Worden als een kind
2009-06-19
De sticker die ik bij de jarige overburen bij mij in de straat zie luidt: ‘Hoera! Dertig… en nog steeds aantrekkelijk!’ Zo snel gaat het mensenleven blijkbaar, denk ik dan onwillekeurig. Zo snel dat je met je dertigste eigenlijk je frisheid en je aantrekkelijkheid al kwijt bent. Waarbij uitzonderingen ons blijkbaar heel erg duidelijk gemaakt moeten worden...- Jaargang 53
- nummer 13
Ik ga er gemakshalve vanuit dat de eerste levensfase voor de meeste lezers van dit artikel een voorbije fase is. Je bent inmiddels in de zomer, de herfst of de winter gekomen. De afstand tussen waar je je nu bevindt en je kindertijd werkt zoals bij elke afstand vertekening in de hand. Mensen zijn selectief als het gaat over de eerste fase van hun leven. Ze idealiseren, vertekenen, romantiseren en vergoddelijken soms zelfs. Ik kwam de uitspraak tegen dat kinderen iets goddelijks hebben omdat ze vanwege hun jongheid nog het dichtstbij ‘de andere wereld’ staan. Het valt me op dat er juist over de kindertijd zoveel literatuur geschreven is en geschreven wordt. Het is alsof de volwassen mens een diepe behoefte heeft om zijn positie tegenover zijn kindertijd te bepalen. Het kind dat eindelijk ‘groot’ is geworden gaat als vanzelf terugkijken naar de tijd dat hij klein was. Mensen doen dat op allerlei manieren: door erover te schrijven, maar voor de meesten door erover te praten (kosteloos met vrienden of iets duurder met een therapeut).
De levensloop van de mens kent verschillende fasen. Die fasen kun je vergelijken met de seizoenen van het jaar: lente, zomer, herfst en winter. In een serie van vier artikelen lopen we in omgekeerde volgorde door de levensfasen. In dit laatste artikel: de lente. |
Een ommuurde tuin
De lente van het leven heeft dus voor de volwassene iets afgeslotens. Als bij een ommuurde tuin probeert hij opnieuw toegang tot zijn lentefase te krijgen alsof het om een paradijstuin gaat. Maar de lente is voorbij en de volwassene zit in de zomer, de herfst of de winter van het leven. Het valt niet mee om op een goede manier te kijken naar je jeugdtijd die zich steeds verder van je verwijdert. Laat staan om een definitie te geven van de lente.
Je zou om de uitspraak van Jezus over het ‘worden als een kind’ te kunnen begrijpen in die verleiding kunnen komen. Hij zegt dat je moet worden als een kind, oké, dus wat vraagt Hij dan van ons? Dezelfde afhankelijkheid die een kind heeft? Dezelfde ontvankelijkheid, dat open staan voor nieuwe dingen? De speelsheid? Is het het klein-zijn dat een kind kenmerkt? Of misschien zijn nederigheid dan? Wat is eigenlijk precies het kinderlijke dat Jezus ons ten voorbeeld stelt?
In de kring
Ik heb gemerkt dat deze weg maar even begaanbaar is en dan toch een doodlopende weg blijkt te zijn. Het is zinvol om terug te keren naar het moment waarop Jezus deze gevleugelde uitspraak doet. Jezus ziet zijn discipelen ruziën over de vraag wie van hen de belangrijkste is. Op dat moment plaatst hij een kind in die kring van volwassenen. Dat doet Hij als illustratie bij de woorden: ‘Wie de belangrijkste wil zijn, moet de minste van allemaal willen zijn en ieders dienaar’(Marcus 8,35). Een hoofdstuk later willen de discipelen de kinderen die naar Jezus toe gedragen worden niet binnenlaten. Dan zegt Jezus: ‘Laat de kinderen bij me komen, houd ze niet tegen, want het koninkrijk van God behoort toe aan wie is zoals zij’ (Marcus 10,14). Om te voorkomen dat het niet tot ons doordringt zegt Hij dan indringend: ‘Wie niet als een kind openstaat voor het koninkrijk van God, zal er zeker niet binnengaan’ (Marcus 10,15).
Bij Jezus’ actie met het kind in de volwassen kring wordt een contrast zichtbaar tussen de volwassenen en het kind. De Heiland heeft oog voor de levensfasen van de mens en gebruikt dit op een geweldige manier. Het gaat om niets minder dan groot-zijn in het koninkrijk van God en zelfs het binnengaan van dat koninkrijk! Jezus benoemt het christen-worden heel verrassend met woorden die wijzen naar onze eerste levensfase.
Contrast
Wat mij nu geholpen heeft bij het begrijpen van deze teksten is dit contrast tussen volwassenen en kinderen. Niet zozeer een definitie van wat een kind is of wat het kinderlijke is, maar het verschil in levensfase. Jezus plaatst een kind in de kring van de ruziënde volwassenen. Dan gebeurt er iets met ze. Dat doet iets. Want opeens is het kind het grote voorbeeld en niet de volwassene. Opeens is de volwassene en de volwassenheid niet meer de maatstaf. Zoals het per definitie totaal anders gaat rondom het koninkrijk van God en het binnengaan van het koninkrijk dan in onze belevingswereld. Het koninkrijk van God is een omgekeerde wereld: een kind dat gedragen wordt en opziet, gaat de volwassene voor die alles inpast binnen de eigen belevingswereld en die alles meet aan zijn eigen normen. Het koninkrijk gaat pas open voor wie naar God kan opzien. En dan heb je in het kind het voorbeeld bij uitstek. Plaats je zo’n kind in de kring van volwassen mensen dan voel je: ik moet worden als dat kind.
Eenheid
Je kunt als volwassene in het worden als een kind een opening ontdekken in de ommuurde tuin van onze kindertijd. Niet om daar een paradijstuin te gaan verwachten, maar om te ervaren dat Jezus ons leven één maakt. Hij is onze Heer in welke fase van het leven we dan ook zitten. In de winter, de herfst, de zomer of de lente van ons leven. Hij geeft door zijn uitspraak dat we moeten worden als een kind een oneindige waarde aan het kind-zijn, de lente van ons leven. In het worden als een kind gaat het koninkrijk voor ons open, maar komt er ook een nieuwe eenheid in ons leven. Die eerste levensfase die voorbij is en iets afgeslotens heeft in ons leven gaat door Jezus alsnog voor je open. Christus is daar om je in je kind-zijn welkom te heten.