En op duizend wegen…

2010-05-14
  • Jaargang 54
  • nummer 10
Het is dit jaar 100 jaar geleden dat de grote zendingsconferentie in Edinburgh werd gehouden. Dit artikel geeft aan welke beweging zending sinds die tijd heeft gemaakt. Tegelijk wordt duidelijk dat zending Gods initiatief is, dat doorgaat ondanks allerlei gebeurtenissen, plannen en ideeën van mensen. God gaat door. Hij zendt ons als zijn medewerkers wereldwijd.

Tot 1800 verspreidde het christendom zich vanuit Europa naar andere continenten vooral via migratie en via het ‘kruistochtenmodel’. Hierbij werden heidenen gedwongen dan wel verleid het christelijk geloof te aanvaarden. Beide manieren vielen samen met de Europese, en later de Noord-Amerikaanse hegemonie.

Radicale christenen
Vanaf 1800 komt een nieuwe manier van zending bedrijven op, aangestuurd door radicale christenen, wars van politiek of economisch gewin, gedreven door geloof in Jezus Christus en gehoorzaamheid aan zijn zendingsopdracht. Deze omwenteling valt het eerste te bespeuren binnen de Rooms-katholieke kerk. De protestanten volgden later. Voorbeelden van deze beweging zijn James Hudson Taylor in China en William Carey in India.
Het hoogtepunt van deze zendingsbeweging was de Wereld Zendingsconferentie in Edinburgh in 1910. Zo’n 1200 afgevaardigden van 159 Westerse zendingsorganisaties probeerden hier systematisch in kaart te brengen wat al gedaan was en wat nog gedaan moest worden. Alles onder het motto: ‘evangelisatie van de hele niet-christelijke wereld in deze generatie’.

Eerste oecumene
Op het programma stond de systematische en pragmatische aanpak van onderwerpen als de mobilisatie en bewustmaking voor de zendingsopdracht, de rol van de ‘zendende gemeente’, vereiste kwaliteiten van zendelingen, statistieken, de relatie tussen zending en overheid, en de kerk in de zendingslanden. Opvallend was, dat nationalistische bewegingen niet werden veroordeeld: ‘Christus heeft zelf noch door zijn onderwijs noch door zijn voorbeeld de geest van echt nationalisme verworpen of wederstaan’.

De meeste aanwezigen hadden een Anglicaanse, puriteins-calvinistische of evangelicale achtergrond. Het voorbereidend comité onder leiding van John R. Mott was uitsluitend afkomstig uit het Verenigd Koninkrijk, Noord-Amerika en het vasteland van Europa. Onder de deelnemers waren slechts 18 mensen van niet-Westerse komaf. Vanuit Zuid-Amerika was er niemand. Voor dit continent werd ook geen strategie ontwikkeld zoals dat voor alle andere niet-Westerse continenten wel gebeurde. Men durfde het niet aan dit Rooms katholieke continent te benoemen als onderdeel van de niet-christelijke wereld.
Edinburgh heeft niet bijgedragen aan theologische ontwikkeling op het gebied van zending. Verschillen werden juist opzij gezet. Doordat er geen duidelijke afbakening was gemaakt over de ‘theologische’ inhoud van zending en de nadruk lag op het ontwikkelen van een wereldomvattende zendingsstrategie, wordt deze conferentie gezien als de eerste ‘oecumenische bijeenkomst’.

Tanende invloed
Vier jaar na de conferentie kwam Europa in de Eerste Wereldoorlog terecht. Duizenden Westerse soldaten sneuvelden in de loopgraven. Deze oorlog en haar afloop temperden het optimisme van 1910. Na WO-I valt het Westers christendom niet langer samen met de Westerse cultuur. De Tweede Wereldoorlog met de Holocaust tastte de invloed van het westen nog verder aan. Zending onder niet-Westerse volken werd gezien als infiltratie en het christendom afgedaan als een Westerse, imperialistische godsdienst.
Soms waren deze beschuldigingen terecht, bijvoorbeeld wanneer zendelingen in niet-Westerse landen bescherming kregen van Westerse soldaten.

Zending ontwikkelde zich verder op verschillende niveaus. Enerzijds werd, met verwijzing naar Edinburgh, de International Missionary Council opgericht, als platform voor missiologische reflectie. Hierbij waren vooral de traditionele protestantse denominaties betrokken. Er werden theologische kaders ontwikkeld, onder ander door de Nederlanders Bavinck en Kraemer. Anderzijds gingen ook onafhankelijke zendingsorganisaties verder met zendingsactiviteiten.

