Complexe schuld (2)

1995-02-24
  • Jaargang 39
  • nummer 4
Als je het over het probleem van de menselijke schuld hebt kun je niet zeggen, dat je je aan de rand van het christelijk geloof ophoudt.
Daarvoor gaat het in de bijbel te vaak en te intens over zonde, schuld, berouwen vergeving. Iets anders is of dit centrale uit het evangelie ook zo 'n centrale plaats heeft in ons persoonlijk geloof. Hoe is het met ons besef van schuld en zonde? In hoeverre dringt de werkelijkheid van schuld en zonde ook echt tot ons door? Als het gaat over onze intermenselijke verhoudingen, maar vooral ook als we beseffen, dat we als mensen leven voor Gods aangezicht. Twee weken geleden beperkte ik me tot dat eerste, maar zelfs daar kwam ik al onder de indruk van het complexe van het probleem van de menselijke schuld.
Doordat schuld relationeel van karakter is, door het persoonlijke en het collectieve van de schuld en niet in het laatst, omdat je stuit op onherstelbare kanten aan ontstane schuld.

Ogenschijnlijke oppervlakkigheid
Als het probleem van de menselijke schuld zo diep is, hoe is het mogelijk dat je tegelijk stuit op een ogenschijnlijk oppervlakkig besef van schuld en zonde bij de mensen om ons heen en wellicht ook bij ons zelf. Op dat ogenschijnlijke wil ik in de eerste helft van dit artikel nog iets dieper ingaan. Want al mag de 20e eeuwse mens en samenleving van de buitenkant bezien snel en oppervlakkig lijken, zou dat ook nog zo zijn als je dieper in die moderne of post-moderne mens afsteekt?
Geboeid was ik door een artikel van dr. Van der Beek in het tijdschrift Kontekstueel.
Er is, zo stelt deze hervormde theoloog uit Leiden, in onze samenleving "een fundamentele beleving van tekort schieten zonder mogelijkheid om daaruit te ontsnappen"
(p.9). Toch schuld dus en nog wel één van het meest machteloze soort, omdat mensen voelen dat ze tekort schieten in hun relaties (b.v. in de opvoeding), machteloos zijn tegenover de nood dichtbij en veraf enhun plek hebben in een milieu, dat op zoveel vuil niet berekend is, maar geen uitweg zien uit die vaak vage schuldgevoelens.
Van der Beek noemt daarbij de massamedia als aanjagers, die ons bestoken met hun flitsende berichtgeving met zijn vaak verholen moraliserende boodschappen, niet zelden tegenstrijdig.
Diezelfde media houden ons idealen voor (b.v. de ideale man, vrouw), waaraan je als doorsnee mens nooit kunt voldoen. En dan is er het beroep, dat vanuit tal van verbanden op ons gedaan wordt. Het levert even zovele gevoelens van falen en tekort schieten op. Veel 20e eeuws mensen voelen zich daarom diep in hun hart beneden de maat, zo stelt Van der Beek.
Ds. W. Dekker schrijft in een ander artikel in hetzelfde tijdschrift, dat hij zich niet verbaast, dat de moderne mens aan de buitenkant niet veel van zijn besef van zonde en schuld laat zien. De 20e eeuwse westerse mens is de mens na Freud en door zijn gedachtengoed gevormd, waardoor hij veel 'qelaaqder' en omzichtiger door het leven gaat als zijn Afrikaanse en Aziatische tijdgenoot. Je kunt dus van de
20e-eeuwse Europeaan wel de indruk krijgen, dat er aan de oppervlakte weinig besef van schuld en zonde zit, maar dat zegt nog niet zoveel over wat zich afspeelt in zijn diepste lagen, zo stelt ds. Dekker.
Ik sluit me graag aan bij deze beide heren. Ook als je om je heen kijkt en ziet dat veel mensen om ons heen vastlopen en de hulp van psycholoog, psychiater of maatschappelijk werker inroepen, wordt duidelijk dat onze .
20e-eeuwse medemens zich de dingen meer aantrekt dan soms gezegd wordt. Maar wel is het zo dat, als het gaat over schuld, deze onbepaalder en ongrijpbaarder is geworden en dieper weggeborgen ligt. Ook die twee kanten voegen iets toe aan het complexe van de schuld.

Brieven zonder adres
Tegelijk biedt deze ontwikkeling om ons heen (en onder ons!) een (voor mij) verrassende ingang tot het evangelie.
Want het vervaagde besef van schuld staat niet los van het feit, dat in de laatste halve eeuw het geloof in een persoonlijk God uit het leven van velen om ons heen verdwenen is.
Mensen zijn daardoor ten diepste geworden als zoekgeraakte brieven, zonder afzender en zonder adres; onbewust van wat ze ontvangen hebben als mens, geschapen naar het Beeld van God; onwetend van de menselijke verantwoordelijkheid, die daarin meekomt; onbekend met normen en richtlijnen, die God aan de mensen heeft meegegeven. Geen wonder dat de schuld minder 'boven tafel' komt en schuldgevoelens onbestemder zijn, wanneer het persoonlijk geloof in God heeft plaatsgemaakt voor hooguit een vaag godsbesef.

De bevrijdende wet
Op zulke momenten komen woorden uit het evangelie bij me boven. Zoals psalm 119, waar de wet en daarachter de Gever van die wet met grote vreugde bezongen wordt. De wet, dat richtinggevende Woord van God, als een lamp voor onze voet. Als het onder ons mensen al heerlijk is wanneer een ander de dingen eens helder voor je op een rij zet, wanneer je het zelf"
niet zo scherp ziet, hoe goed is het dan om te horen, dat God met zijn Woord onder de mensen gekomen is met datzelfde doel. Om met dat Woord ons open te leggen tot op onze diepste lagen, tot bij zonde en schuld. Dat Hij ons in onze machteloosheid te hulp is gekomen, omdat we ons schuldbesef zonder Hem niet tot klaarheid zouden hebben gekregen. "De wet doet zonde kennen", zegt Paulus samenvattend (Romeinen 7:7). Wat is dat een bevrijdende ingreep van God, want stel je voor dat je als mens zonder God maar altijd met die onbestemde en ongrijpbare schuldgevoelens had moeten blijven leven, met de dood als vrucht voor ogen. Die eeuwige stem, die je zegt dat je te kort schiet, terwijl je zelf niet ziet hoe het anders zou moeten.
Goed, dat God dat scherp wil stellen in ons leven tot op deze dag. De boodschap van de wet, dat verhelderende en richtinggevende Woord van God, is een boodschap, waarvoor we ons niet hoeven schamen. Want we hebben het met Gods wet over een middel, waardoor duidelijk wordt wat onze kwalen zijn. Een hulp van Gods kant, waarmee de mist rond onze zonde en schuld opklaart. Daarmee is het laatste woord nog niet gezegd, maar een goed bericht is het wel.

Schuld en God
Bij wat ik tot nu toe genoemd hebtwee weken terug: het relationele, het collectieve, het onherstelbare van de schuld en hierboven het onbepaalde . en verborgene van schuldgevoelensheb ik me beperkt tot de intermenselijke relaties. Als bij wat zich afspeelt in het ondermaanse tussen de ene en de andere mens de knoop van de menselijke schuld al zo onontwarbaar is, hoe zal het dan zijn als een mens voor God komt te staan? Daarover gaat het in het laatste gedeelte van dit tweede artikel over schuld.

