Boekbespreking
1995-03-10
Romaans Nederland- Jaargang 39
- nummer 5
Ada van Deijk, Romaans Nederland.
Zodiaque/Architectura et Natura. Amsterdam.
1994.352 pp. prijs f 125,-
Een paar jaar geleden bezochten mijn vrouwen ik een fraaie kloosterruïne in de Franse Alpen, de Abbaie de Boscodon, die zijn Romaanse schoonheid nog steeds laat zien. In het aldaar aanwezige boekhandeltje kocht ik mijn eerste titel in de schitterende serie over Franse Romaanse kerken en kloosters van uitgeverij Zodiaque.
Noch mijn vrouw, die lichtelijk ontstemd de aanschaf van dat voorname werk over Symboles van tachtig gulden gadesloeg, noch ikzelf die de pasverworven schat onmiddellijk koesterde en ging lezen waren ons er toen van bewust dat de eerste kennismaking had plaatsgevonden met een serie van ruim zeventig delen! Alle zijn ze even mooi en even voornaam en even de moeite waard. Alle verdienen het om door een kunstminnend publiek te worden aangeschaft. Tezamen vertegenwoordigen ze echter een zodanig financeel kapitaal dat vermoedelijk slechts weinige particulieren die hele serie in huis hebben staan.
De Franse uitgeverij blijkt te worden gerund door leden van een Benedictijner klooster. Benedictijners zijn doorgaans zeer geleerde mannen, even' erudiet als hun vrouwelijke tegenhanger de Benedictinessen ontwikkelde religieuzen zijn. De boeken die de Benedictinessen in het belgische Bonheiden (bij Leuven) aan het publiek schenken hebben voornamelijk met kerkvaders en met mystieke schrijvers te maken. De leden van het franse klooster Sainte Marie de la Pierre-qui-
Vire hebben zich in architektuur gespecialiseerd.
Ze weten kennelijk alles af van de Romaanse bouwstijl en hebben met groot sukses getracht de pracht aan deze middeleeuwse architektuur in eigen land in volle glorie weer te geven. Daarbij moet nog worden opgemerkt dat de Vader Abt, Dom Angelico Surchamp, zelf alle foto's maakt. Naar mijn inschatting heeft hij (of meer waarschijnlijk, zijn klooster) een paar erg goede camera's in zijn bezit. Toch zouden deze zonder het uitstekend en deskundig oog van de fotograaf niet de kwaliteit van opnamen hebben kunnen produceren die nu elk van deze boeken siert. Ik bendat hebt u stellig al wel in deze recensie gemerkt - een groot bewonderaar geworden van de kwaliteit van deze serie. Als u van prachtige boeken houdt en voor de aanschaf ervan dit soort forse bedragen over hebt, als u door Romaanse kunst geboeid wordt (of dat zou willen zijn!) en als u het Frans enigermate machtig bent, moet u die mooie collectie van Zodiaque maar eens aandachtig gaan bekijken.
Wie wel aan de eerste twee voorwaarden voldoet, maar voor de laatste het helaas moet afleggen, moet eens letten op het zeer aantrekkelijke boek dat ik nu aankondig. Er is iets moois op de vaderlandse markt verschenen, iets heel moois!
Ada van Deijk is een in Utrecht woonachtige kunsthistorica die de tekst heeft geschreven bij de wederom schitterende foto's van Dom Angelico.
Samen zijn ze verantwoordelijk voor een boek dat alle in ons land voorkomende Romaanse bouwwerken, vooral kerken en torens in kaart brengt, beschrijft en afbeeldt.
Wie wil weten waar Romaanse kerken te Vinden zijn vindt op een paar kaarten duidelijk de vindplaatsen aangegeven.
Om redenen van aardrijkskundige aard, zoals Ada van Deijk aantoont, staan nagenoeg alle Romaanse bouwwerken in het Oosten en Zuiden van ons land. Friese terpen torsen prachtige Romaanse kerkjes of de torens die na de sloop van de kerken zijn overgebleven. De plaatsen in Friesland en Groningen zijn vaak maar klein en (ten onrechte) onbekend: Wierum en Aalsum en Hogeheintum, Wijtwerd, Eenum, Westeremden, Godlinze, Krewerd, Wirdum, Doezum en nog diverse plaatsen, ik belijd dat ik ze niet kende maar ik zeg erbij dat ik ze graag zou leren kennen, want de oude gebouwen die ze binnen hun gemeentegrenzen hebben staan zijn van stille pracht. In Noord Drente staat een aantal heel mooie kerkgebouwen-, in Vries, Norg en Anloo bijvoorbeeld. Dat zelfde valt te zeggen van een aantal plaatsen in Twente en de streek rond Arnhem.
Maar vooral in Limburg is nog veel van de Romaanse stijl te bewonderen: S. Odiliënberg, Rolduc, Susteren en Roermond, maar vooral de hoofdstad Maastricht met een paar weergaloze Romaanse kerken.
Is het eerste doel geslaagd - de precieze plaatsen staan goed aangegeven - de vrij beknopte inleiding van een kleine twintig pagina's verschaft de lezer ook veel interessants. Het gebruik van Bentheimer zandsteen, kloostermoppen of andere materialen wordt vermeld; we lezen over de zgn.
'Bernoldkerken', die in Utrecht (drie) of in Oldenzaal te vinden zijn (de basiliek van Plechelmus), het voorkomen van 'westwerken' en nog veel meer wordt doorgaans heel bevattelijk aan de lezer uitgelegd.
Een paar dingen bleven me onduidelijk: bij .Jcorinthiserende kapitelen" (28) kan ik me nog wel iets voorstellen; als het gaat over "pseudotransepten"
wordt het echter al moeilijker en dat geldt ook voor "overwelving met kruisbandgewelven" (24), en bij "lisenen" (26) weet ik het echt niet!
Dat is feitelijk mijn enige aanmerking op dit voortreffelijke boek: een lijst met verklaringen van bouwkundige termen, liefst vergezeld van een aantal tekeningen of schema's, had het voor geïntereseerde leken zoals ik ben, net even iets gemakkelijker gemaakt.
Dit kleine punt mag echter de aandacht niet afleiden van een waarlijk voortreffelijke gids met de meest fraaie foto's, van zowel exterieurgevels, torens en poorten - als van de meest fijnzinnige vormen van decoratie, kleine beelden, doopvonten en voet of bovenstuk van pilaren. Veel schoons dat we wellicht achteloos voorbij zouden lopen is prachtig op de plaat voor ons vastgelegd. Wat een prachtig boek is dat zo toch geworden!
Het lijkt me jammer voor uitgeverijen die vergelijkbare titels op de markt willen brengen, maar na het verschijnen van dit boek is de definitieve weergave van dit alles verschenen, dunkt me.
Wie van dit soort boeken houdt, maar wel terugschrikt voor de prijs, moet derhalve kijken of een van de medegezinsleden of vrienden zo gek te krijgen is om met Sinterklaas het geschenk van Romaans Nederland te overwegen.
Er resten nog twee maanden om te werken aan een niet geheel onbaatzuchtige vriendschap die dat gewenste resultaat zou kunnen opleveren ...