Ingezonden
1995-03-10
Een nieuw credo?- Jaargang 39
- nummer 5
Broeder Luth heeft zich ingespannen voor een andere melodie; broeder Van Helden breidt dat nog uit met aanpassing van het Nederlands naar dat van de 20e eeuwen en passant nog van de eigenlijke belijdenistekst ook. Wat beide broeders m.i. over het hoofd zien hoop ik met onderstaande regels duidelijk te maken.
Onlangs was ik als dirigent geroepen met mijn cantorij een oecumenische dienst op te luisteren. In die dienst zong ook een R.K. mannenkoor. Zij verzorgden de 'standaard'-delen van de liturgie, de cantorij zorgde voor de opluistering met psalmen en gezangen.
Toen het 'credo' aan de orde kwam, zongen de R.K.-broeders iets dat zoveel verwantschap vertoonde met de zetting van Van Westering, dat ik er helemaal blij van werd. ZÓ heeft de kerk van eeuw tot eeuwen op allerlei plaatsen op deze wereld haar geloof mogen belijden. We kunnen op onze eigen wijze en naar onze eigen aard zoveel zingen in onze erediensten. Is het dan niet heerlijk om over de grenzen heen in gemeenschap met de kerk van alle tijden en van alle plaatsen ons geloof te belijden? Voor mij persoonlijk hét argument om hierin niets te veranderen.
Wil je toch iets doen aan onze gezongen-credopraktijk, begin dan eerst met een pittiger tempo. Als de gemeente zingend de kans krijgt te spreken van haar geloof, compleet met aandacht voor de belangrijke woorden, waar mogelijk muzikaal onderstreept, dan is Van Westering uitstekend te zingen. Onze vrijgemaakte broeders hebben trouwens in hun kerkboek nog een tweede melodie, stammend uit Straatsburg, dus de 16e eeuw. Naar mijn gevoel tegen de achtergrond van belijden met de kerk van alle eeuwen en alle plaatsen altijd beter dan nationale pogingen uit de 20e eeuw.