Mens naar Gods Beeld
We leven voor Gods aangezicht. Als mens, die de secondes en minuten onder zich door hoort tikken, tegenover de Eeuwige. De Eeuwige, die ons de aarde gaf en de tijd
(Gezang 75:1, 94:2). Wat heb je met de tijd gedaan, die ik je heb gegeven, zal Hij vragen?
En met mijn aarde en die er op leven?
Dat bepaalt me er bij, dat wat zich afspeelt tussen de ene mens en de' andere niet buiten God omgaat. Als ik tekort schiet tegenover een ander mens, kom ik ook in de schuld tegenover de Maker van die mens. Heel goed zichtbaar is dat verband in Genesis 9, waar God de doodslag verbiedt en dit gebod nadrukkelijk naar boven openhoudt door toe te voegen, dat de mens geschapen is naar Gods beeld.
"Wie het bloed van een mens vergiet, diens bloed zal door de mens vergoten worden; want God heeft de mens naar zijn beeld gemaakt". Omdat wij zijn schepselen zijn heeft elke daad van mensen onderling ook met God te maken. Als we aan de ander komen, komen we aan Hem. Schokkend is het in Psalm 51:6, waar David na de affaire met Bathseba zijn schuld op één noemer brengt en belijdt:
"Tegen U, U alleen, heb ik gezondigd". Als we denken aan schuld in relatie tot God, dan kunnen we er als eerste niet om heen, dat schuld in alle andere relaties doortelt in onze relatie met God.

Voor Gods aangezicht
Daar komt bij, dat we als mens ook in een directe verhouding tot God staan.
Als je dan alleen al eens denkt aan het grote gebod van de liefde, dat God ons vraagt Hem lief te hebben met heel ons hart en al onze vermogens. Dan is het alsof we Jezus horen zeggen: Hebt uw hemelse Vader lief, zoals Hij u heeft liefgehad. Juist waar liefde woont of zou moeten wonen, is het menselijk tekort zo schrijnend voelbaar, schreef ik de vorige keer. Dat is op unieke en intense wijze waar in onze verhouding met God.
Opvallend is dan ook, dat waar mensen in Gods nabijheid komen, dit tekort tegenover God tot in de botten gevoeld wordt. Zodat je de gaafste kinderen dingen hoort zeggen als: "Wee mij, want ik ben een mens onrein van lippen en ik woon te midden van een volk dat onrein van lippen is en mijn ogen hebben de Koning, de Here der Heerscharen gezien"
(Jesaja 6). De profeet Jesaja, want die is het, wordt zich in die sfeer van goddelijke heiligheid pijnlijk bewust van zijn tekorten. In Gods nabijheid kan een mens niet onveranderd wonen, terwijl er in de bijbel toch toegewerkt wordt naar dat wonen van God onder de mensen. Tekenend voor de bijbelse boodschap is, dat er van de andere kant voor een doorbraak wordt gezorgd.
Een enge·1komt met een ·gloeiende kool van het altaar, raakt Jesaja's lippen aan en volbrengt zo de verzoening.

Schuld en Christus
Dat laatste motief brengt me bij Christus.
Is het al zo dat de wet zonde en schuld doet kennen, dat geldt op zeer persoonlijke wijze voor Christus. Zoals Petrus zichzelf in zijn tekort leert kennen in één van de eerste ontmoetingen met Jezus (Lucas 5:8). Om nog .
maar te zwijgen van zijn bittere falen oog in oog met de lijdende Heer (Lucas 22:61,62).
In de komst en vooral in het lijden van Christus wordt onze schuld zichtbaar.
Als tot je doordringt dat onze schuld en zonde niet anders kon worden opgelost dan door die vreemde en bittere weg van de komst en dood van onze Heer. Als het anders had gekund, dan was de dood van Christus toch voor niets geweest, zegt Paulus ergens (Galaten 2:21)? Of nog harder gezegd: dan was de kruisdood van Christus een macabere vergissing van God geweest. De drinkbeker kon blijkbaar niet voorbij gaan.

Groei in schuldbesef
Schuld- en zondebesef valt niet aan te praten. Ik doe ook geen poging in die richting als ik (via deze artikelen) mensen tegenkom, die niet veel diepte hebben in het besef van eigen schuld tegenover God en de naaste. Omdat ze jong zijn en gewoon nog een stuk moeten groeien in het geloof. Of de afgeknapten, die alleen maar bestookt zijn met de laatste conclusies uit de christelijke leer (b.v. zondag 2 en 3), zonder dat ze de tijd kregen (of namen!) om zelf die weg naar de conélusies eens te beproeven.
Ik denk, dat we juist op deze centrale punten als schuld en vergeving de tijd moeten nemen, om weer opnieuw onder de indruk te komen van het getuigenis van het evangelie. Door jezelf eens voor dat 'moeten' van Christus lijden neer te zetten om het zo in volle kracht op je te laten inwerken.
Of door te rekenen aan zo'n woord van Paulus - als er langs een andere weg gerechtigheid zou zijn; dan is Christus tevergeefs gestorven.
Wat betekent dit voor mij?! Ga er voor zitten, als op een zomerdag op een stille plek aan de rivier.
Onze Heer is de spil, als het gaat om schuld en vergeving. Ik ben er van overtuigd, dat we juist in de ontmoeting met Hem kunnen groeien in de diepte van eigen zonde, schuld, berouwen vergeving.

Onherstelbaar/collectief
Over zijn verzoenend werk is meer te zeggen. Ik denk aan het einde van het eerste artikel, waar het ging over het onherstelbare van de menselijke schuld. Ik doe daar niets aan af. Zolang je onder de mensen blijft is het onherstelbaar. Het bevrijdende van de weg van Jezus is, dat Hij de macht heeft om op aarde het onuitwisbare in de persoonlijke schuld te wissen en het onherstelbare aan wat in intermenselijke relaties is misgegaan te herstellen.
Daarvan getuigt het evangelie met grote kracht. Ik geloof ook, om iets anders te noemen, dat Hij het collectieve in de schuld aan kan. Alleen al door het werk van de Geest, op wie ik twee weken terug toespeelde door te zeggen, dat schuld zich over de hoofden verdeelt. De Geest doet dat ook en is de sterkere.

Het kwaad bij de kop
Schuld? Is het probleem van de schuld werkelijk de diepste laag van het kwaad? Het is waar, de angst voor ziekte en dood houdt ons van nature meer bezig, gelet onze westerse gezondheidscultus. Maar bij de trits waarmee psalm 103 inzet "die al uw ongerechtigheid vergeeft, al uw ziekten geneest, uw leven verlost van de groeve", staat het eerste niet voor niets voorop (vergelijk ook Marcus 2:1-12). Omdat de zonde voorop loopt en de dood slechts het bittere gevolg is (Romeinen 5:12)! God heeft het bittere probleem van het kwaad inderdaad bij de kop genomen, in de verzoening door zijn Zoon.
Alleen al uit de shockerende weg van Jezus Christus is af te lezen, dat God alles moest inzetten om dit kwaad van de menselijke schuld de wereld uit te krijgen. Dat het zo moest. Voor de wereld en voor mij.
Als ik daar met mijn ervaring niet bij kan .... Dan moet ik misschien gewoon nog een stukje opwandelen met God in Christus.
En tegelijk goed om me heen kijken.
Want dan zie je toch met eigen ogen, dat schuld onuitwisbare trekken heeft en taai en complex is.
Zulke overwegingen maken mij open voor de weg van het christelijk geloof door de menselijke schuld. Een echt Ander Mens, Jezus Christus moest ons uit de schuld weghalen en met de kracht van de eeuwigheid de schuld doen vergeten.
Er zit iets menselijks aan, om aan de vragen van schuld en tekort voorbij te leven. Of ze te verbergen in de diepste lagen van onze persoon. Wie weet heeft dat wel te maken met het feit dat de boze deze werkelijkheid betoverd heeft. Dat we in dat opzicht als mensen een soort doornroosjes zijn, die gewekt moeten worden. Misschien wel door een harde straffende hand of door de kus van de verzoening wie zal het zeggen.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief