Tussen kerk en keuken
1995-02-24
Oorlog (je)- Jaargang 39
- nummer 4
Het is oorlog in de achtertuin. Reinier, onze jongste, ligt op zijn buik in het gras. Op zijn hoofd een oude baret van zoon Joris, overblijfsel uit de diensttijd, en in zijn hand een houten geweer gefabriceerd van houten panlatten met elektriciteitbuizen. Hij treedt hiermee in de voetsporen van zijn grote broers, want die deden dat precies zo.
De buurt waar we woonden toen die twee een jaar of twaalf waren, puilde uit van jochies van die leeftijd.
De wijk was in opbouwen dat was een feest voor de kinderen. Er werden hutten gebouwd van overtollig bouwmateriaal, er werden pannenkoeken gebakken op houtvuurtjes en er werd oorlogje gespeeld bij het leven. Tussen net geplante struiken die nog pierig en iel waren, verstopten zich horden kleine jongens. Als passant hoorde je verwijten uitschreeuwen als: "Stommerd, jij was allang dood!" en antwoorden als: "Oei gek ... Alleen in mijn arm geraakt en dan ben je gerust niet dood!"
Gewonden vielen er op een paar builen na niet. Het enige dat de jongens er aan overhielden waren modderige kleren en af en toe een winkelhaak in een broek of jas. De wasmachine draaide een keer extra en de scheuren werden bij elkaar gehaald. Geen moeder die er problemen mee had. Alleen de struiken stonden er geknakt bij, maar een kniesoor die daarover viel.
De veldslagen werden gevoerd met kluiten en plastic of met (in het geval van onze jongens) huisvlijt-geweren.
Als het te grimmig toeging in het vuur van de strijd, was er altijd wel een moeder die riep: "Rustig aan, mannen.
Rustig aan!"
Joris, onze derde, kon nooit partij kiezen en dribbelde van de ene kant naar de andere. Hij gooide zo hier en daar een kluitje modder mee en het was hem volstrekt onverschillig of hij iemand raakte of niet. Het merkwaardige was dat niemand hem zijn neutraliteit kwalijk nam. Bij beide partijen bleef hij welkom en het enige dat ze tegen hem riepen als hij zich in de frontlinie bevond was: "Bukken Joris!"
Ja, je hebt van die kinderen.
Reinier die een film over de Tweede Wereldoorlog had gezien, vermaakte zich uitstekend in zijn eentje. Er was even geen vriendje voorradig, maar iemand die oorlog wil voeren vindt altijd wel een vijand. Luid 'dudduddut-
....duddudut...tettetet' roepend, zocht hij dekking achter een oude tuinstoel en gooide een denneappel naar de paal van de waslijn.
"Ach kijk," zei onze oudste, die naast mij stond te kijken naar de slag, vertederd.
"Hij gooit een handgranaat. Leuk hè?"
's Avonds zag ik op het journaal de opgestapelde lichamen van gesneuvelde Russische soldaten in Tjetsjenië en de gezichten van hun radeloze moeders in Moskou. De moeders protesteerden heftig tegen de deelname van hun kinderen aan een oorlog om een rottig beetje geld en een rottig beetje macht.
Kort daarvoor was er een vrouw uit Tjetsjenië in beeld geweest die verbijsterd vroeg: "Wat hebben we ze gedaan dat ze zich zo tegen ons gedragen?"
Ik voelde me opeens Joris die geen partij kon kiezen. Even later zag ik een tank, bestookt door een jongen van een jaar of twintig die een handgranaat gooide.
De scheuren in die uniformen worden.
niet gerepareerd want dat is niet meer nodig. En wasmachines helpen op een slagveld ook niet... Bloedvlekken zijn hardnekkiger dan modder en de moeders die 'rustig aan, mannen' roepen, worden overstemd door het geratel van een machinegeweer.
Machteloos meelevend zat ik naar de beelden te kijken. Een kop koffie in de hand en traag happend van een stuk boterkoek.
Ik dacht aan Reinier die die middag zonder vijand zijn eigen 'war' had gevoerd. Ik voelde me even schuldig.
Maar mijn schuldgevoel overleefde de minuut niet.
Kinderen verbieden om oortoqje'te spelen? Ik pieker er niet over. Ik hoop dat degenen die genoeg hebben gespeeld en geknokt in hun jeugd, op latere leeftijd hun conflicten zonder wapens bijleggen. Maar ik weet het niet zeker en daarom wijs ik ze voor de veiligheid eerst op de woorden "Wat gij wilt dat de mensen u doen, doet hen evenzo."
Die woorden houden meer in dan het "rustig aan, mannen" van alle moeders van de wereld.