Dagboeken
1995-03-10
Dagboeken- Jaargang 39
- nummer 5
Anders dan vele andere Christenen houd ik niet zo erg van Dagboeken.
Behalve het bijzondere werk Daily Light (Licht voor Elke Dag) dat uitsluitend uit Bijbelteksten bestaat en dat ik heel geregeld gebruik, staat er geen ander Bijbels dagboek bij me in de kast. Dat is waarschijnlijk een ailersubjectiefste zaak. Nu heb ik echter een dagboek gevonden, dat wel eens een geliefd dagboek zou kunnen worden, zelfs bij iemand die niet zo van dagboeken houd.
Elke dag geboeid, dat net bij de uitgeverij Gideon is uitgekomen, is een keurig gebonden boek met een erg mooie omslag ook, dat dagoverdenkingen geeft van schrijvers uit Cuba, Mozambique, Oeganda, Zuid-Afrika, Rusland, China, Libanon, Egypte, Bulgarije, Roemenië, Soedi-Arabië, Laos, de Comoren en Iran. Zo staat het op de omslag vermeld. De samensteller Jan Pit is al sinds 1975 bij Stichting Open Doors werkzaam; daarvoor werkte hij met zijn vrouw acht jaar in Laos.
De schrijvers
De oprichter van Open Doors Anne van der Bijl geeft in een uiterst kort voorwoord ieder het advies: "Lees dit boek. U luistert dan naar mensen die mijn eigen leven geraakt en zeer beïnvloed hebben." In de maand januari gaat dat om Irina Ratoesjinskaja uit Rusland, die zeven jaar in een werkkamp heeft gezeten en daarover een "ontroerend boek geschreven heeft".
Gerhard Hamm komt eveneens uit Rusland en "heeft vele jaren doorgebracht in gevangenissen en strafkampen in Noord-Siberië". Constantin Caraman is een Roemeen die drie maal voor zijn geloof gevangen gezeten heeft, meldt de inleiding. Voor wie zich enigszins aktief met de kerk achter het voormalige Ijzeren Gordijn heeft beziggehouden is vermoedelijk tenminste een van deze drie namen bekend.
Dat is wellicht anders voor de twee schrijvers die de overdenkingen voor de maand februari verzorgen: Li An en Samuel Lam, beiden uit China. Van de eerstgenoemde staat echter vermeld dat hij "vanwege zijn bekendheid in China verzocht heeft niet zijn eigen naam te publiceren". (Dus weten we het niet zeker!) Ik moet eerlijk bekennen dat de twee Libanese schrijvers die voor de bijdrage van maart tekenen me onbekend zijn, hetgeen ook geldt voor de drie Cubanen die voor bijdragen in april zorgen. (Ze schrijven echter alle drie onder pseudoniem, dus wat wil je!) De schrijver voor de maand mei is echter ook onder ons bekend: de Iraanse predikant Mehdi Dibaj die vorig jaar in het nieuws kwam doordat hij wegens geloofsafval (45 jaar tevoren!) ter dood veroordeeld werd, onder grote internationale druk echter vrijgelaten werd en vervolgens door onbekenden vermoord werd. Ook een deel van zijn pleidooi voor de rechtbank staat in getuigenisvorm in het boek afgedrukt. "Hoewel hij gestorven is, spreekt hij nog." Een broeder en zuster uit Mozambique schrijven onder schuilnaam maar de Zuidatrikaanse Grace Dube vermeldt eigen naam. "Haar man is in Soweto met messteken om het leven gebracht.
Deze zwarte evangelist predikte een boodschap van vergeving." luidt de inleiding. Dr. Joseph Ton uit Roemenië is wellicht geen onbekende voor menige lezer en dat geldt wellicht ook voor Oswaldo Magdangal, Filippijns prediker die in het fel-islamitische Saoedi-Arabië over het Evangelie sprak en ternauwernood de strop ontkwam.
Hij is op uitnodiging van 'Open Doors' in ons land geweest. En nog een groot aantal anderen die uit alle delen van de wereld komen en spreken vanuit een context van verdrukking en intimidatie, in voormalige of huidige Communistische of Islamitische gebieden.
Vermetel om te recenseren
Als men vraagt: geef eens 'n kritische recensie van de inhoud, dan vind ik dat moeilijk en feitelijk zelfs vermetelheid om zoiets te proberen. Geef als recensent eens een beoordeling van de rede die Stefanus hield! Dit zijn mensen die bereid waren om hun leven te geven voor hun getuigenis en dat in een aantal gevallen ook hebben gedaan! Calvijn kreeg een paar keer het verzoek van toekomstige martelaren om aan hun proeve van belijdenis voor de overheid of op het schavot "theologisch nog wat bij te schaven"
en heeft dat konsekwent geweigerd te doen.
"Als de Heilige Geest het u zo ingeeft te zeggen en u daarvoor de dood ingaat, wie ben ik dan om er een lelter zelfs aan te veranderen?" Dat ervaar ik hier ook een beetje. Voorzover een mens ooit in dit leven kan zeggen 'op heilige grond te staan', is dit misschien zo'n geval. Achter deze korte stukken ligt een mate van lijden als wij vermoedelijk geen van allen ooit hebben ervaren. De vaak simpele teksten zijn produkten van een aantal ontembare mensen die in heel moeilijke uren de kracht hebben ontvangen om hun Heer niet te verloochenen en zich aan Hem vast te klampen. Alleen daarom al is dit boek van een andere, hogere kwaliteit dan vele, stellig voortreffelijke, dagboeken die we al hadden.
Wat me ook opviel is de 'oecumenisch breedte' van het geheel: hier zijn (nagenoeg allemaal zeer 'evangelikale') mensen aan het woord die uit verschillende geloofsgemeenschappen stammen en het is een verademing te zien hoe diep hetgene is wat hen en ons vereent en hoe afwezig is wat hen eventueel van ons mocht scheiden op punten van doop, van eindtijdverwachting of van Israel-visie. Dat is volstrekt afwezig!
Mehdi Dibaj
Om een indruk te geven van de inhoud, citeer ik de bijdrage van de Iraanse Mehdi Dibaj die onder geweldige druk stond om tot delslarn terug te keren. Op 25 mei staat het volgende, dat ik in zijn geheel overneem:
Here, tot wie zullen wij heengaan?
Gij hebt woorden van eeuwig leven.
(Johannes 6:68)
Mehdi Dibaj, tijdens zijn verdediging (4)
"Ze zeggen: 'Keer terug!' Maar naar wie kan ik terugkeren uit de armen van mijn God? Is het goed te aanvaarden wat de mensen zeggen, in plaats van het Woord van God te gehoorzamen?
Ik wandel nu al zo'n vijfenveertig jaar met de God van wonderen.
Zijn goedheid is mij als een schaduw, en ik ben Hem voor zijn vaderlijke liefde en bezorgdheid enorm veel .verschuldigd.
De liefde van Jezus heeft mijn hele wezen gevuld em ik voel de warmte van zijn liefde in elke cel van mijn lichaam. Deze geloofsbeproeving is hiervan een duidelijk voorbeeld. De goede en vriendelijke God beproeft ons, om ons op de hemel voor te bereiden.
De God van Daniël, die hem en zijn vrienden in de vurige oven beschermde, heeft ook mij beschermd in de negen jaar die ik in de gevangenis heb doorgebracht.
Alle kwaad dat mij is overkomen, blijkt goed voor mij te zijn. Ik heb er baat bij, zelfs zozeer, dat het me met vreugde en dankbaarheid vervult. "
Hier spreekt Stefanus, of Polycarpus of Latimer of Ridley, een tweetal Anglicaanse martelaren uit de zestiende eeuw, of een op de brandstapel gezette Re"xmatorische geloofsgetuige.
En de wereld was hen niet waardig.
Nog een ander boek
Wel heb ik een paar kleine onjuistheden ontdekt. Zo moet de op 30 april vermelde Nijole Sadunarte zijn Nijole Sadunaite en ze is geen Russin maar een Litouwse gelovige. (Ze hebben daar in Litouwen lang genoeg tegen de Russische overheersing geageerd om hen nu geen Russen te kunnen noemen!) Die Nijole Sadunaite is, samen met een groot aantal anderen, schrijfster van een aantal bijdragen in een ander, al eerder bij Gideon uitgekomen boekje. Licht van achter het Gordijn is van vergelijkbare strekking en het is nog steeds in de handel; het kost f 7,50 en dat is een afgeprijsd bedrag. Mijn vrouw Anke en ik hebben dat destijds voor Gideon vertaald omdat we er zo van onder de indruk waren.
Wie dit Dagboek leest en onder de indruk is en meer van deze geloofsgetuigenissen weten wil, of dit dagboek vanwege de prijs niet koopt, maar toch wel meer wil weten, is bij dezen verwezen naar dat andere boekje. Het Ijzeren Gordijn is inmiddels naar de schroothoop der geschiedenis verwezen, maar het geloof dat deze mensen overeind hield is geenszins verouderd of achterhaald. Zowel het oude als het nieuwe boek beveel ik van harte bij u aan.
Pieter van Kampen