De samenleving verandert. En de kerk ...?

1995-03-10
  • Jaargang 39
  • nummer 5
Zaterdag 26 februari jl. werd in 'De Wittenberg' te Zeist de eerste konferentie voor Nerderlands Gereformeerde studenten gehouden. Het boeiende thema van de dag luidde: 'De samenleving verandert. En de kerk ...?' Twee lezingen werden er gehouden, de eerste door ondergetekende,de tweede door ds. H. de Jong. De blik richting van de eerste lezing was 'van buiten naar binnen ': welke gevolgen hebben de veranderingen binnen de samenleving voor de kerk? De blikrichting van de tweede lezing was 'van binnen naar buiten': welke rol kan de kerk nog spelen in een veranderde, gesekulariseerde samenleving? Beide lezingen zullen de komende tijd in 'Opbouw' geplaatst worden.
Mijn lezing begint met een situatieschets. De eerste stelling luidt:

1.De samenleving verandert en met de samenleving verandert de kerk, de Nederlands Gereformeerde Kerken niet minder dan de andere.

Tumult om een gleufhoedje
De naam van wijlen ds. H.J. de Groot zal jullie heel weinig zeggen. Hij was predikant in de Nederlands Hervormde Kerk vanaf ongeveer 1900-1941, het jaar dat hij stierf. De boeken die ik van hem heb, bevatten schetsen over de pastorale en gemeentelijke praktijk van zijn tijd. Het zijn stukjes met een glimlach, nog altijd aardig om te lezen, al zijn ze wat breedsprakig.
Dat meteen al is opvallend: de stukjes stammen kennelijk uit een tijd, dat men meer tijd had om 'to the point' te komen. Eén van de verhaaltjes heet 'Kleervrijheid'". Het begint ermee, dat ds. De Groot door enkele zeer rechtzinnige en rechtlijnige kerkeraadsleden verzocht wordt niet langer met een gleufhoedje op door de stad te lopen.
"Dominee moet gaan, zoals het een dominee betaamt", en dat is met een hoge hoed op het hoofd. Na enig tegenstribbelen geeft dominee toe. De volgende morgen maakt hij zijn dagelijkse gang naar het badhuis van het dorp. Niet in zijn gewone kloffie, maar keurig in zwarte jas, met witte das en de hoge hoed op het hoofd. Dit veroorzaakt zoveel hilariteit in het stadje - naar het badhuis in ambtskledij -, dat ds. De Groot drie ochtenden lang niets anders ziet dan hem bespiedende en voor hem wegduikende mensen. Uiteindelijk haalt de kerke raad bakzeil: zó wordt de waardigheid van het ambt meer te grabbel gegooid, dan door het te frivool geachte gleufhoedje. Een voorval van amper 90 jaar geleden, maar aan alle kanten proef je de afstand tot de tegenwoordige tijd. Veranderde leefomstandigheden: badhuizen zijn reeds lang voltooid verleden tijd. Veranderd vervoer: wandelende dominees zijn fietsende en autorijdende dominees geworden. Een veranderde kijk op de predikant: het idee dat een stad uitloopt voor de kledij van een dominee. En in het verlengde hiervan veranderde gezagsverhoudingen binnen de samenleving. Konklusie: met de samenleving is ook de kerk veranderd.

Inventarisatie
Laten we de veranderingen in vogelvlucht eens aanstippen.
Een van de meest opvallende verschijnselen is de ongelofelijke vlucht die elektronica en techniek genomen hebben.
De wijze van huishouden-en vervoer, en produktieprocessen en kommunikatiemiddelen, de medische technieken en het betalingsverkeer, t.o.v. de 1ge eeuw is het, alsof je op een andere planeet gekomen bent. En geen kerklid dat niet met deze ontwikkelingen is meegegroeid, terwijl de konsekwenties ervan toch gigantisch zijn. Door bijv. de prominente plaats van de T.V. in de huiskamer zijn sociale patronen en tijdsbesteding veranderd, is de wereld kleiner geworden, komen het extreem goede en mooie en het extreem kwade en lelijke door één druk op de knop in volle hevigheid op je af. Ander voorbeeld: door het gebruik van voorbehoedmiddelen heeft de gezinsplanning haar intrede gedaan en met de gezinsplanning het kleine gezin en met het kleine gezin een toenemende aandacht voor het individu. Verder, auto, PC, telefoon en fax zijn magnifieke uitvindingen, maar mede oorzaak van een sterk verhoogd levenstempo en - dus - een boel stress. De ontwikkelingen op medisch gebied hebben - behalve een hoger gezondheidspeil en een aanmerkelijke verlenging van de gemiddelde levensduur - ook gevolgen voor omgang met door en leven in de samenleving. Denk maar aan de diskussies rond abortus, IVF, KID (kunstmatige inseminatie m.b.v. donor) en vragen rond euthanasie. Ik doe maar een greep uit het vele. Dit alles speelt in de samenleving, dit alles speelt in de kerk. En dan heb ik het alleen nog maar gehad over de technische ontwikkelingen en de gevolgen daarvan.
Je kunt ook andere maatschappelijke ontwikkelingen noemen. De toename van de welvaart en in het spoor daarvan een sterk veranderd bestedingspatroon: meer luxe-artikelen, de opkomst van een body-cultuur, een veranderde vakantiecultuur enz. De veel hogere scholingsgraad heeft direkte gevolgen voor de gezagsverhoudingen binnen de samenleving gehad. Jan'met de pet kan in principe burgemeester of dominee worden.
Ook de verhoudingen tussen man en vrouw is sterk veranderd. Van een kultuur waarin de vader vanzelfsprekend hoofd van het gezin en kostwinner was tot een kultuur waarin gekozen kan worden wiens achternaam het kind zal dragen - die van de vader of de moeder - en vele vrouwen een betaalde baan hebben. Ook deze ontwikkeling gaat niet aan de kerk voorbij. Soms laat ik m'n catechisanten wel eens aan hun ouders vragen waaruit blijkt, dat vader het hoofd van het gezin is. De antwoorden die ik dan terugkrijg variëren van 'Ze weten het niet' tot' Als ze het bij heel moeilijke beslissingen niet eens zijn, hakt mijn vader de knoop door'. Part- of full-time werkende moeders zijn in onze kerken ook geen zeldzaamheid meer.
Uit alles blijkt, dat al de ouders van mijn catechisanten kinderen van hun tijd zijn.
Ook met ontwikkelingen op het vlak van de relatievorming - sex in verkeringstijd, wisselende partners, samenwonen - krijg je in de kerk direkt te maken.

Sekularisatie
Eén laatste - buitengewoon ingrijpende - ontwikkeling betreft de rol van de kerk en het geloof in de HERE God in onze samenleving. Onze samenleving heeft een proces van sekularisatie ondergaan.
Dat betekent allereerst, dat de kerk geen rol van betekenis meer in de samenleving speelt. De invloed van de kerk is beperkt tot het religieuze leven van de mens. De terreinen van politiek, economie, onderwijs en wetenschappen etc. zijn aan de invloedssfeer van de kerk onttrokken. Het tweede is, dat geloof en kerk voor vele landgenoten hebben afgedaan. Velen geloven nog wel in 'iets', maar het funktioneert niet in het leven als een bron van inspiratie en vernieuwing, en al helemaal is daar de kerk niet bij nodig. Veel andere landgenoten geloven helemaal niets meer. Hun levensperspektief is zo plat als een dubbeltje. Het ontstaan van plant, dier en mens is een op bepaalde wetmatigheden gebaseerde toevalstreffer. Dood is dood. En nu vindt er een gestage leegloop van de kerken plaats. Behoorde eind 19e eeuw nog 98% van ons volk bij een kerk, momenteel is dat percentage gehalveerd en de toekomst ziet er nog weer somberder uit. Slechts een kwart van de jongeren is in meer of mindere mate op de kerk betrokken.
Tussen haakjes, de criminaliteit is sinds deze ontwikkeling ook verveelvoudigd en de liefde is behoorlijk aan het verkillen ... Maar dat terzijde.
Onze samenleving is een - zoals dat heet - pluriforme en plurinorme samenleving geworden. Kernwoorden zijn: tolerantie, respekt en religieuze onverschilligheid.
"Dat geloof jij. met alle respekt, ik zie het anders". Het algemeen gevoelen is dat waarheid niet bestaat en dat het kernbelijden van de kerk: Jezus is de Weg en de Waarheid en het Leven een onhoudbare pretentie is, die andersdenkenden diskwalificeert.
Ook deze processen werken door in onze kerken. Wij hebben met ontkerkelijking te maken, niet in dezelfde mate als de grote kerken, maar desondanks niet minder aanwijsbaar. En een religieuze neutraliteit valt soms te proeven. Hebben we het over de uniciteit van het geloof in Christus, dan hoor ik wel: "Ik geloof wel in Jezus, maar ik zal het anderen niet opleggen". Uiterst huiverig ook zijn we om elkaar aan te spreken op onze levensstijl, indien dat nodig mocht zijn. Dan immers kom je iemands privésfeer binnen ...?

Kerkmensen zijn mensen
Uit alles blijkt, dat de kerk ten volle in het veranderingsproces van de samenleving is opgenomen. Dat is niet anders, en dat kan ook niet anders. De kerk is niet een apart segment in de samenleving, dat los van alle ontwikkelingen in de maatschappij een eigen bestaan leidt. De kerk is samenleving, maakt daarvan deel uit, is er door duizend draden mee verweven. Kerkmensen zijn om te beginnen mensen, net zo gefascineerd door techniek, net zo onwetend t.a.v. de gevolgen van het gebruik ervan, net zo gemakzuct1tig en op comfort gericht, net zo genietend van het goede des levens en het schone, net zo verleidbaar en zondig.

Een ontzuilde kerk
De enige manier om als kerk de veranderingen binnen de samenleving buiten de deur te houden is in een volstrekt isolement gelegen. Dit echter is niet alleen onwenselijk (hoe kan zo'n kerk ooit zoutend zout en lichtend licht zijn), maar ook onmogelijk. Paulus zegt al dat we onmogelijk de wereld kunnen mijden, want dan zouden we uit de wereld weg moeten gaan (1 Kor. 5:10)! Hetgeen zeker voor de Nederlands Gereformeerde Kerken opgaat.
Vergelijk je onze kerken met andere kerkverbanden van orthodoxe snit, dan moet je zelfs zeggen, dat wij extra gevoelig zijn voor de veranderingen in de samenleving. Zowel de bevindelijkgereformeerden als de Geref. Kerk (Vrijg.) hebben een veel geslotener struktuur. Dat die bij ons ontbreekt heeft met onze ontstaansgeschiedenis te maken. Tot eind zestiger jaren maakten wij deel uit van de Geref. Kerken (Vrijg.).
We vormden toen nog een kleine gereformeerde zuil, waarin je van de wieg tot het graf vertoeven kon. Je ging naar een geref. school, las een geref. krant, stemde op een geref. politieke partij, zat op de geref. gym- of voetbalvereniging, werd lid van een geref. studentenvereniging en ongetwijfeld sla ik nog het nodige over. Hierachter zat opzet. In navolging van Abraham Kuyper werd gesteld: "In het isolement ligt onze kracht". Feit is dat dit sterk zelfstandige bestaan vele maatschappelijke ontwikkelingen een tijdlang geremd heeft. Toen wij echter eind zestiger jaren buiten al deze verbanden werden gezet viel deze remmende struktuur weg. Zodoende zijn onze kerken voor de ontwikkelingen in de samenleving extra gevoelig. Zo heb ik ooit gedacht, het voorbeeld is wat infantiel, dat je de mate waarin een kerkelijke gemeenschap door de maatschappelijke ontwikkelingen bepaald wordt, kunt aflezen aan het gemiddelde kindertal per gezin in die kerk. De Geref. Gem. en Geref. Bond tellen gemiddeld 6 à 7 kinderen, de Geref. Kerk (Vrijg.) gemiddeld 4 à 5, de
Chr. Geref. Kerken 3 à 4 en de Ned. Geref. Kerken 2 à 3....
Maar, zelfs al waren we van de Geref. (Vrijg.) zuil deel blijven uitmaken, dan nog hadden bepaalde ontwikkelingen zich doorgezet. Het is onmogelijk om met behulp van organisatorische middelen veranderingen in de samenleving buiten te sluiten. Vroeg of later komen dezelfde vragen op je af, maak je dezelfde ontwikkelingen door. Wij kregen er alleen wat eerder mee te maken dan de andere kleine orthodoxe kerken.

Niet één pot nat
Met dit alles is niet gezegd dat kerk en samenleving helemaal met elkaar samenvallen.
Om één' voorbeeld te noemen: twee jaar geleden publiceerde het dagblad Trouw een onderzoek naar het geefgedrag van Nederlanders". o.a. werd onderzocht welk bedrag over een periode van negen maanden aan geldgeschenken weggegeven werden. Hierbij moet je o.a. denken aan giften voor het goede doel, kerkelijke bijdraqen etc.
Dit bedrag werd gerelateerd aan het lidmaatschap van de kerk en wat bleek?
De onkerkelijke groep had over die periode gemiddeld f 289,- gegeven, de rooms-katholieken gemiddeld f 350,-, de hervormden f 708,- en de gereformeerden f 1262,-.Sowieso sprongen de gereformeerden er uit als mensen die gemiddeld meer dan anderen vrijwilligerswerk deden en gastvrij waren. Een direkt verband dus tussen geefgedrag en christen zijn.
Er zullen ongetwijfeld meer statistisch waarneembare verschillen zijn. Kerk en 'samenleving zijn niet één pot nat. Desondanks is de grens een hele vage, een vloeiende. Regent het in de samenleving, dan druppelt het minimaal in de kerk en zeker in de NederlandsGeretormeerde.
De vraag waar we voor staan, luidt: Hoe reageer je als kerk intern op al die verschillende maatschappelijke ontwikkelingen?
Hoe verwerk je alles wat vanuit de samenleving onvermijdelijk op je af komt?

Noten
1 Te vinden in 'Schaap en bok in één hok', Amsterdam,
z.j., pag. 116-121.
2 Aafke Komter en Kees Schuyt, Geven in Nederland. uitgave Trouw, 1993. pag. 56

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief