Zoeken en gevonden worden
1995-03-10
Prikkebeen- Jaargang 39
- nummer 5
De mens zoekt het geluk, hardnekkig en verbeten. Dat is niet zo vreemd, want hij is vaak niet gelukkig meer. Het geluk in zijn leven is verdampt.
Het vervluchtigt en glipt tussen zijn vingers door. Daarom jaagt hij er achteraan, zoals Prikkebeen met zijn schepnet achter de vlinders aan zat.
De mens zoekt het geluk. Maar wat is geluk eigenlijk? Over die vraag is onnoemelijk veel gefilosofeerd. Mensen kunnen er eindeloos over redeneren en debatteren, maar niemand spreekt het verlossende woord. Het blijft een vaag begrip, waaronder de een dit en de ander dat verstaat.
Hebt u in de bijbel wel eens naar een antwoord op die vraag gezocht? Als u dat wel eens gedaan hebt, zult u tot uw verbazing ontdekt hebben, dat de bijbel dit woord helemaal niet kent. Het speelt er geen enkele rol. Nergens in de bijbel zegt iemand: ik ben toch zó gelukkig! Of: ik zou toch zo graag gelukkig willen zijn! In andere boeken kom je dat soort uitroepen regelmatig tegen. Maar in de bijbel is er-niemand die zoiets zegt.
Ja, er is wel een woord dat er een beetje op lijkt: welgelukzalig, dat wil zeggen: gelukkig te prijzen, te feliciteren.
Maar met dat woord komen we toch in een heel andere sfeer terecht dan bij ons woord gelukkig. Het heeft helemaal niets met een geluksgevoel te maken. Dat blijkt wel als we het in zijn verband lezen: gelukkig te prijzen, te feliciteren ben je als je arm bent, als je huilt, als je onrecht lijdt en als je verdrukt en vervolgd wordt. Dat zijn allemaal situaties die niets te maken hebben met wat wij geluk noemen en die er juist lijnrecht tegenover staan.
Egoïsme
Hoe komt dat nu? Waarom spreekt de bijbel niet op onze manier over geluk?
Omdat het een door en door individualistische en ten diepste egoïstische aangelegenheid is. Als ik het geluk zoek, gaat het me om mezelf en niet om een ander. Als ik zeg: 'ik wil gelukkig zijn', zet ik mezelf in het middelpunt.
Dan ben ik een rasechte egoïst.
En daar heeft de bijbel geen goed woord voor over. Gelukszoekers die in hun leven niets anders doen dan achter het geluk aanjagen en die hartstochtelijk proberen momenten van geluk te grijpen en aan elkaar te rijgen, zijn in het licht van de bijbel pure egoïsten. Daarom speelt het 'geluk' in de bijbel geen rol.
Uiteraard betekent dat niet dat christenen geen geluk zouden mogen kennen in hun leven, Natuurlijk kan en mag een christen gelukkig zijn. Het hoort bij de structuur van het leven, dat mensen gelukkig kunnen zijn en het in feite ook telkens zijn. En van zulke momenten en situaties mag je uiteraard dankbaar genieten. Maar zodra ik ga zeggen: 'dat geluk is het; dat moet ik kost wat het kost vasthouden en n~agen,wantdaarga~hetomin mijn leven,' zit ik er bijbels gezien helemaal naast. Want dan draait mijn leven om Zijne Hoogheid Ikzelf. En dan vind ik de bijbel tegenover me.
Zo zoekt de mens zijn geluk in allerlei dingen. De Grieken zochten het in wijsheid, in de filosofie. En ook vandaag pretenderen filosofieën nog dat ze de mensen het geluk doen vinden.
Er zijn er ook die het in meer grijpbare dingen zoeken, in eten, drinken, kleding, luxe, geld, sex. Daarin zoeken de heidenen het, zegt Jezus. En waar moeten de discipelen en wij zoeken?
Waar moet ons leven op gespitst zijn?
Op het koninkrijk van God. Daar moet het ons om gaan. Wij moeten niet het geluk zoeken maar Gods koninkrijk, Christus. Zoekt de dingen die boven zijn, waar Christus is (Col. 3:1).
God en Christus behoren het centrum van ons leven te zijn.
WondIer
Nu staat het er in dat opzicht niet zo best voor met de mens. Er is niemand die God zoekt, zegt Paulus in Rom. 3.
Zo ziet de wereld er in Gods ogen uit: als een wriemelende massa, een groot warenhuis volgepakt met mensen. Ze zoeken er allemaal iets van hun gading.
Ze stouwen hun tassen vol en willen steeds meer. Ze zijn onverzadigbaar.
Er komt geen eind aan hun zoeken. Ze blijven maar graaien. En dat is ook geen wonder, want niemand zoekt Degene op wie het werkelijk aankomt en bij wie hun rusteloze zoeken tot rust kan komen: God.
En toen is het wonder gebeurd. Die door iedereen gezocht behoorde te worden, is zelf gaan zoeken, direct al in het paradijs: Adam, waar ben je? En dat is God sindsdien blijven doen: de mens zoeken en roepen. Adam, waar ben je? Meint, waar ben je? Nel, waar ben je? Omdat wij God niet meer zochten, is Hij ons gaan zoeken. En Hij heeft zijn Zoon erop uitgestuurd. Jezus is degene die gekomen is om het verlorene te zoeken en te redden. Hij zet zijn hand aan zijn mond en roept ons, zoals Hij eens Zacheüs uit de boom riep. Adam, waar ben je? Waar zit je?
Kom tevoorschijn. Kom hier, bij Mij.
Want Ik ben gekomen voor jou, niet om je te veroordelen, maar om je te redden en je rust te geven. Houd toch op met dat rusteloze, ongedurige zoeken naar allerlei dingen waarvan je denkt dat ze je gelukkig maken. Zoek Mij, want je bent al gevonden.
Meer dan een gevoel
We zijn gevonden. Daar is heel wat voor nodig geweest. Om ons te vinden moest Jezus door een nacht van lijden, verlorenheid en dood heen en moest Hij als een verlorene schreeuwen: mijn God, waarom hebt U Me aan mijn lot overgelaten? Ik schreeuw het uit, maar U bent nergens te vinden.
Dat was ervoor nodig om ons te zoeken en te vinden.
En wie door Christus gevonden is, is ook gered. Door Hem gevonden worden is gered worden. Stel u nog weer even zo'n volgepakt warenhuis voor.
Een kind raakt daar zijn moeder in het gedrang kwijt. Het rent angstig rond, gaat roltrap op en af, maar ze is nergens te vinden. Het voelt zich verloren.
Alle beschutting en bescherming is weg. Het voelt zich hulpeloos in een vreemde, vijandige wereld. En de angst grijpt het kind bij de keel. Als het dan door zijn moeder gevonden wordt, betekent dat zijn redding. Gevonden worden is voor hem gered worden.
Als wij door Christus gevonden worden, is dat onze redding van de angst, van de verlorenheid, van zonde en dood. Het betekent het herstel van het leven. En dat houdt heel wat meer in dan het geluk waar wij mensen zo achteraan kunnen jagen. Het is veel meer dan een vluchtig gevoel, dat slechts een allerindividueelst bezit is dat mij alleen raakt en dat ik morgen weer kwijt kan zijn. Gods heil dat in Christus naar ons toekomt, is een werkelijkheid die door God wordt klaargemaakt en waarin ik en anderen met mij worden opgenomen: de werkelijkheid van een genezen leven, van een nieuwe hemel en een nieuwe aarde.