens, die vooral spelen in de relatie met God. Ik ben ze in mijn werk ook wel tegengekomen: mensen die er diep van overtuigd zijn, dat ze op veel punten tekort schietentegenover God en mensen en zich daarover heel schuldig voelen. Maar tegelijk onmachtig, want de tekorten lijken zo ingebakken te zijn in een mens. Schuldig en tegelijk machteloos.
Als het er zo voorstaat, stapelen de vragen zich inderdaad op tot depressieve hoogte. Want hoe kan ik in mijn diepgewortelde onmacht schuldig zijn? In feite niet toerekeningsvatbaar en toch veroordeeld.
Bij de titel van dit boekje, meer nog dan in het boekje zelf, word je onverwachts met een geweldige dieptedimensie in de schuld geconfronteerd.
Zoals je bij een bergwandeling ineens voor een diepe kloof kunt komen te staan. Zo sta je bij de schuldvraag ineens voor de steile afgrond van eigen machteloosheid. Op zo'n moment is één ding duidelijk: de oplossing van de schuldkwestie zal nooit simpel kunnen zijn.
Het hart van het evangelie
Ik waagde het even eerder alom de werkelijkheid van zonde, schuld, berouwen vergeving te typeren als het hart van het evangelie.
Als je de bijbel openslaat, kun je ook niet anders zeggen, dan dat het maar al te vaak gaat over zonde en tekort en niet minder over vergeving en verzoening.
Daar is de verhaalde geschiedenis vol van. Dat is de boodschap van' de profeten. Dat hoor je terug in de psalmen. Het zit achter de wljsheid van Spreuken en Prediker.
Schuld en vergeving. Je zit er mee op de hoofdwegen van de bijbelse verkondiging; wegen, die uitlopen op het kruis van Christus. Paulus verkondigt dat kruis als het hart van het evangelie.
En tegelijk brengt hij het heel dichtbij ieder van ons persoonlijk, want de dood van Christus was nodig vanwege mijn schuld en zonde.
Alles wijst er op, dat je hier met een kernpunt uit de bijbelse verkondiging van doen hebt, dat ook nog eens zeer nauw verbonden is met ons persoonlijk wel en wee. Dat alleen moet toch te denken geven, zou je zeggen!
Zo loop je dus aan tegen drie dingen.
Ten eerste een ogenschijnlijk oppervlakkig besef van schuld en zonde bij de mensen om ons heen, maar niet zelden ook in eigen leven. Ten tweede stuit je bij sommige mensen op grote' psychische moeite, als het gaat om schuldig zijn en tegelijk machteloos staan. Ten derde blijkt in de bijbel de boodschap van schuld en vergeving tot het meest centrale te behoren.
Apart als je die drie zo bij elkaar zet.
Dat je rondom schuld zowel de oppervlakkigheid, als de diepe psychische nood tegenkomt en dan ook nog eens merkt dat het daarbij om de kern van ons geloof gaat.
Dat doet vermoeden, dat de werkelijkheid van de menselijke schuld uiterst complex is. Laten we dat eens nader bezien, om te beginnen bij de schuld tussen de ene mens en de ander.
Relationeel
Een eerste overweging is, dat de schuldkwestie zich afspeelt in het relationele. De ene mens schiet ten opzichte van de ander tekort. Dat kan in het financiële zijn, zoals in die gelijkenis van Jezus, waar iemand tegenover de koning een miljoenenschuld had opgebouwd, maar zelf toch ook nog een kleinigheid van een ander tegoed had. Toch bedoelt Jezus in die gelijkenis veel meer en zo ervaren we het ook, wanneer we het woord 'schuld' horen. In gedachten, woorden en daden schieten we als mens tekort tegenover anderen. 'Ik zou eigenlijk eens', 'ik had eigenlijk' - als het gaat om het bezoeken van iemand, van wie je weet dat hij of zij het moeilijk heeft.
Je voelt dat je tekort schiet, maar je ziet er ook zo tegenop. Je schuift het één keer voor je uit en nog eens, met alle schuldgevoelens vandien. Of een ander, die zich schuldig voelt tegenover zijn gestorven vader of moeder: 'had ik niet meer dit of dat'. Errdan heb ik het nog niet eens over de situatie, dat een breuk tussen de één en de ander niet geheeld kon worden, omdat de dood tussen beide kwam en verzoening voor altijd onmogelijk maakte.
Schuld ontstaat dus in het relationele.
Dat kan in de sfeer van de directe familie zijn, in de gemeente, of in nog andere relaties.
En in alles is onze relatie met God in het geding, maar daarover een volgende keer meer.
Ik diep dit punt van het relationele nog iets uit door te komen met het meest centrale begrip, dat de bijbel in huis heeft. Dat is de liefde. Ik denk dat hoe.
sterker de liefdeband is, des te dieper eventuele tekorten en opgelopen schuld ervaren zullen worden.
Waar liefde woont, zegt één van de psalmen. Ja, juist daar, waar liefde woont, spelen schuld en schuldgevoelens het sterkste op. Hoe sterker de liefdeband hoe meer de tekorten opvallen en hoe harder ze aankomen.
Waar liefde woont of waar je liefde had mogen verwachten. Schuld is dus typisch iets voor relaties en schuld schrijnt juist daar waar liefde woont. Tussen man en vrouw, ouders en kinderen, binnen de gemeente en tussen vrienden.
Collectief
Schuld heeft ook de trek, dat het zich over de menselijke hoofden kan verdelen.
Waar twee kijven hebben twee schuld, zeggen we. Daarmee verdeelt de schuld zich over twee hoofden.
Maar in grote conflicten, zoals de kerkelijke van deze eeuw, verdeelt de schuld zich over de vele hoofden, zodat de persoonlijke schuld haast lijkt op te gaan in een onoverzichtelijke en nauwelijks grijpbare collectieve. Dat betekent opnieuw dat ik naast het woord 'schuld' dat andere woord nodig heb: 'machteloosheid'. Machteloosheid bij schuld die, door al het persoonlijke heen, collectieve trekken heeft gekregen en er zo niet grijpbaarder op is geworden.
Ik noem nog een ander voorbeeld. Ik moest denken aan de collecte voor Rwanda vorig jaar. Zou achter die ruime gift van ons volk niet heel veel schuldgevoel zitten?
Zeker, er is directe persoonlijke schuld. Van de duizenden en duizenden moordenaars, die deels vrij rondlopen in dat geruïneerde land. Maar indirect en meer collectief is er toch ook schuld? Dat er zo traag gereageerd werd door het westen. Is dat de onwil of de onmacht van de politieke leiders geweest? En dan zijn we er niet met de schuld af te schuiven op degenen, die regeringsverantwoordelijkheid dragen. Want tegenover die straatarme Afrikaan of die sloppenbewoner in India voelen u en ik toch ook schuld. Als voor de prijs van een cd iemand met lepra genezen kan worden?
Bij alle machteloosheid voel je je schuldig, ondanks die goede gift van tijd tot tijd. Het schuldgevoel dat jehoe collectief die schuld ook verder mag zijn - ook persoonlijk niet kwijtraakt.
Hier merk je hoe treffend het bijbels gegeven is, dat wij allen uit één zijn.
Allemaal zonen van Adam en dochters van Eva. Mensheid, zo anders dan de apen en olifanten. Dat maakt dat de schuld niet alleen individuele trekken heeft, maar ook in het collectieve doorwerkt.
De menselijke schuld vertakt zich naar anderen. Dat is een hele taaie trek in de menselijke schuld. Het maakt dat je de schuldige soms nauwelijks kunt aanwijzen. Maar ook omgekeerd, dat door dat collectieve heen; de schuld persoonlijk blijft drukken.
Onherstelbaar
Eens een dief, altijd een dief, zegt het spreekwoord. Dat brengt je bij het gegeven, dat schuld vergeven niet gemakkelijk is, maar vergeten welhaast onmogelijk. Bij een kleinigheid misschien, maar bij grotere schuld is vergeten ondenkbaar. Ook al zou je willen! Ook hier loop je weer op tegen de machteloosheid rondom de menselijke schuld, want onze wil heeft maar weinig grip op het proces van vergeten.
Bij het onherstelbare van de schuld denken we als eerste aan de gevolgen van de zonde. Een verkeerd woord heeft zijn werk gedaan. Een bedenkelijke daad, ook al is het een kleinigheid, heeft de ander beschadigd. Een nare gedachte heeft het eigen 'ik' vervuild.
En ik kan met hardere voorbeelden komen. Een man, die werd doodgestoken tijdens een voetbalwedstrijd. Een meisje, dat een gebroken leven leidt door incest. In die laatste gevallen is wel heel scherp zichtbaar, dat er in de relatie van de ene mens tegenover de ander vreselijk veel mis kan gaan. Wat een schuld! Hoe onherstelbaar!
Onherstelbaar in zijn gevolgen, zei ik.
Ja, maar ook als ik denk aan het gebeuren zelf. Wat gebeurd is, is gebeurd!!
In die unieke secondes van de wereldtijd is schuld gemaakt, grote schuld soms. Die secondes komen nooit meer terug, laat staan dat je de kans krijgt om het over te doen. En dan beter! Als je dat overdenkt, krijg je steeds meer tot de overtuiging, dat schuld onherstelbare kanten heeft.
(wordt vervolgd)
Noten
1 Ter toelichting: vijf keer per jaar komen jongere en iets minder jongere predikanten bijeen in Breukelen. Daarbij houdt een van hen 's morgens een preek, die vervolgens door de aanwezigen besproken wordt. 's Middags volgt de bespreking van een thema. dat meestal door iemand uit de eigen gelederen wordt ingeleid.
2 K. Runia, Schuldig hoezo?: Kampen, 1992.
J.W. Maris, F. van der Pol (red.), De zonde uit beeld; Barneveld, 1994.
3 A. Schilder, Hulpeloos maar schuldig; Kampen, 1987.