Het wordt niet comfortabeler als de Geest aan het werk gaat
2007-05-25
‘Moet ik nu opeens tot de Heilige Geest gaan bidden, terwijl ik dat nooit geleerd heb. Ik ben voor God en zijn koninkrijk bezig geweest en nu hoor ik opeens links en rechts dat het anders moet. Dat geeft een buitengewoon onzeker gevoel.’- Jaargang 51
- nummer 11
Het was een gemeentelid van ds. Simon van der Lugt, die het zo zei en hij is de enige niet. Je proeft in die paar zinnen de emotionele achterkant van veel kerkelijke gesprekken over het werk van de Geest. Het kan zo botsen, op het allergische af. Cultuurverschillen in kerkelijke achtergrond tussen evangelisch en gereformeerd spelen daarbij een grote rol. In woordgebruik en vormen komt vaak een wereld aan gevoelens mee. En bijbels-theologisch spoort het ook niet helemaal. We weten allemaal dat evangelische en gereformeerde stromingen dwars door alle kerkverbanden heen lopen. Je proeft het in boektitels als ‘Meer dan genoeg’ en ‘Verrast door de Geest’. Soms oogt het als twee gesloten circuits. Of is er ruimte voor ontmoeting en gesprek van hart tot hart bij een open bijbel?
Kader
Vraag is dan natuurlijk, of Smouter’s boek gereformeerd en evangelisch dichter bij elkaar kan brengen. Jeannette Westerkamp meent van wel: ‘Ik vind het zo grappig, dat ik in recensies van mensen van wie ik altijd dacht: die gaan steigeren als ze dit boek lezen, nu lees dat ze vinden dat er zulke mooie dingen over de bijbel in staan. Dan denk ik: ja, dat willen gereformeerden horen, dat het echt op de bijbel gefundeerd is en niet op de ervaring.‘
Ds. Simon van der Lugt veronderstelt dat het grondschema van het boek ‘schepping-zondeval-verlossing’ gereformeerden een vertrouwd kader biedt voor verder gesprek over het werk van de Geest hier en nu. Of charismatische christenen veel met het boek zullen doen, betwijfelt hij. Ds. Willem Smouter is daar vanuit zijn ontmoetingen met evangelische studenten positiever over. ‘Ik trof jongeren die behoorlijk waren vastgelopen in het charismatische, maar door de gedachtelijnen uit het boek geholpen werden om het charismatische een meer evenwichtige plek in hun leven te geven’.
Ds. Kees de Groot zag een nog andere grondtrek in het boek, waar evangelischen (maar ook gereformeerden) hun winst mee zouden kunnen doen. Dat is dat de toekomst zo heerlijk aards is. ‘De focus die je zowel in de gereformeerde als in de evangelische wereld vaak tegenkomt is: het eigenlijke is niet hier, maar dat is de ziel die voor God juicht.
Het idee dat het echte leven pas begint in de hemel. Maar de toekomst is aards: God begint met het paradijs en eindigt met het paradijs. Daar zet dit boek van Willem Smouter een dikke streep onder en dat is heilzaam.’ En dan is er nog de christologie, want volgens EO-voorzitter Arie van der Veer is ‘het hart van het boek de visie op wie Jezus is en daarop mochten gereformeerden en evangelischen zich allebei wel eens meer bezinnen’. Kortom, gespreksmogelijkheden te over!
Vertrouwen
Van achter de ‘rondetafel’ was ook geregeld te horen, dat boeken en gesprekken niet de enige weg zijn om dichter bij elkaar te komen. De Groot: ‘Ik heb zelf gemerkt, dat je vertrouwen kunt winnen door het gewoon te doen.
Ik heb bijvoorbeeld een half jaar terug in Jezus' naam boze geesten de deur van een levenshuis gewezen. Dat doe ik, omdat ik geloof dat de Heilige Geest vandaag grote dingen kan doen en omdat ik geloof in de macht van Jezus.
Dan hoef ik niet eerst de kerkenraad te vragen of ik wel boze geesten de deur mag wijzen. Ik doe het en ik rapporteer erover en de mensen nemen het en zeggen: prachtig, dat het gebeurt. Er zijn dus ook andere bruggen, wil ik maar zeggen. Het heeft te maken met vertrouwen in mensen, in een voorganger: hoe ga je ermee om, wat horen de mensen verder van je.’
Ik-verhalen
Kunnen ‘ik-verhalen’ over hoe God je gebruikt (of ook hoe je soms een sta in de weg bent voor God) een bruggetje slaan van de ene mens naar de ander? Van der Lugt heeft zijn aarzelingen, omdat mensen zich gauw gediskwalificeerd voelen: ‘Ze passen het direct toe op zichzelf en zeggen: heb ik het dan niet en waarom dan niet? Dus hoezeer je het ook bij jezelf houdt, ik vind het echt een kunst om een goed getuigenis te geven van wat God in je leven doet zonder dat het ertoe leidt dat je publiek in die reflex schiet. Ik weet niet goed hoe je dat voorkomt’. Kees de Groot zet daar een positieve ervaring tegen aan. Hij noemde onlangs tijdens een preek hoe een psalm hem bemoedigd had tijdens een begrafenis dienst. De Groot: ‘Als dominee ben je vaker op een begrafenis dan je lief is en je beseft: jij gaat ook een keer. Dat vliegt me wel eens aan. En dan zing ik zachtjes in mezelf: Hij kan en wil en zal in nood, zelfs bij het naderen van de dood, volkomen uitkomst geven. Dat is de Geest die de angst in mij stilt. Een van onze kinderen zei: “Pappa, het is goed, dat je laat zien dat je ook niet altijd even sterk bent”. Dicht bij het woord en dicht bij jezelf, en dat zonder dat je met jezelf te koop loopt, dat is het. Vertellen wat God door zijn Geest ook aan jou geeft’.
Jeannette Westerkamp herkent dat vanuit de begintijd in Houten: ‘Toen vroeg ik vaak aan oudere mensen: wat hebt u eigenlijk met God meegemaakt? Dan zeiden ze: kind, maar dat zou toch een beetje ‘te’ zijn om dat te vertellen, dat kan ik toch niet. En dan zei ik: ja, maar ik wil het graag weten. En dan hoor je zulke mooie verhalen! En toen hebben we de catechisanten op pad gestuurd en die zijn teruggekomen met prachtige verhalen van de oudere mensen. Dat zijn ook getuigenissen!’
| Ad de Boer en Freddy Gerkema organiseerden een ‘rondetafelgesprek’ over thema’s uit het boek van Willem Smouter. Daarvan is bijgaand artikel een neerslag. Aan het gesprek onder leiding van Ad de Boer deden mee: Ds. Kees de Groot. Predikant van de Nederlands Gereformeerde kerk van Zeewolde. Ds. Willem Smouter. Predikant in de Nederlands Gereformeerde kerk van Apeldoorn, bestuurslid van ‘New Wine’ en schrijver van het boek ‘Herstelwerk’. Ds. Simon van der Lugt. Predikant van de Gereformeerde kerk vrijgemaakt in Delft. Hij was tot 2006 missionair predikant voor de evangelieverkondiging onder culturele minderheden in het Rijnmondgebied en specialiseerde zich in het hindoeïsme. Hij is voorzitter van de stichting Evangelie en Hindoes, www.evangelie-hindoes.nl. Ds. Arie van der Veer. Predikant van de Christelijke Gereformeerde kerk in Zwolle en voorzitter van de Evangelische Omroep. Ds. Jeannette Westerkamp. Ze werkte met haar man Dick 7 jaar in Oeganda en Rwanda, waar ze les gaf. Sinds 13 jaar wonen ze met hun gezin in Houten. Zondag 13 mei werd ze bevestigd als predikant van de NGK Houten in dienst van Justitie. |
Leerproces
Er kan veel moois groeien! Van der Veer vertelt hoe hij in de jaren zeventig als predikant in de Christelijke Gereformeerde kerk van Zwolle, de openheid voor het werk van de Geest heeft zien groeien. ‘Elk jaar tijdens de vijftig dagen voorafgaande aan Pinksteren lazen we een boek van (toen dominee, later professor) Floor over de Heilige Geest en op zaterdag waren we bijeen in gesprek en gebed. We leerden inzien dat niemand kan zeggen: Jezus is Heer dan door de Heilige Geest en ook dat de doop met de Heilige Geest er helemaal bij hoort’. Vijftig dagen bidden om de komst van de Geest: De Groot steigert – ‘Ik kan wel bidden: wilt U mij vol maken met uw Geest. Maar om de komst van de Geest hoef ik niet meer te bidden, want die is al gekomen! Net zomin als ik in de kerk laat zingen: Kom, Schepper Geest’ -, maar Van der Veer vindt het een kwestie van spraakverwarring en Smouter beaamt dat: ‘Je bidt in het Onze Vader: geef ons heden ons dagelijks brood, op het moment dat het brood op tafel staat. Dan zeg je toch ook niet: dat kan toch eigenlijk niet, want God heeft het brood al gegeven. Het is juist de wezenlijke erkenning dat het ons steeds weer opnieuw gegeven moet worden. En zo is het bidden: kom Heilige Geest bij een open bijbel net als het bidden: geef ons ons dagelijks brood bij een gedekte tafel!’.
Smouter geeft ook aan dat hij zelf veel heeft moeten leren in een pijnlijk proces: ‘Het is een feit dat ik eerst geneigd was om heel scherp te zeggen, wat er niet deugde aan de gereformeerde wereld en dat ik dat tijdens een retraite in Houten heb ervaren en beleden als niet de schuld van de gereformeerde wereld, maar van mij, Willem Smouter.
Dat ben ik toen allemaal gaan belijden voor God als míjn schuld. En daarbij heb ik eigenlijk doodgewoon gedaan wat de Psalmen ons voordoen, namelijk mijn ziel strekt zich uit tot God. Dat is knielend en liggend een echt ervaren van schuld en genade en vergeving geweest. Ik zal niet zeggen dat die zwakte niet meer in mij zit. Ik zou er nog zomaar weer in kunnen vervallen, maar ik ben het ten principale wel kwijt. En dat is inderdaad een van de hoofdlijnen in dit boek.’
En net als Jezus worden
Van der Veer stipte het direct in de opening van het rondetafelgesprek al aan: het hart van Smouter’s boek is de visie op Jezus Christus. Jezus deed zijn wonderen en tekenen niet als God, maar als volledig door de Geest vervuld mens.
Van der Veer: ‘Ik heb altijd aan mijn catechisanten geleerd: Jezus heeft geen extra buitenboordmotor die Hij even aanzet, als Hij een wonder doet.
Hij is daar volledig mens. Als je naar Christus kijkt, zie je hoe God de mens heeft bedoeld. Jezus is in ons mens zijn gedompeld. Daarom is de doop door Johannes in de Jordaan zo belangrijk: Jezus wordt daar in ons mens zijn gedompeld. En Hij wordt dan gezalfd met de Geest. En daarná (Lucas 3 en 4) begint Jezus zijn werk als Messias.’ De Groot betwijfelt, of de doop van Jezus met de Geest zo’n kwalitatieve verandering geeft. ‘Jezus is ontvangen door de Heilige Geest. Daarin is Hij al uniek. En Hij opent in Jeruzalem als twaalfjarige de Schriften. Er staat, dat Hij toenam in gunst bij God en mensen. Was dat dan geen werk van de Geest? Dat alles was vóór de doop in de Jordaan. Is die doop niet meer een bevestiging van wie Hij is in plaats dat er toen iets heel nieuws gebeurde?’ Van der Lugt zou ook liever zeggen dat de Geest niet alleen scheppingsgaven van God herstelt, maar in Christus een blik geeft op een totaal nieuwe werkelijkheid, op wat we eens zullen zijn. En Van der Veer gelooft ‘dat het delen in de heerlijkheid van Christus nog groter zal zijn dan die van Adam en Eva in het paradijs’.
Deel aan Christus’ zalving
Smouter noemt de plaats van Christus cruciaal, juist als het gaat om het werk van de Geest: ‘Ik wil het samenvatten met één zin uit de Catechismus. Die vraagt: Waarom wordt de Zoon Gods Christus, dat is Gezalfde genoemd? Dan is het antwoord: Omdat Hij door God is aangesteld en door de Heilige Geest gezalfd is. En dan komt daarna de vraag: Waarom wordt gij christenen genoemd? En het antwoord is: Omdat wij deel hebben aan zijn zalving. Dat is mijn hele boek: daar staat het eigenlijk. Wij hebben met de Geest niet iets leuks of iets anders, maar wij hebben deel aan de zalving van Christus.’ Hoe ver dat gaat, leerde de Apeldoornse predikant van Henri Nouwen in zijn uitleg van ‘jij bent mijn zoon, de geliefde’. Smouter: ‘In Christus hoor ík dat ook en dat is hoe de Geest mij leert om Abba Vader te zeggen. Het feit dat Jezus ons leerde 'Onze Vader' te zeggen, terwijl het om Zijn Vader ging, is minstens zo shocking als dat Hij zelf door de Geest demonen uitdrijft en tegen ons zegt: doe dat ook. Want dat woord 'Onze Vader' is nog meer de inner circle van de communio. Dus wij hebben deel aan de zalving die Christus had en dat betekent dat wij in Christus ook tegen onszelf horen zeggen: je bent mijn zoon, mijn geliefde. En in Christus mag ik gezag uitoefenen over de demonen.’
Voorproef
Al discussiërend blijven er vragen rond deze belangrijke stelling in Smouter’s boek ‘Wat Jezus deed, mogen wij nadoen’. Hoe zit het met het stillen van de golven en de wind (Ad de Boer: ‘Daar hoor ik Houten niet over’)? Had Daniël de Adamsmacht over de dieren herkregen, daar in de leeuwenkuil, zodat hun muilen dicht bleven, maar hoe zit het dan met de martelaars in de arena van Rome? Jeannette Westerkamp benadrukt dat op een gegeven moment de sluis van het kwaad dicht moet ‘en die krijgen wij niet dicht’. Tegelijk betrekt God ons mensen in dat proces van vernieuwing. Westerkamp: ‘God zegt: jullie hebben de verkeerde keuzes gemaakt, nu gaan jullie de goede keuzes maken. En Ik ben er bij en Ik geef je alles wat je nodig hebt. Maar jullie doen het. Dat geeft een heel nieuw gevoel bij vragen als ‘waar komt al dat lijden vandaan?’ en ‘waarom doet God daar dan niets aan?’ Dan zie ik Jezus, die echt staat te wachten: kom jongens, doe er wat aan. Ik geef jullie alles wat Ik had. Ik heb het je voorgedaan en begin aan de vernieuwing van de schepping. Ik trek jullie er niet uit, ik maak de boel nieuw met iedereen erin en jullie zijn daarin van belang.’ Van der Veer ontkent dat alles niet, maar stuit ook, zeker na zijn hartoperaties, heel nadrukkelijk op eigen remmingen om zich over te geven aan Gods vernieuwend werk: ‘Ik zie een Jan Zijlstra die in de kracht van de Heer staat. Maar ik wil graag veel meer garanties van de Heer voor ik over een plank over de sloot ga. Terwijl ik ook denk, als God met mij mijn leven zou doornemen, dat Hij zou zeggen: Arie, dat had je best gekund hoor. Ik zou niet als proef op de som tussen leeuwen door gaan lopen, maar ik geloof wel dat veel dingen in mijn leven toch niet goed gingen, omdat vrees en angst mij toch te vaak bekruipen.’ Smouter benadrukt nog eens dat het vernieuwend werk van de Geest zo ten dele is ‘en dat niet toevallig of per concessie, maar met Gods opzet. Hij geeft ons zoveel voorproef dat we denken: het gaat echt gebeuren, en Hij geeft ons tegelijk zo weinig voorproef dat we beseffen: het is het nog niet.’
Genezing
Zo schuift het gesprek bijna als vanzelf in de richting van het werk van de Geest en het lijden.
Want Jan Zijlstra haalt de pers met zijn genezingen en in Houten kun je woorden van profetie horen, maar Darfur is er ook en de Aids, juist onder de armen van de wereld. Van der Lugt is om te beginnen blij met de nieuwe dingen van de Geest die we als gereformeerden ontdekken: ‘Wij hebben een paar weken terug op zondag in de kerk gedankt voor de genezing van Janneke Vlot uit Bleskensgraaf in een dienst bij Jan Zijlstra, waar een en ander over in de krant heeft gestaan. En dan zeg ik: als God het verkiest via Jan Zijlstra zo'n vrouw te genezen, wie zijn wij om te zeggen: ja, maar God, dat had eigenlijk niet gekund, want die man deugt niet vanuit de gereformeerde optiek? Dan denk ik: dat is misschien bij ons een leerproces, want wij waren in het verleden zo royaal niet.
Maar je probeert ook duidelijk te maken: wanneer zie je nou God aan het werk? Toch niet pas, als Hij gaat genezen. Dan vind ik ook een stukje gereformeerd Schriftverstaan en geloofsbeleven in Zondag 10, dat Gods hand in gezondheid én ziekte aanwezig is. Het lijkt, als het misgaat, zo gauw uit de hand van de duivel te komen, en zodra het goede zich voltrekt, dan is daar ineens de Here aan het werk. Zo zie ik dat gewoon niet. Ik wil ook tegen zieke broeders en zusters die ondanks veel gebed niet genezen, kunnen zeggen: de hand van de Here heeft dit in jouw leven gebracht. Wat vraagt het van je? Geloof, hoop en liefde, gehoorzaamheid en vertrouwen. Dat vind ik een wezenlijk punt dat ik ook graag wil vasthouden.’
Lijden delen
Simon van der Lugt ziet juist op dit punt grote kansen liggen voor met de Geest vervulde mensen: ‘Wezenlijk is een meelijden met de lijdenden en zorgen voor allen die gebukt gaan onder allerlei nood en daarin de barmhartigheid en de liefde en de gemeenschap zichtbaar maken. Daarin was ook de eerste christengemeente geweldig, omdat ze, vervuld met de Geest, lieten zien dat ze juist in de nood vuile handen maakten en in de modder gingen staan. Die dingen moeten we blijven zeggen.’ Hij vindt het prachtig als mensen vertellen over de mooie en nieuwe dingen die de Geest doet, maar ziet de Geest ook aan het werk midden in het lijden, ‘als we als mensen in de ‘kreunende en steunende’ schepping-in- barensnood door het donkere geboortekanaal worden geperst’. Jeannette Westerkamp voegt daar uit eigen ervaring aan toe: ‘Mensen zeiden tegen mij: als jij nou beter wordt van je kanker, is dat dan omdat God meer van je houdt? Toen zei ik: Het zou ook kunnen betekenen dat Hij straks meer van me gaat vragen, meer moeilijke of akelige dingen. Dat wil je natuurlijk niet over je afroepen. Maar God zegt met zijn wonderen en tekenen niet: kom, we gaan het eens gezellig maken. Nee, je staat midden in een gevecht. Het werk van de Geest is als bij die speurtochten van vroeger: dan vond je ineens weer zo’n strikje in de boom en dan dacht je: o, gelukkig, ik ben nog op de goede weg!’ Van der Veer herkent dat in toenemende mate: ‘Als er één aspect is waar ik mee bezig ben bij het ouder worden, als leeftijdgenoten wegvallen, is het die donkere kant van het leven. Bij genezingen en bij het horen van Gods stem wordt meestal aan gloria gedacht. Maar dan denk ik aan dat lied van Ad den Besten: Waarom moest ik uw stem verstaan?
Waarom, Heer moet ik tot U gaan zo ongewende paden?… (Gezang 484). Het horen van de stem van God kan je drijven op een weg die je niet wilt. Ik ben erg beducht voor dat gloriagevoel, want van de tien mensen die kanker krijgen, gaan er negen echt dood. Er staat in de bijbel: ik wil Christus kennen en de kracht van zijn opstanding, maar dan volgt er ook: ik wil delen in zijn lijden. Het zou wel eens kunnen zijn, dat we ons naast de enorme roep om genezingen in Nederland veel meer moeten gaan bezinnen op de vraag bezinnen: hoe kunnen we door de Geest delen in Zijn lijden?’
Ad de Boer en Freddy Gerkema zijn redactielid van Opbouw.