Lieve Bart en Rineke,
1995-03-10
Het deed me goed dat jullie vorige week met jullie probleem bij ons kwamen.- Jaargang 39
- nummer 5
Ik heb die avond niet zoveel gezegd, het is ook moeilijk om direct te reageren. Het gaat mij altijd beter af op papier. Vandaar deze brief. Er wordt ons regelmatig gevraagd hoe het met jullie gaat. En wij zeggen dan steevast 'prima'. Want we waren er blij mee dat jullie zo met alle kerkelijke zaken meeleefden. De gespreksgroep, het jeugdwerk, het jongerenkoor.
Maar toen we na jouw verjaardag, Bart, nog even met jullie alleen waren, schoot je er op uit, dacht ik. Je zei dat je wat geloofszaken betreft nog steeds erg onzeker bent. Bram, je tweelingbroer, en vrienden waarmee jullie in het jeugdwerk zitten, stralen iets uit wat jij mist, zei je. Papa en ik hebben daar op de terugweg nog over gepraat.
We kwamen tot de conclusie dat het voor jou altijd al moeilijk is geweest om je kritische geest te onderwerpen aan de boodschap van het Evangelie. Maar dat je niet de enige bent die daar moeite mee heeft. Gelukkig heeft de bijbel oog voor mensen met kritische vragen. Lees sommige psalmen er maar op na, en Job niet te vergeten. Maar we kregen de indruk dat jullie er echt aan werkten om een geloofsgemeenschap in het klein te zijn. Dus susten we onszelf met de gedachte dat het wel goed zou komen.
Daarom overviel het me toch wel, vorige week. Toen jullie allebei zeiden dat het geloof niets meer voor jullie betekende. Kijk, we spreken weleens ouders waarvan de kinderen niet meer naar de kerk gaan. "Maar", zeggen ze dan "gelukkig gelóven ze nog wel". Ik denk dan altijd bij mezelf: "Dat is een gemakkelijke dooddoener om pa en ma te sussen." Nu, na het gesprek met jullie, denk ik: "zeiden ze dat nog . maar". Want jullie waren zo eerlijk om het naakte feit te noemen. Niet meer naar de kerk. Geen geloof meer ook.
Jullie mogen wel weten dat ik een paar dagen behoorlijk van de kaart ben geweest. Ik zag steeds het beeld voor me van het moment dat opa jou en Bram doopte, Bart. Het greep me keer op keer aan. Nu kom ik langzaam tot de conclusie dat ik er ook troost uit kan putten. Als jullie ons al zo lief zijn, dat we alleen maar het allerbeste voor jullie willen, hoeveel temeer moet dat met de Here zo zijn. Hij heeft jullie gewild. In aanleg en karakter zo gemaakt als jullie zijn. En nu lopen jullie van Hem weg. Ik denk dat Zijn verdriet groter is dan het mijne. En dat Hem er alles aan gelegen is, jullie terug te krijgen. Ik zou alleen dit tegen jullie willen zeggen: "Doe de bijbel niet voorgoed dicht. Laat de Here nog eens aan het woord. Het is de beste manier om er achter te komen wie Hij voor jullie wil zijn. Ik ben bang dat het anders zo'n woestijn wordt in jullie leven.
Zo'n uitzichtsloze troosteloosheid."
Nu schiet mij het verhaal te binnen, van die herder, die op zoek gaat naar zijn verdwaalde schaapje.
Zie je het plaatje nog voor je in de kinderbijbel? Ik begrijp nu zo goed waarom de Here Jezus dit verhaal vertelde. Reken er maar op dat die herder er is en nog altijd verdwaalde schapen zoekt.
Mama