Terloops
1995-04-07
Nog wat spreuken van OkkeJager- Jaargang 39
- nummer 7
Uit het boek 'Beeldenstorm' geef ik nog wat spreuken van wijlen Okke Jager door.
Er zijn er een aantal bij, die gaan over de preken van dominees. Laten de niet-dominees echter niet te gauw lachen!
Als Jezus zegt: "Predik het evangelie ", zegt Hij eerst: "Gaat dan heen!"
Dat is dus preken: er naar toegaan, contact hebben, een gesprek hebben.
"Spreekt iemand", zegt Petrus, "laten het woorden zijn als van God".
Daarom moeten wij onze woorden wikken en wegen. Overbodige woorden zijn niet "als van God". Slordig taalgebruik is een zonde.
Pastorale zorg is geen zuigelingenzorg.
Wij hebben het achterblijven van de gemeente aanvaard als norm voor de verkondiging.
Het valt niet mee voor een dominee om 'Amen' 't mooiste woord van zijn preek te vinden.
Aan een kleine jongen werd gevraagd: hebben jullie op school de tien geboden al gehad? Hij zei nee, alleen de tien plagen! Voor sommigen komt dat op hetzelfde neer.
God vraagt niet van de moeders in Zeeland, dat zij vrolijk moeten zijn, als zij hun kinderen één voor één in de golven zien glijden. God eist niet, dat wij met een glimlach om moeders sterfbed staan, ook al ontslaapt zij in Jezus. God wil niet, dat wij zwart wit noemen. Daarom moeten wij het afleren, om een zwaar verdriet 'een kruis' te noemen. God hangt Zijn kinderen niet aan een kruis. Alleen wie onder de vlóek ligt, komt áan het kruis terecht.
Het kruis, dat wij moeten dragen, is niet onze rheumatiek en ons gebrek aan woonruimte, maar het vloek hout, waaraan wij onze oude Adam vastspijkeren.
Het is de humor van de boer, dat hij na het zaaien rustig gaat slapen, omdat het gewas vanzelf wel groeien zal. De boer heeft geen angst; er is een stille kracht die doorwerkt.
En de boer - hij ploegde voort, jawel, maar 's nachts lag hij op bed. Veel slapeloosheid is met humor te genezen.
De barmhartige Samaritaan nam bij de herberg afscheid van de gewonde man; wij blijven soms tot de jongste dag bij zijn bed zitten.
Christenen zien er niet naar uit, dat zij uitzien naar de terugkeer van Christus.
Wie vraagtekens. achter het evangelie zet, kan de uitroeptekens achter de humaniteit niet overeind houden.
Paulus vergelijkt het leven met een renbaan, een worstelperk; daarin gaat het er niet alleen om wie het wint, maar ook hoe er gespeeld wordt. Wij zien het christen-zijn vaak meer als een weg naar de hemel dan als een positie op de aarde.
Het echte leven rijmt op geven.
Een christen met een maandagmorgenstemming is een christen zonder zondagstemming.
Alles komt niet van Hem vandaan, maar alles komt wel bij Hem terecht, op de een of andere manier.
Het is een raadselachtige ironie, dat wij nog altijd spreken over 'een Jobsgeduld'.
Het gaat in het boek Job juist over de rechtvaardiging van het ongeduld.
Toen de steen werd weggewenteld, kwam er niet alleen een opening in Jezus' graf. Er kwam een opening in alle dingen. Wij zien de dingen nu niet meer zoals zij zich voordoen, het geloof ziet overal een gat in.
Vanuit het geloof ontdekken wij, dat God Zich niet verheugt in het lijden, maar dat Hij Zich wel wil verheugen in de wijze, waarop wij het lijden gebruiken.
Wie aan een moeder, die een doodgeboren kindje kreeg, vertelt dat zoiets toch lang niet zo erg is als het verlies van een groot kind, kan beter nooit meer op condoleantiebezoek gaan.
Verandering van spijs doet eten, verandering van vertaling doet lezen.
Bij Jezus ontdekken wij dat wij niet alles wat wij als kind geloofden moeten blijven geloven. maar dat wij wel alles wat wij mogen geloven, als een kind moeten geloven.
Jezus is niet allereerst gekomen om ons in de hemel te brengen, eerder om de hemel in ons te brengen.
Jezus is nergens zozeer Gods Zoon als in zijn menselijke omgang met mensen.
Het komen van Jezus staat in hetzelfde teken als zijn heengaan: Hij komt en gaat om plaatsen te bereiden.
Zijn kruis is geen verhoging, maar Hij wordt verhoogd als gekruisigde.