Vulkanen in Indonesië

1995-04-07
  • Jaargang 39
  • nummer 7
Terrasvormige rijstvelden met een smeulende vulkaan op de achtergrond; ongerepte witgouden stranden met rijen palmbomen; gracieuze danseresjes in traditionele kledij: dit zijn wellicht de karakteristieke beelden die u dankzij de toeristische informatiestroom van Indonesië heeft. En uiteraard is er in het uitgestrekte eilandenrijk heel veel moois te bewonderen.
Toch komt de gemiddelde toerist met een zeer eenzijdige kijk op het Indonesische paradijs terug. In dit artikel willen we uw aandacht vragen voor een tweetal 'vulkanen' van politieke en godsdienstige aard. We proberen hiermee een tipje op te tillen van de sluier die bedekt wat er sluimert achter het vreedzame gelaat van de vriendelijk glimlachende Indonesiër.

.,Waarom die plotselinge aandacht voor Indonesië?" zult u zich afvragen.
Allereerst omdat er in dit herdenkingsjaar, 50 jaar na de bevrijding, bijna 200 miljoen Indonesiërs hun bevrijding na eeuwen Nederlandse overheersing uitbundig zullen vieren. Koningin Beatri x zal van die vie.ring nog vele sporen vinden als ze op 18 augustus aankomt in Jakarta, want de onafhankelijkheidsdatum (17 augustus) wordt op vele plaatsen de gehele maand augustus gevierd. Als Nederlandse natie hebben we een onuitwisbare historische relatie met Indonesië. Onze jongere generatie is zich daar te weinig van bewust, omdat we veel uit die geschiedenis liever verdringen. Naast het negatieve zijn er echter ook positieve feiten om op terug te zien. Zo zijn vele Indonesische kerken vruchten op het werk van Nederlandse zendingswerkers.
Verder verdient Indonesië onze aandacht omdat het één van de meest ondergewaardeerde landen ter wereld is. Met een nog steeds groeiende bevolking van bijna 200 miljoen, en met enorme natuurlijke rijkdommen, is het niet onwaarschijnlijk dat Indonesië in de twintigste eeuw één van de hoofdspeiers op het wereldtoneel gaat worden.
Voor het zover is staat men bij het gouden jubileum van de Indonesische republiek evenwel voor een cruciale keuze, wat al evenzeer onze interesse op dit moment rechtvaardigt.
Wat namelijk in belangrijke mate Indonesië's toekomst bepaalt, is wie de volgende president zal worden als president Soeharto in 1997 aftreedt, en hoe de huidige regering op een vreedzame wijze de macht kan doorgeven aan de jongere generatie.
Enige kennisname van politieke en godsdienstige achtergronden kan ons helpen in onze voorbede voor het volk en de kerk van Indonesië.
De eerste figuurlijke vulkaan die we hier bespreken betreft een potentiële ondergrondse brandhaard van politieke aard. Toen de populaire eerste president, Soekarno, in 1967 werd verwisseld door de meer pragmatische huidige president, Soeharto, ging die machtswisseling gepaard met een groot bloedbad, waarbij honderdduizenden mensen werden afgeslacht.
Onderlinggende politieke, economische en godsdienstige tegenstellinen in het huidige Indonesië maken een hernieuwde, soortgelijke geweldsuitbarsting geenszins ondenkbaar. De wereldwijde opleving van Islamitisch fanatisme fungeert als olie op zulk smeulend vuur. In Indonesië vormden Islamitische intellectuelen in 1990 een machtige nieuwe organisatie, de Ikatan Cendekiawan Muslim Indonesia (lCM I). waarvan de bezielde technologie minister, Habibie, de voorzitter is.
Sindsdien is de politieke invloed van Islamitische zijde gestadig toegenomen, tot ongenoegen van de legerleiding en andere partijen in de pluralistische Indonesische samenleving. Het economisch beleid wordt steeds meer gericht op een aantal high-tech speerpunt-industrieën van Habibie, in plaats van op de algemene ontwikkeling van het gehele Indone.sische volk, waar met name drie Christelijke ministers die in 1993 werden vervangen, voor pleitten.
Het politieke toneel in Indonesië is erg onoverzichtelijk en vol met intriges.
Degene die als een spin in het web alle touwtjes in handen heeft, is Soeharto met z'n familie en aanhang. Dat deze positie hun geen windeieren legt bleek wel uit het feit dat in 1993 zich zes van Soeharto's directe familieleden (waaronder vier van z'n kinderen) behoorden tot de groep van de 13 rijkste Indonesiërs. De grote vooruitgang in het algemene ontwikkelingspeil die echter tijdens Soeharto's nieuwe orde-regering werd geboekt, veroorzaakt een steeds grotere drang naar openheid, demokratie, gelijke rechten en mondigheid. Daar staat nu nog wel een ongenadige censuur en een ongeremd nepotisme tegenover, maar het tij van de ommekeer lijkt onomkeerbaar.

De Bijbel roept ons als Christenen op om voor dit soort politieke situaties te bidden (1 Tim. 2:1-2), zodat het niet komt tot een allesvernietigende uitbarsting van deze politieke vulkaan, waarin momenteel de Islam en de legerleiding de tegenpolen lijken te vormen. Wat we recentelijk aan ellende vanuit Rwanda en Servië hebben gezien, zou ons moeten leren om meer alert preventief te bidden voor potentiële politieke vuurhaarden in de wereld. Zou u de opvolging van president Soeharto in Indonesië tot één van de regelmatige gebedspunten in uw voorbede kunnen maken?
Een vulkaanuitbarsting kan een verwoestend effect hebben, maar de lavastromen bevatten ook grondstoffen die het omringende land bijzonder vruchtbaar maken. Juist Java, waar je een hele keten van vulkanen vindt, is de vruchtbare tuin van het Indonesische archipelago. Het is niet voor niets dat daar, op slechts 7% van het landoppervlak van Indonesië, bijna de helft van de bevolking woont. Zoals gezegd is die bevolking voor het grootste deel Islamitisch, maar een belangrijke en invloedrijke minderheid is Christelijk.
Alleen God weet hoe groot de kerk in Indonesië werkelijk is. Schattingen variëren tussen 10 en 20% van de bevolking: een relatieve minderheid dus, maar je praat toch wel over 20 tot 40 miljoen zielen! De kerk in Indonesië is dus groter dan de gehele bevolking van Nederland.

In 1992 waren er volgens officiële tellingen van de Indonesische Raad van Protestantse kerken 256 verschillende denominaties, 28.000 kerkgebouwen, meer dan 20.000 predikanten en 109 theologische opleidingsinstituten! De GMIM-kerk in Minahasa heeft een theologische faculteit met zo'n 1500 theologische studenten. De grootste denominatie, de Batakse HKBP, telt meer dan 2 miljoen leden. Kerkdiensten met meer dan duizend, voornamelijk jongere, kerkgangers zijn een normaal verschijnsel op vele plaatsen in Indonesië. Veel kerken hebben zich de laatste jaren sterk ontwikkeld, iets wat mede te verklaren is door de algemene bevolkingsgroei (van 70 miljoen in 1950 naar bijna 200 miljoen in 1995).
Het is door die onrustbarend geachte groei van het Christendom, dat Islamitische leiders steeds meer wettelijke beperkingen forceren t.a.v. zendingsarbeid en kerkbouw.
Naast de druk van buitenaf, ervaart de Indonesische kerk ook interne problemen.
Zoals overal ter wereld groeit ook hier het kaf samen op met en onder het koren. Financiële corruptieschandalen, vechtpartijen om lucratieve topposities in de synodes, en seksueel verval zijn helaas geen zeldzaamheden.
Kerkdiensten verstarren soms door een dorre, liturgische vormelijkheid waarbij het ritueel belangrijker lijkt dan de ontmoeting met God en Zijn Woord. Zodoende lijken veel Indonesische kerken wel op de sluimerende vulkanen die hen omringen: het potentieel om de omringende wereld te verrijken is er, maar vaak zijn ze een onopvallende faktor op de achtergrond van de samenleving. Het wachten is op een werking van Gods Geest die vernieuwde opwekking geeft in mensenharten, zodat heel het land bevrucht wordt door kerken die zout en licht zijn in hun omgeving.
Waar we op het politieke vlak behoren te pleiten dat God het Indonesische volk zal behoeden voor een her nieuwde uitbarsting, dienen we op het godsdienstige terrein juist te smeken om die verrijkende werking van Gods Geest en genade voor de Indonesische kerk. Zo'n 'vulkaanuitbarsting' zou van groot missiologisch belang kunnen zijn, niet alleen voor het dichtbevolkte Indonesië, maar ook voor de omringende landen van Azië, waar zich tegenwoordig meer dan 50% van de wereldbevolking bevindt.

Indit herdenkingsjaar zal er in Nederland ongetwijfeld extra aandacht zijn voor 'de gordel van smaragd rondom de evenaar'. Wanneer u in de krant of op televisie weer aan Indonesië wordt herinnerd, wilt u dan eens in uw voorbede deken aan deze twee Indonesische 'vulkanen', opdat de ene, politieke vulkaan vreedzaam uitdooft, en de andere, godsdienstige vulkaan juist niet doorsluimert, maar door Gods Geest tot een uitbarsting komt die de opbouw van het koninkrijk van God in onze wereld ten goede komt.

P.S.: De schrijver van dit artikel werd met zijn gezin in 1985 via de Overzeese Zendings Gemeenschap uitgezonden naar Indonesië. Een Thuisfrontcomité, dat vanuit de Nederlands Gereformeerde Kerk te Wezep tot stand kwam, ondersteunt hun activiteiten.
In Indonesië waren Henk en Marian vnl. werkzaam aan de theologische opleiding van de kerk in Centraal Sulawesi. Eind vorig jaar moesten ze i.v.m. visaproblemen Indonesië verlaten.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief