Tussen kerk en keuken
1995-03-10
'Favorite things'- Jaargang 39
- nummer 5
"Ik zeg tegen hem: Jan Peter, morgen is de mist weer weg", vertelde mijn tante, die onverwacht met mijn oom langskwam.
Het was vrijdagmorgen en mijn man was thuis. Hij had een vrije dag genomen.
Gezellig ... gezellig ... gezellig.
Zorgeloos liet ik iedere gedachte aan werk liggen met de zekerheid dat het stof, dat ik die dag weg had willen halen, er zaterdagmorgen ook nog zou liggen.
Huishoudelijk werk biedt vastigheid.
Mijn tante had het over mijn jongste broer, die vroeger in zijn vrije tijd mijn vader hielp in de bakkerij en met een auto rondreed om winkels te bevoorraden.
Voor kinderen van middenstanders is meehelpen in de zaak vaste prik. Er was altijd wel werk en achteraf denk ik dat we er niet beroerder van zijn geworden.
..Hij zag er zo moe uit. Ik dacht dat hij somber werd van dat kille weer, maar hij keek me verbaasd aan: 'Tante, heerlijk toch ... ik vind mist juist zo fijn. De wereld is dan zo lekker klein'." Mijn tante glimlachte bij de herinnering.
Het is wonderlijk waar mensen van kunnen houden. Wat de een fantastisch vindt, ervaart een ander als een ramp.
Na hun vertrek peinsde ik over dat feit en merkte dat ik uit de losse pols zo tien dingen op kan noemen die ik bijzonder prettig vind: Rijp op de struiken voor het raam.
Langs het strand lopen in de storm.
De eerste katjes van de elzen achter in de tuin plukken. Kijken naar de koolmeesjes op een touw met pinda's dat voor het raam hangt. Een ontzettend grote appeltaart bakken. 's Morgens vroeg puzzelen, als het eigenlijk niet mag omdat er nog zoveel werk ligt.
Pianospelen om twaalf uur 's nachts.
(We hebben gelukkig een vrijstaand huis.) Op een regenachtige zondagmorgen na kerk en koffie een stuk rijden.
Sparappels zoeken in de duinen bij Schoorl. Een eind lopen met man, kinderen, of een vriendin. Het bordje' Alkmaar' als we van vakantie terugkomen. Een boek lezen dat ik al tien maal gelezen heb.
Alstublieft. Twaalf zijn het er zelfs. Ik kan moeiteloos doorgaan tot twintig en dan laat ik de wezenlijke dingen nog liggen.
Zijn er dingen waar ik een bloedhekel aan heb?
Ja, nou en of: Een kind dat wil douchen als ik net de badkamer een goede beurt heb gegeven.
Ik ben in staat om ze een dag uit de badkamer te weren. Boodschappen vergeten. Boeken te laat terugbrengen naar de bibliotheek. Een koor dat bij een lievelingslied een terts lager tweede stem zingt. Daar word ik echt razend om. Dan vlieg ik naar de radio of de tv toe en zet hem uit. Een kat die tussen de slaplant jes graaft. Een mes dat piept op een etensbord. Postzegels die op zijn als ik iets moet versturen. Beschaafd vloeken in een amusementsprogramma: dat maakt me woedend. Vind ik erger dan iemand die denkt een reden voor vloeken te hebben, want die kun je er tenminste nog op aanspreken. In de verkeerde rij staan bij de kassa van de supermarkt. Een spoeltje garen dat op is bij de laatste naad die ik moet naaien.
Om maar eens wat te noemen...
In de preek van afgelopen zondag had de dominee het over het 'dankbaar zijn voor de kleine genoegens en die dank ook uitspreken tegen de Here God'.
Daar schiet ik tekort in. Zeker als ik me realiseer hoeveel dingen er zijn die ik als fijn ervaar ... Daar vallen de vervelende dingen bij in het niet.
Het gevoel dat je krijgt bij fijne dingen duurt doorgaans ook langer dan de kortstondige wrevel bij vervelende zaken.
Nu ben ik eigenlijk zo benieuwd naar wat andere mensen heel leuk of heel vreselijk vinden.
Vraag me niet waarom, want daar heb ik geen idee van.
Misschien gewoon wel nieuwsgierigheid.
En vinden mensen die geloven andere dingen leuk dan mensen die niet geloven?
Ik zal er wel niet achter komen. Toch jammer!