Terloops
1995-03-10
Hendrik van Bommel (2)- Jaargang 39
- nummer 5
Tijdens zijn verblijf in het fraterhuis legde Hendrik van Bommel de basis voor zijn verdere werk. Ik wees er al op, dat hij via een vriend van Luther had gehoord. Hij stond in Utrecht niet alleen en had o.a. veel contact met de rector van de school, Hinne Rode, die in 1522een reis naar Wittenberg maakte en als gevolg hiervan in dat jaar werd ontslagen.
In datzelfde jaar voltooide Van Bommel een belangrijk werk. Hij was toen al twee jaar student in Keulen. Uitgaande van zijn stelling, dat de bijbel door iedereen moest worden gelezen, verzorgde hij een vertaling van het evangelie van Mattheüs. De complete bijbelvertaling van Luther verscheen een jaar later. In dit boekwerk is ook een groot aantal verklarende aantekeningen opgenomen. In 1872werd het boek tijdens een verkoping 'ontdekt'.
Een exemplaar bevindt zich thans in de universiteitsbibliotheek van Utrecht.
Later kwam het boek terecht op de lijst van verboden boeken.
Het eerste verboden boek
In 1523verscheen er een ander boek van Van Bommel. De titel was ..Summa der Godliker Scrifturen, oft een duytsche Theologie, leerende ende onderwijsende alle menschen wat dat Christen ghelove is, waer door wi allegader salich worden, ende wat dat doepsel beduyt, nae die leeringe des heiligen evangelijs ende sinte Pauwels epistelen. Item een corte informacie, hoe dat alle staten der menschen sullen leven, nae dat Evangelium, einde sinte Pauwels leeringe."
In de eerste uitgave wordt de titel iets korter vermeld, maar op de titelpagina zijn wel drie mannenfiguren te zien.
Ze stellen drie geleerden voor. De eerste is een 'onwetende godgeleerde', die over de bijbel heen praat; de tweede is een geleerde, die in de bijbel zoekt. De derde is iemand (een frater?), die anderen aanwijst wat in de bijbel is geschreven.
In het boekje worden, zoals uit de titel blijkt, weergegeven de grondbeginselen, die zijn ontleend aan de bijbel, en die uitgangspunten zijn voor een godsdienstige levensbeschouwing.
Voordat Van Bommel het genoemde boek in het Nederlands liet verschijnen, had hij reerds een Latijnse uitgave verzorgd.
Op 23 maart 1524werd het boek 'Summa...' verboden en daarmee werd het het eerste verboden boek in ons land.
In het betreffende plakkaat wordt er op gewezen, dat een aantal drukkers boeken en boekjes drukte, die wel niet stonden op naam van Luther, maar die toch de gedachten van Luther naar voren brachten. Wie het boek bezat, moest het vernietigen.
Van Bommel zelf wilde beslist geen Lutheraan worden genoemd. In een brief van 2 januari 1522aan een vriend in Parijs schreef hij. dat hij het eens was met wat Luther schreef, maar dat dat niet betekende, dat Luther hem het geloof kon schenken.
De drukker van het boek
Het boek werd gedrukt door Jan Seversz.
te Leiden. Deze had een drukkerij aan de Hooigracht en daar verzorgde hij verschillende uitgaven, o.a.
voor schrijvers uit Utrecht. Hoe Van Bommel met Seversz. in contact is gekomen, is niet bekend. Zeker is, dat de laatste contacten onderhield met de in Antwerpen wonende drukker Willem Vorsterman, die in 1528een bijbel drukte in de Nederlandse taal. Vorsterman werd evenals Van Bommel geboren in Zaltbommel en ze waren ongeveer even oud. Er is niet zoveel fantasie voor nodig om te veronderstellen, dat beide Bommelaars na hun vertrek uit de stad contacten met elkaar hebben onderhouden, vooral omdat beiden ontevreden waren over de kerkelijke situatie. Vorsterman heeft zich bij het drukken van 'zijn' bijbel voor een deel laten leiden door de door Luther enkele jaren eerder verzorgde bijbel, maar hij was zo slim om ook alle heiligen in de bijbel op te nemen. Zijn uitgave is nooit echt verboden geweest.
De drukker Seversz. drukte dus het boek van Van Bommel. De autoriteiten gingen al spoedig op zoek naar de drukker. Namen van schrijvers en drukkers werden in die tijd vaak niet in boeken vermeld. Het opsporen van drukkers was echter eenvoudiger dan het zoeken naar schrijvers. Seversz.
moest uit Leiden vluchten, hoewel hij aanvankelijk dacht bescherming in de stad te zullen krijgen. Hij vestigde zich daarna in Utrecht en hij werd er tegen betaling zelfs vrij burger. Later moest hij de stad echter toch verlaten en toen ging hij in Antwerpen wonen.
Het verdere leven van Van Bommel
Na zijn verblijf in Keulen heeft Hendrik van Bommel nog een aantal jaren in Utrecht gewoond. In 1536werd het echter te gevaarlijk voor hem en toen ging hij. na een bezoek aan Luther in Wittenbèrg te hebben gebracht, in de buurt van Kleef (Duitsland) wonen. In 1543werd hij predikant in Wezel. Hij had nog niet zo lang daarvoor de rooms-katholieke kerk vaarwel gezegd.
In verband met zijn bezwaren tegen de Augsburger Confessie kreeg hij in 1554problemen met de hertog van Kleef - de overheid had het toen in de kerk voor het zeggen - en in 1557 werd hij zelfs als predikant ontslagen.
In 1570is hij in Duisburg overleden.
Concluderend kan worden gezegd, dat Hendrik van Bommel een kerkhervormer was en veel heeft mogen betekenen voor het protestantisme in ons land.