Boekbespreking

1995-02-24
  • Jaargang 39
  • nummer 4
Ambt en Actualiteit
'Ambt en actualiteit' - Opstellen aangeboden aan
Prof.Dr. C. Trimp ter gelegenheid van zijn afscheid als hoogleraar aan de Theologische Universiteit van de Geref. Kerken (vrijgemaakt) te Kampen op 2 december 1992, onder redactie van Drs. F.H. Folkerts e.a. - Uitgave van Vijlbrief te Haarlem - 280 pag. - gebonden, 47,50.

De bundel wordt na een Woord Vooraf van de redaktie geopend doorJ. Kamphuis, die schrijft over:
'C. Trimp-Diaconioloog'. Hij geeft een korrekt overzicht van de levensarbeid van C. Trimp en memoreert de aansluiting met zijn voorgangr op de leerstoel van de diaconioloogie,
C. Veenhof, in het bijzonder gericht op de funktie van het diakonaat. Trimp verdedigde het monologische karakter van de prediking, maar kwam tevens op voor de rechten van de gemeente. 'Geef de gemeente haar Amen terug!' Trimp aksentueerde het werk van de Heilige Geest en verloor het trinitarische element (de heerlijkheid en de genade van de drieënige God) niet uit het oog. Alles moest uitmonden in de lof des Heren.

Allerlei bijdragen hebben een plaats gevonden in deze mooie afscheidsbundel.
Wij kunnen ze niet alle noemen, maar lichten er enkele uit. A.N. Hendriks schrijft over: 'Het ambt van de apostel volgens het N.T.' Hij merkt op, dat de reformatoren in hun afweer tegen de pretentie van de paus de uitspraak van Jezus in Matth. 16:18 uitsluitend hebben betrokken op het geloof van Petrus. Maar deze verklaring is niet houdbaar. De belijdende Petrus zelf wordt de petra genoemd al betekent dat niet, dat hij als voorganger exclusieve bevoegdheid ontvangt.
(p. 42,43). Zo dient de kerk haar binding aan het getuigenis van de apostel te bewaren. Dat is haar apostoliciteit.
W. van 't Spijker behandelt het onderwerp: 'Gemeente en ambt bij Franciscus Lambertus'. Deze geestelijke was in 1522 overgegaan tot de Reformatie na kontakt met Zwingli. Volgens lambertus moet er een scheiding plaatsvinden tussen de ware en de valse broeders.
,Reformatie van de gemeente is blijkbaar naar het inzicht van Lambertus slechts te verwezenlijken langs. de weg van de separatie." (p. 76). Het Verbond speelt in het denken van deze theoloog geen enkele rol. Maar: "Wie het Verbond der genade als grondslag van de kerk vergeet in zijn denken over de kerk, en slechts uitgaat van de verkiezing, geeft voet aan élitair gedrag." (p. 85).
C.J. de Ruijter levert een bijdrage over: 'Ambt en Schriftberoep'. Hij gaat nader in op de controverse van Trimp met L. Wierenga. "De inzet van die gedachtenwisseling is de vraag naar de schriftuurlijke legitimatie van de ambtsleer."
(p. 121). Helaas is de diskussie daarover niet voortgezet.
J.R. Luth citeert ter inleiding van de uiteenzetting van zijn standpunt onder de titel: 'Concio en Cantio'. Een zin van
C. Trimp: ..Want niet de preek, maar het lied zal eeuwig blijven in de voltooide gemeenschap van de kerk" en trekt aan het slot de konklusie: "Daarom behoort het bestuderen van de herkomst en de funktie van de gezongen lofprijzing aan God een strukturele plaats te hebben in de theologische opleiding, niet als specialisatie, maar als basisvak." (p. 151).
C. Bijl wijdt een hoofdstuk aan: 'De prediking: bediening of interpretatie?' Bedienen van het Woord is meer dan vertalen of citeren. "In en door de prediking zet de HEILSGESCHIEDENIS zich voort, nadat de OPENBARINGSGESCHIEDENIS is afgesloten." (p. 154). Het is waar, dat onze kijk op de prediking bepaald wordt door onze kijk op het Woord en dat niet de interpretatie, maar de bediening van de aktualiteit van de evangelieboodschap ten volle honoreert. Wij delen de visie van Bijl. W.H. Velema geeft aandacht aan een onderwerp uit de homiletiek: 'Openbaringsgeschiedenis en geloofsgeschiedenis' . In onze strijd tegen subjektivisme doemen vragen op waar we niet omheen kunnen. Hoe komt de mens ter sprake in de preek als we de exemplarische methode afwijzen?
Velema konkludeert: "In de H. Schrift wordt ons
openbarings-geschiedenis gegeven. Binnen dat kader treffen wij de geschiedenis aan van gelovigen, die het heil beleven. Het heil. wordt toegedeeld en beleefd. Dit laatste is het werk van de Heilige Geest." (p. 165). Er is een relatie tussen heilshistorische voortgang en Verbondsomgang.
Een inspirerende bijdrage!

Wij willen het hierbij laten. Wij deden slechts een greep. Verder werkten aan deze bundel mee J. van Bruggen,
K. Deddens, J. Douma, J. Faber.
F.N. Gootjes, P. Houtman, R.A. Houtman, P.W. van de Kamp, G. vanRongen en P.J. Trimp. J.N. IJkel stelde een bibliografie van Prof. Trimp samen terwijl het geheel afgesloten wordt met een felicitatieregister. Het boek is keurig uitgegeven. Het lezen en bestuderen van de inhoud van dit geschrift vereist wel enige theologische interesse.
Wij willen deze waardevolle afscheidsbundel heel graag aanbevelen!

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief