De samenleving verandert. En de kerk? (4, slot)1

1995-04-21
  • Jaargang 39
  • nummer 8
Wie kennis vermeerdert, vermeerdert smart, zei de Prediker al, Onze sterk door technische kennis gestempelde samenleving is een schrijnende onderschrijving van zijn gelijk, De smart van kennisvermeerdering ervaren we ook wel bij het lezen van de Bijbel, Geregeld komen moeilijkheden op ons bordje, die vergelijkbaar zijn met het vraagstuk waarvoor de kerk stond nadat eerst Copernicus (1473-1543) en later Galileo Galilei' (1564-1642) aantoonden, dat de aarde niet stilstond, Een crisis in het Schriftverstaan was het gevolg,

8. Iedere eeuw kent haar 'Copernicaanse wendingen', Daarop moeten we niet reaktionair reageren, maar de tijd nemen om, zorgvuldig luisterend naar de Heilige Schriften, te verwerken wat op ons afkomt.

Eeuwenlang waren kerk en wetenschap uitgegaan van Aristoteles' stelling, dat de aarde het vaste middelpunt, het centrum van het heelal was, Alle hemellichamen draaiden om de aarde, de aarde zelf bewoog niet, zo stond vast. Deze stelling leek ook geheel in overeenstemming met de Schrift: "Hij heeft de aarde op haar grondslagen gevestigd, zodat zij nimmermeer wankelt", (Ps. 104:5)en "Zon sta stil"," (Joz. 10:12 vv . verg, Ps. 19:6 en Pred. 1:4,5), Toen een Copernicus, Galileï en Kepler dit axioma aanvochten en - op grond van met nieuwe technieken verkregen gegevensbeheerder dat de aarde zich wentelt om haar as en draait om de zon, was de hele wereld in rep en roer, De kerk reageerde zeer reaktionair, In 1633 moest Galileï zijn dwaling afzweren en tot 1822 bleven boeken die de aswenteling van de aarde leerden op de index staan, Uiteindelijk ontkwam de Kerk er niet aan om onder druk van de feiten het met Goddelijk gezag beklede standpunt te herzien,

Hermeneutisch vraagstuk
Een terugblik op deze buitengewoon boeiende episode uit de geschiedenis is steeds weer leerzaam, De kerk stond indertijd voor wat wij tegenwoordig zouden noemen 'een hermeneutische vraag', Aan de andere kant was daar het met Schriftgezag gedekte wereldbeeld, Aan de andere kant waren daar de gegevens die sterrenkundigen aandroegen, Die twee waren niet met elkaar te rijmen, sterker, die twee leken dusdanig strijdig met elkaar dat het buigen werd of barsten, Een crisis was het gevolg, een crisis uiteindelijk ook in het verstaan van de Schriften, Immer, het ging maar niet om de vraag of een bepaalde bijbeltekst wel juist geëxegetiseerd was, maar om het karakter van de Bijbel zeil. Het totale begrip dat tot op dat moment aangaande de Schrift was opgebouwd stond ter discussie: Hoe moet het Woord van God gelezen worden, wat is de taal van de Schrift? Het heeft eeuwen geduurd voordat de kerk accepteren kon, dat een bijbels wereldbeeld en een astronomisch wereldbeeld twee grootheden van verschillende orde zijn, die niet verward mogen worden en elk hun eigen betekenis hebben, Een vergelijkbare crisis ontstond t.q.v. de evolutietheorie van Darwin , (1809-1882),zij het met dit verschil, dat het wetenschappelijke klimaat eind 1ge eeuw kerkvijandig was, Het patroon echter bleef gelijk: grote opschudding, duizenden boekwerken, verhandelingen, brochures, scherpe veroordelingen en innige steunbetuigingen, Maar - onontkoombaar - ook een hernieuwd lezen van de Schriften, een diepgaand exegetische en hermeneutische bezinning: Hoe leest gij?
Nog steeds is die bezinning volop gaande2 en het ziet er niet naar uit, dat ze spoedig ten einde is gebracht.
Staan de aswenteling van de aarde en haar jaarlijkse omwenteling rond de zon al geruime tijd niet meer ter diskussie, de evolutietheorie is nog steeds uiterst diskutabel. Heel recent toonde Prof, Dr. A, van den Beukeigeen creationist - aan, dat deevolutietheorie een bierglas op een heel dun voetjes 3

Puzzelen
Eeuw in eeuw uit hebben we met nieuwe Copernicaanse wendingen en, in het spoor daarvan, met hermeneutische vraagstukken klaar te komen, Immers, steeds weer worden nieuwe facetten van het bestaan ontdekt, wordt aan bestaande kennis nieuwe kennis toegevoegd en steeds weer moet bestaande kennis in rapport worden gebracht met de nieuwe, Wat me een beetje geruststelt, is, dat dit proces in feite al begonnen is in de Hof van Eden en dus behoort tot de bestemming van de mens, In Gen, 2:19 staat geschreven: En de HERE God formeerde uit de aardbodem al het gedierte des velds en al het gevogelte des hemels, Ook bracht Hij het tot de mens, om te zien hoe deze het noemen zou; en zoals de mens elk levend wezen noemen zou, zo zou het heten, Naamgeving is in de Bijbel uiting van heerschappij en zeggenschap (verg, 2 Kron. 36:4), In het mogen namen geven aan de dieren klinkt daarom koninklijke heerschappij over de schepping door, Maar wat een zware taak is het om namen te geven. Dat vraagt kennis, onderscheidingsvermogen, creativiteit. Namen geven is zowel een kunde als een kunst. Het houdt ook nooit op: steeds weer wordt aan bestaande kennis nieuwe kennis toegevoegd en moet bestaande kennis in rapport worden gebracht met de nieuwe, Kennisvermeerdering is als één grote, levende puzzel, die steeds opnieuw uit elkaar gehaald en in elkaar gelegd moet worden, hij komt nooit af en het blijft altijd stukwerk, Kennisvermeerdering is daarom óók vaak een kwestie van tasten en mistasten,

Moeilijk ,
Dit alles geldt ook voor het lezen en verstaan van de Bijbel. Nieuwe kennis op het gebied van de semitische talen, de handschriften van de Bijbel, de geschiedenis van het Oude Oosten, de bewegingen van de hemellichamen, de wording van het leven op aarde enz. kunnen van invloed zijn en zijn ook van invloed op de manier waarop de Bijbel gelezen wordt. Dit kunnen moeilijke momenten zijn in het bestaan van de kerk en de christen, Jarenlang heb je de Bijbel op een bepaalde manier begrepen en verstaan, heb je je een bepaalde leeswijze van de Schrift eigen gemaakt - 'Zo spreekt de HERE",' - en dan kom je tot de onontkoombare konklusie, dat ze zo toch niet verstaan kan worden, De werkelijkheid, de 'feiten', je beleving vertellen je dat het zo niet langer kan, niet langer hoeft, Dat is moeilijk, Juist omdat de Bijbel Heilige Schrift is, Gods Woord, Je ziel en zaligheid hangen van dat Woord af! En toch ontkom je er niet aan je manier van lezen en de aard van het bijbelse spreken hernieuwd onder de loupe te nemen, In het vertrouwen dat het Woord van God zo sterk is en levend, dat ook deze crisis in het Schriftverstaan wel overwonnen zal worden. Op één aktueel vraagstuk wil ik in dit artikel iets dieper ingaan en wel dat van de verhouding tussen man en vrouw, Ook daarin heeft zich de afgelopen eeuw een Copernicaanse wending voltrokken, We staan voor het feit, } dat de verhouding tussen man en ~ vrouw in verschillende opzichten an- :/J ders gezien en beleefd wordt als vroel ger, Voorzover we dat nu kunnen ovesrzien, is deze verandering str.ukturee} (zij het niet zo definitief als de telootrgang van het Ptolemaeïsche wereCdbeeld!), Ze werkt ook door in de klerk en hoe meer een kerkverband oj::.Jgenomen is in de samenleving, hoe (~erder dit gevoeld wordt. Eerst speetd-e het daarom in de grote kerken, ve.rvolgens bij ons en veel Chr. GereI. Kelrken, In de Geret. Kerk Vrijg, begint t1tette spelen - laatstgehouden synode kregen vrouwen aktief kiesrecht en onvermijdelijk krijgen ook de reformatorische kerken ermee te maken.
Wat is er aan de hand? In mijn eerste artikel uit deze reeks schreef ik, dat de ouders van mijn catechisanten heel moeilijk kunnen aangeven waarin het hoofd zijn van de man tot uiting komt.
Het funktioneert niet in hun relatie. En dat terwijl het in het Oude en Nieuwe Testament zo heel duidelijk wel funktioneert!
Tot het abc van de manvrouw verhouding in het Nieuwe Testament, behoort toch ook dat de vrouw aan de man onderdanig is en dient te zijn.
Dit is een van de implicaties van het hoofd zijn van de man. Hoe je het ook wendt of keert, dit accent leggen wij niet meer. De omgang tussen man en vrouw in 'onze' huwelijken is zo gelijkwaardig, dat vrouwen er niet aan denken hun man 'heer' te noemen (1 Pet. 3:6) en mannen zich geen raad zouden weten als dat wel gebeurde. Uit vele 'details' blijkt ook in het kerkelijke leven, dat wij met de samenleving meegeëmancipeerd zijn. Zowel de mannen- als de vrouwenrol hebben aan erosie blootgestaan, ook in de gemeente van Christus! Wij vinden het vanzelfsprekend en rechtvaardig, dat vrouwen spreek- en stemrecht hebben op officiële, besluitvormende gemeentevergaderingen, ofwel, dat zij spreken in de poort. Idem, dat meisjes gelijke mogelijkheden en rechten hebben waar het het ontvangen van onderwijs betreft. Idem, dat de prediking van het Woord zich richt, niet alleen tot de 'broeders', maar tot de broeders en de zusters.
Er is een kloof ontstaan tussen de wijze waarop de Heilige Schrift over de verhouding tussen man en vrouw spreekt en de wijze waarop wij die in onze samenleving beleven. De Bijbel geeft regels voor de omgang tussen man en vrouw, die wij gewoon niet meer aanvoelen! En nu het punt: degenen die dit niet aanvoelen zijn geen mensen die zonder God of gebod willen leven, maar wedergeboren christenen, zoals dat heet, christenen die werkelijk geknield hebben aan de voet van het kruis, een persoonlijke keus hebben gemaakt, maar desondanks het accent dat de Bijbel legt op het : hoofd zijn van de man en de onderdanigheid van de vrouw niet aanvoelen.
Niet uit onwil, maar uit onvermogen.
We staan - net als in de 17e eeuwen • in de 19e eeuw - voor een hermeneutisch vraagstuk, d.w.z. een vraagstuk \waarbij feitelijk veranderde omstandigheden een crisis van het Schriftverstaan tot gevolg hebben.

Vrouw in diakenambt
Het is bij deze stand van zaken geen wonder, dat de besluitvorming omtrent de vrouw in het diakenambt zo traag verloopt. Soms wordt daar wel wat op gemopperd, maar ik heb daar geen enkel probleem mee, vind het ook een slechte zaak, dat sommige gemeenten het geduld op anderen te wachten niet kunnen opbrengen. Voordat je een bijbels verantwoorde reaktie op deze Copernicaanse wending hebt gevonden, moet een groot deel van de puzzel uit elkaar en weer opnieuw gelegd worden. Dat vraagt veel tijd en die tijd moeten we elkaar gunnen.

En naar mijn inschatting staan we eigenlijk nog maar aan het begin van de bezinning. Tot op dit moment is de hele bezinning vrijwel uitsluitend op exegetische wijze gevoerd. Binnen de rapporten die tot nu toe verschenen zijn heeft men zich alleen beziggehouden met de Schriftgegevens die in direkte zin spreken over de verhouding tussen man en vrouw. Door hier en daar een andere wijze van lezen voor te stellen heeft men getracht de kwestie van de vrouw in het diakenambt tot een verantwoorde oplossing te brengen. De eigenlijke vraag, de hermeneutische, is tot nu toe ontweken: hoe moeten we de t.o.v. de Heilige Schrift zelf veranderde beleving met alle konsekwenties van dien - van de verhouding tussen man en vrouw beoordelen? Willen we er werkelijk 'uit' komen dan is een grondige doordenking van dit vraagstuk onvermijdelijk.
En aangezien dit tot op heden niet gebeurd is, vrees ik, dat er na de Landelijke Vergadering van D.V. 20 mei a.s. nog bergen werk verzet zullen moeten worden ...

9. Zolang we één zijn in de constanten, kunnen we verschillen in de variabelen.
Ons geduld en onderscheidingsvermogen zullen bij tijd en wijle dan wel ten zeerste op de proef gesteld worden,"

En dan nu weer rap terug naar de kern van deze artikelenserie: het met kracht blijven prediken van het eeuwige evangelie, de grote constante in de kerk van alle plaatsen en alle eeuwen.
Kwesties als de verhouding tussen man en vrouw, het ontstaan van de aarde, de wording van het leven en vele, vele andere kwesties die het verstaan van de Schrift raken, zijn net stofzuigers: ze zuigen ontzettend veel aandacht op. Ik wil ze ook niet onderschatten, omdat het verstaan van de Schrift en de aard van het Schriftgezag - niet het Schriftgezag als zodanig er mee gemoeid zijn. Daarom dienen we grote zorg te besteden aan de omgang met deze kwesties. En toch moeten we ze ook niet overschatten: ze raken slechts de oppervlakte van de Schrift en het menselijk bestaan.
De Heilige Schrift verandert er wezenlijk niet door en ook de mens blijft wie hij was. Een vraag: zouden de grote, grote woorden van de Heilige Schrift, 'zonde' en 'genade', 'liefde' en 'recht', 'ootmoed' en 'geduld' - dat zijn toch de woorden waarvan onze ziel en zaligheid afhangen -, ook maar iets aan zeggingskracht inboeten als de vrouw niet in het (diaken)ambt komt, of wel? Wie één zijn in het verstaan van deze woorden zijn één in Christus en kunnen veel geduld voor elkaar opbrengen.
En van wie één zijn in deze woorden geldtl

10. Vreemdelingschap behoort tot de kerk van alle plaatsen en alle eeuwen.

Markus 8:34-38: En Hij riep de schare, met zijn discipelen, tot Zich en zei tot hen: Indien iemand achter Mij wil komen, die verloochenen zichzelf en neme zijn kruis op en volge Mij. Want ieder die zijn leven zal willen behouden, die zal het verliezen; maar ieder, die zijn leven verliezen zal om Mijnentwil en om des evangelies wil, die zal het behouden. Want wat baadt het een mens de gehele werèld te winnen en schade te lijden aan zijn ziel? Want wat zou een mens kunnen geven in ruil voor zijn leven? Want wie zich voor Mij en mijn woorden schaamt in dit overspelig en zondig geslacht, de Zoon des mensen zal zich ook voor hem schamen, wanneer Hij komt in de heerlijkheid zijns Vaders, met de heilige engelen.

Noten
1 Zowel dit als het vorige artikel zijn sterk uitgewerkte versies van de lezing die ik hield op de Ned. Geref. Studentenconlerentie.
2 Voor wat betreft eigen kring: zoals bekend heeft drs. H. de Jong geregeld bijdragen geleverd aan deze bezinning. Zie o.a. in Begeleidend schrijven, 25 Jaar Theologische Studie Begeleiding. red. J. Bouma e.a., Amsterdam 1994,de lezing 'Hermeneutiek', pg. 18-28.
Vermeldenswaard is ook de recente artikelenreeks van Dr. A. van der Dussen, Opbouw 38e jaargang nrs. 24-26.december 1994.
3 Zie Beukel, Prof. A. van den. Mei andere ogen. over wetenschap en het zoeken naar zin. Baarn 1994,pg. 84-130.Hoewel hij geen creationist is, bestrijdt Prof. van den Beukei heel overtuigend de 'wetenschappelijke' pretentie.
als zou 'de' evolutietheorie een uitgemaakte zaak zijn,
4 Voor een bredere uitwerking van wat ik met deze stelling bedoel: zie mijn artikel 'Onderscheiden waarop het aankomt'. Opbouw. 3ge jrg. no. 2.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief