Pastorale notitie

1995-02-24
  • Jaargang 39
  • nummer 4
Er zit iets moois in, dat ze 'tante' werd genoemd. Het betekent dat er mensen zijn uw werken; mijn ziel weet dat zeer we'.
Als je recht van lijf en leden bent, kun je dat makkelijk zeggen. En hoe velen die recht van lijf en leden zijn, zeggen het toch niet! Maar er zijn ook mensen die het al vechtende en wenende moeten leren. En zo'n mens was tante Leentje.
Het viel haar niet makkelijk, maar ze leerde het wel. Ze had er een heel leven voor nodig, driekwart van een eeuw. Maar ze heeft het toch beleden: 'Hoe kostelijk zijn mij uw gedachten ...; als ik ontwaak, dan ben ik nog bij U'.
Op een zaterdagmorgen in mei is tante Leent je ingeslapen. Maar als ze wakker wordt, op die grote morgen als Jezus terugkomt, dan zal haar eerste gedachte zijn: 'Daar heb je Hem nu, mijn Heer en mijn Heiland!' Dan zal ze ondervinden wat het betekent: bij Hem zijn, met Hem in het paradijs zijn. Het betekent dat zij Hem gelijk zal zijn.
.Op het gezicht van tante Leent je zal zijn heerlijkheid staan - en daar heeft ze altijd al naar verlangd!
waren die van haar hielden en van wie zij hield.
Maar er zit ook iets schrijnends in. Ik weet zeker dat ze liever 'moeder' of 'oma' Leent je was geweest. Maar dit geluk was voor haar niet weggelegd.
Tante Leent je is ooit een jong meisje, een jonge vrouw geweest. En niets menselijks, niets vrouwelijks was haar vreemd. Ze wilde graag mooi zijn, beminnen en bemind worden. En juist op dit punt werd ze al heel vroeg beproefd.
De lupus verminkte niet alleen haar gezicht, maar ook haar ziel. Want je was nooit bij haar op bezoek, of ze had het - direct of indirect - over haar jeugdziekte.
Die heeft inderdaad aan haar gevreten.
Heel diep heeft ze eronder geleden.
Tante Leent je was geen makkelijke tante. Wat kon ze mopperen enboos worden! Maar vergeet niet dat ze zich altijd verminkt voelde. Dat ze altijd moeite had omvreemde mensen te ontmoeten. En dat ze daarom vaak afwerend en negatief overkwam.
Toch had ze een lief gezicht. En als ze blij was, straalden haar ogen! En ze was ook altijd blij als je met haar praatte: over haar jeugd, haar problemen, haarzelf en haar Heiland.
Tante Leent je, als ik aan u terugdenk, denk ik aan poezen en aan handwerken, ontelbare poezen en eindeloos handwerken. En juist over handwerken gaat het in de psalm. 'Gij hebt mijn nieren gevormd, mij in de schoot van mijn moeder geweven. Ik loof u, omdat ik gans wonderbaar ben toebereid,wonderbaar zijn uw werken; mijn ziel weet dat zeer we/'.
Als je recht van lijf en leden bent, kun je dat makkelijk zeggen. En hoe velen die recht van lijf en leden zijn, zeggen het toch niet! Maar er zijn ook mensen die het al vechtende en wenende moeten leren. En zo'n mens was tante Leent je.
Het viel haar niet makkelijk, maar ze leerde het wel. Ze had er een heel leven voor nodig, driekwart van een eeuw. Maar ze heeft het toch beleden: 'Hoe kostelijk zijn mij uw gedachten ...; als ik ontwaak, dan ben ik nog bij U'.
Op een zaterdagmorgen in mei is tante Leent je ingeslapen. Maar als ze wakker wordt, op die grote morgen als Jezus terugkomt, dan zal haar eerste gedachte zijn: 'Daar heb je Hem nu, mijn Heer en mijn Heiland!' Dan zal ze ondervinden wat het betekent: bij Hem zijn, met Hem in het paradijs zijn. Het betekent dat zij Hem gelijk zal zijn.
.Op het gezicht van tante Leent je zal zijn heerlijkheid staan en daar heeft ze altijd al naar verlangd!

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief