Vragen van toen - vragen van nu
1995-04-07
Fascinerend- Jaargang 39
- nummer 7
Voor alles is er een tijd, zegt de Prediker.
Aan zijn toch al lange lijst had hij nog kunnen toevoegen: er is een tijd van komen en een tijd van gaan, een tijd om te begroeten en een tijd om afscheid te nemen. Zo zit dat. Het ene wordt altijd gevolgd door het andere, namelijk door het tegendeel ervan. Er is een voortdurende slingerbeweging van pool naar tegenpool en omgekeerd.
Dat is niet alleen zo in het leven van elke dag, in het maatschappelijke leven en in de cultuurgeschiedenis, maar ook in de kerkelijke wereld. Wie al wat langer meeloopt op het wereldlijk en kerkelijk erf, wordt daar wel eens een tikkeltje moe van. Hij verzucht wel eens: moet ik die discussie voor de zoveelste keer nog eens voeren?
Of: hoe kan het dat iets dat we twintig of dertig jaar geleden hebben afgewezen omdat het duidelijk negatieve effecten had, nu de kop weer opsteekt? En hij kan iets aanvoelen van de verzuchting van de Prediker: alle dingen zijn onuitsprekelijk vermoeiend.
Het oog wordt niet verzadigd van zien, het oor niet vervuld van horen.
Wat geweest is, dat zal er zijn en wat gedaan is, dat zal gedaan worden.
Er is niets nieuws onder de zon (1:8,9).
Ja, die Prediker. Wat maakt hem zo fascinerend? Waarom grijp je telkens weer naar hem terug? Het is maar een klein boekje, maar het heeft grote invloed gehad - en het heeft dat nog steeds - op mijn levensbeschouwing.
In mijn studententijd heb ik voor prof.
H.J. Schilder mijn eindscriptie exegese Oude Testament gemaakt over Prediker. Van toen af is de Prediker eigenlijk bij de voortduur mijn mentor geweest. Hij heeft ook het motto geleverd voor een van mijn romans.
Modern
Ik ken geen bijbelboek dat zo op onze moderne tijd is toegesneden als het boek Prediker. Heel de moderne problematiek met betrekking tot God en de ellende en het onrecht in de wereld is door hem heengegaan en heeft hem tot op het bot geraakt. Hij weet er geen oplossing voor, maar het geloof heeft hij behouden.
Er is nog iets dat hem tot een moderne figuur maakt. Onze tijd is sterk in het ontmaskeren van loze façades, holle klanken, bombastische woorden en onwaarachtigheid. Ook de Prediker heeft daar een handje van. Hij prikt door allerlei ballonnen heen en ontdekt dat er alleen maar lucht in zat. Hij ontmaskert 'goddeloosheid en onrecht die zich gehuld hadden in een mantel van schone schijn. Hij laat zich niet door clichés in de luren leggen en zich niet met vrome kluitjes in het riet sturen, maar laat de voosheid daarvan zien.
Ik denk dat het deze eerlijkheid van de Prediker is - dat geen genoegen nemen met schijnoplossingen en dat doorstoten tot op de bodem - dat me in hem aantrekt en hem voor mij tot een eigentijdse figuur maakt. En het zal dan ook niemand bevreemden dat, naar mijn oordeel, het boek Prediker van fundamentele betekenis is om in onze turbulente wereld het geloof te bewaren en overeind te blijven.
Onder dekking van een grote naam.
Wie de Prediker was, weten we niet. In het begin van zijn boek dient hij zich aan als Salomo, maar die pretentie wordt niet tot het eind toe volgehouden.
Dat was ook niet nodig, want de enige bedoeling ervan was de aandacht van de mensen te trekken en hen tot luisteren en lezen te bewegen.
Prediker kende de mensen. Hij wist dat de grote massa opziet tegen rijke, beroemde mannen, achter mannen van naam aan loopt en eerder geneigd is naar zulke figuren te luisteren dan naar een willekeurig iemand die niet rijk is. De stem van de arme wordt niet eens gehoord. In hoofdstuk 9 noemt de Prediker daar een navrant voorbeeld van: naar een arme man die een belegerde stad had kunnen redden, werd niet geluisterd omdat hijarm was. De Prediker wist: als ik mijn boekje uitgeef onder mijn eigen naam, zeggen de mensen bij voorbaat: wat die onbekende grootheid te vertellen heeft, zal wel niets voorstellen.
Dat is ook nu nog zo. De meeste mensen kijken eerst naar de naam onder een artikel of op de titelpagina van een boek. Als het de naam van een van hun favorieten is, lezen ze het en zijn ze het eigenlijk al bij voorbaat met hem eens. En als ze hem niet kennen, lopen ze aan hem voorbij.
De Prediker wist dat. Daarom introduceert hij zich in het begin van zijn boek als de fameuze koning Salomo. Aan het eind van het boek is inmiddels duidelijk geworden dat hij iemand anders is. Maar dan kan het geen kwaad meer, want dan heeft hij zijn zegje kunnen zeggen en de mensen kunnen confronteren met vragen en probleemstellingen waarvoor ze bij iemand anders zouden terugdeinzen.
Maar aan het begin had hij de dekking van die grote naam echt nodig, want hij haalt nogal wat overeind en schopt tegen heel wat gerespecteerde en onaantastbaar geachte huisjes aan.
Doodlopende wegen
De Prediker is op zoek naar de zin van het leven. Leven en dood stellen hem voor onoplosbare vragen en raadsels.
Wat moet ik daarmee aan? vraagt hij zich af. Hoe vind ik mijn weg in deze chaotische en verbijsterende wereld.
Waar moet ik de mosterd halen? Om daar achter te komen heeft hij het leven in al zijn facetten onder de loep genomen en elke steen die hij tegenkwam, opgelicht om te kijken wat er onder zat. Het is begonnen met de steen der wijsheid. Dat ligt ook wel voor de hand. Want als je ergens een antwoord mag verwachten op de vraag naar de zin van het leven, dan toch zeker bij de wijsheid, zeg maar bij de filosofie en theologie, nietwaar?
Ook vandaag zijn er nog zulke zoekers.
Ze gaan filosofie of theologie studeren om een antwoord te krijgen op die zin-vraag. Aanvankelijk lijkt dat heel veelbelovend. Maar het liep voor de Prediker op een bittere teleurstelling en ontgoocheling uit. Want hoe meer hij erin doordrong, hoe pijnlijker het hem duidelijk werd dat daar het antwoord niet te vinden was. Hoe meer inzicht en wijsheid je verwerft, hoe meer het tot je begint door te dringen dat je er langs die weg niet achter komt.
Dan moet ik het maar op een andere manier proberen, dacht de Prediker.
En toen sloeg hij een totaal andere richting in: die van het bruisende leven met zijn tingeltangel van feesten en fuiven, van drank en vrouwen, van riante villa's en dure sportwagens, van personeel dat je op je wenken bedient en van een kluis vol zilveren en gouden kostbaarheden. Want als je ziet hoeveel mensen daar achteraan hollen en zich uitsloven om dat te bereiken, krab je je achter het oor en vraag je je af: zou daar soms de zin van het' leven te vinden zijn? Als zoveel mensen daarop uit zijn, zal er toch wel iets inzitten?
Vergeet het maar, zegt de Prediker.
Het heeft allemaal niets opgeleverd. Ik ben er echt ingedoken. Ik heb me er helemaal in ondergedompeld. Maar ik ben geen stap dichter bij een antwoord op de vraag naar de zin van het leven gekomen. Zowel de weg van de sobere wijsheidszoeker als die van de uitbundige levensgenieter topen beide dood.
Uit balans
Natuurlijk is er wel een relatief verschil tussen die twee. Natuurlijk heeft de wijsheid wel wat voor op het je verslingeren aan luxe en overdaad.
Want:
de wijze loopt met ogen in zijn hoofd.
de dwaas loopt daar waar 't licht is uitgedoofd. Maar dat verschil is slechts relatief.
Want, ach, de wijze moet evenzeer sterven als de dwaas. Ook het leven van wijzen spat als een zeepbel uiteen.
Ook zij zinken weg in de vergetelheid.
Als je je dat realiseert, zegt de Prediker, vraag je je af waarom je je nog langer zou inspannen om wijs te zijn.
Wat doet het er dan nog toe te zwoegen en je af te beulen om wijsheid te verwerven? Als het toch niets oplevert, waarom zou je het dan nog doen?
Waarom zou je eigenlijk nog verder leven? Ik raakte helemaal uit balans, zegt de Prediker. Ik zag het niet meer zitten. Het leven stond me tegen. Het hoefde voor mij niet meer.
Gelukkig is hij wel weer uit de put van die depressie geklommen. Maar de vragen bleven, want die waren reëel.
Krijg je wel ooit antwoord op de vragen waarom en waartoe? Bereik je eigenlijk ooit wel iets? Soms lijkt het dat je echt iets opbouwt en van je leven maakt en dan ineens ploft het in elkaar. Dan besef je weer: de mens heeft het niet in zijn macht van het leven te maken wat hij wil. Soms heb je iets bereikt en iets gegrepen en dan glipt het je zomaar, zonder dat je snapt hoe, tussen de vingers door en uit je handen weg. Een andere keer wil je ergens mee kappen en dan kun je er maar nietlos van komen. Als een loden gewicht blijft het aan je hangen.