Oecumene
Na WO-II was er een groot verlangen naar eenheid en samenwerking onder de traditionele denominaties. In 1948 werd daartoe de Wereldraad van Kerken opgericht in Amsterdam. De Wereldraad was een logisch vervolg op Edinburgh. Ook nu legde men niet eerst een basis voor eenheid en samenwerking, maar keek pragmatisch naar overeenkomsten. In 1961 werd het International Missonary Council onderdeel van de Wereldraad van Kerken.
Zending werd binnen het oecumenisch denken vooral uitgelegd als de vermenselijking van het leven en de samenleving. Dat uitte zich ook in de theologische ontwikkelingen: bevrijdingstheologie, Waterbuffeloo theologie, zwarte theologie, etc. In sommige van deze ontwikkelingen is duidelijk dat een gevoelige benadering van een cultuur ten koste ging van erkenning van het gezag van de Bijbel.

Polarisatie
Oprichting van en ontwikkelingen binnen de Wereldraad leidden vooral binnen de V.S. tot polarisatie. Evangelicals werden meer en meer fundamentalistisch. Zending ging alleen om redding van verloren mensen en zij moesten weggehouden worden van het communisme of het vrijzinnige denken. Veel ruimte voor sociale betrokkenheid was er niet. Binnen traditionele kerken leek het geloof in een levende Heer Jezus soms ver te zoeken. Toch zijn er ook vanuit de Wereldraad altijd pogingen geweest om de zendingsopdracht opnieuw vanuit de Schrift te formuleren. We kunnen hierbij denken aan de inspanningen van Verkuyl en Newbigin.
Ook veel kleinere protestantse denominaties ontwikkelden zich haaks op het denken van de Wereldraad. Het International Council of Christian Churches (Amsterdam 1948) is daar een voorbeeld van. Hier werd wel eerst een geestelijke basis gelegd waarop men eenheid en samenwerking zocht. Zending had volgens deze vergadering de primaire focus op geestelijke en Bijbelse toerusting en training van eerste of tweede generatie christenen.

De evangelicale beweging
De bekende Amerikaanse evangelist Billy Graham nam afstand van het wereldvreemde denken van de fundamentalisten. Samen met de Anglicaan John Stott heeft hij enorm bijgedragen aan de ontwikkeling van de evangelicale visie op Jezus Christus en zijn werk, als gezonden Heer van de zending.
De evangelicale beweging werd in deze jaren institutioneel volwassen en ook binnen traditionele kerken erkend.
Door grootschalig gebruik van massa media, via theologische instituten en zendingsconferenties kreeg deze visie vaste voet aan grond op de zendingsvelden en ook in de vanouds zendende landen in Europa. Dit alles leidde tot een nieuw, voorlopig hoogtepunt: Lausanne 1974. Naast de opkomst en bundeling van evangelicale netwerken was er in deze periode ook de Rooms Katholieke kerk een en ander in beweging. Zo bevat het Tweede Vaticaans Concilie een herformulering van de zendingsopdracht. Ook de pinksterbeweging kwam tot grote bloei.

Zending is samenwerken
De opzet van de Lausanne Conferentie met 2430 deelnemers en 570 waarnemers vanuit o.a. de Roomskatholieke kerk en de Wereldraad, was in principe hetzelfde als die van Edinburgh in 1910. Echter met dit grote verschil dat aan het einde van Lausanne 2200 deelnemers het Lausanne Convenant tekenden. Hierin is de Bijbelse basis van zending en evangelisatie verwoord en het omvat ‘een gelofte aan God en aan elkaar’ om zich samen in te zetten voor het werk van Gods beweging met de volkeren. Zending is omschreven als: het goede nieuws verspreiden dat Jezus Christus voor onze zonden stierf en naar de Schriften uit de doden opstond en dat Hij nu als de heersende Koning de vergeving der zonden en de bevrijdende gave van de Heilige Geest aanbiedt aan allen die zich bekeren en geloven.

Weg van het fundamentalisme, slaagde de evangelicale beweging er in om de heelheid van Gods bedoeling met de noden van de mens en zijn gemeenschappen te herontdekken. Voor het eerst, met deelnemers uit alle landen, kwamen ook recht en gerechtigheid aan de orde (o.a. apartheid in Zuid Afrika) en werd er van berouw en bekering gesproken over wat verkeerd is gegaan in de naam van de zending en in de naam van Jezus. Een ander belangrijk punt van Lausanne was dat de zendingstaak alleen door samenwerking – traditioneel of evangelisch, pinkster of calvinistisch, kerkelijk of parakerkelijk – gedaan kan worden op basis van het Convenant.
Daarnaast kwam er zicht op de hele wereld; mensen in het losgeslagen westen waren ook ‘schapen zonder herder’, net als Boeddhistische monniken in Japan en stammen op Papoea.
Het gedachtengoed van Lausanne is op verschillende vervolgconferenties verder uitgewerkt. Uit de Lausanne beweging is de World Evangelical Allicance voortgekomen met daaronder een Mission Commission.

En verder?
Al snel na Lausanne bleek dat met het Convenant toch meerdere kanten uitgegaan kon worden. Sommigen werkten meer uit een ‘holistische benadering van zending’ terwijl anderen als Donald McGravan van de Gemeente Groei beweging, stelden dat het evangeliseren van mensen het centrale thema moet zijn. Vanuit de laatste groep zijn de strategische termen als ‘onbereikte bevolkingsgroepen’ en het ‘10/40 window’, terwijl de eerste groep meer recht en gerechtigheid en armoedebestrijding op de agenda zette. Dit dualisme is nog steeds waarneembaar en er zijn maar weinig Westerse organisaties waar dit in balans is. Vanuit een Aziatische culturele benadering waar het leven van elke dag alle facetten omvat, en het leven niet gecompartimenteerd is als in het westen, lost deze spanning vanzelf op.
Een van de vruchten van Lausanne is dat er in zending meer wordt samengewerkt. Zending is niet ‘ons ding’ maar een opdracht van God zelf. Ook is in de grote traditionele kerken, waar soms de vrijzinnigheid de overhand kreeg, een bewustwording op gang gekomen dat christenen een ‘woord voor de wereld hebben’. Wie had kunnen denken dat evangelicals, mensen uit de pinksterbeweging en mensen uit traditionele kerken samen ‘Edinburgh 1910’ gingen vieren tijdens Opwekking 2010? Samen bidden dat de Heer van de oogst meer arbeiders zal uitsturen.
Vooruitkijkend: wat zijn de uitdagingen voor zending? Ik kom tot een viertal punten.

Zending vanwege God
Zending is niet erg ‘in’. ‘Waar haal je het recht vandaan een ander over te halen om Jezus te volgen?’ ‘Gaan mensen echt verloren als ze niet van Jezus gehoord hebben?’ Dit soort vragen krijg ik regelmatig, ook van evangelische en kerkelijk meelevende christenen. Gelet op een eeuw zending, waar deze vragen ook gesteld zijn, en vanuit ons post-moderne denken van relatieve waarheden zijn deze vragen begrijpelijk. Zending verwordt echter al snel tot goed-doen-aan-anderen-in-nood. Echter bij zending gaat er niet om wat wij van God vinden, maar gaat het om Hem. Hij wil en verlangt gehoorzaamheid in ‘het horen en doen wat Hij zegt’. Het gaat er niet om of wij recht hebben om iemand van Jezus te vertellen, het is een opdracht van Jezus. Zending is van God. We moeten we zelf ook telkens weer ontdekken waar het om gaat: God verheerlijken.

De boodschap vertalen
Zending onder moslims heeft na 9/11 een nieuwe dimensie. In de afgelopen 20 jaar zijn veel moslims tot geloof gekomen. Vaak was het een droom of visioen of een krachtige verhoring op gebed waardoor men op zoek ging. Bij zending onder moslims moet extra aandacht besteed worden aan het brengen van het evangelie in een voor hun verstaanbare taal en belevingsuitingen. Het moet ontdaan worden van zo mogelijk elk vleugje Westerse belevingsvorm, zodat er ruimte ontstaat voor een autochtone gemeenschap die Jezus Christus als Heer erkent. De vraag daarbij is echter hoe ver je daar in mag gaan. Hoe ver kun je gaan in het vertalen van de boodschap van het heil?

Levend geloof
Een volgende uitdaging is dat strategie en methoden vaak de boventoon voeren en niet de basishouding vanuit een levende relatie met Jezus Christus. Hesselgrave noemt dit ‘de fout’ van Edinburgh 1910. Zending is echter niet werken voor God, maar door God geïnitieerd werk. Strategieën en methoden, sociologische en antropologische inzichten zijn belangrijk, maar de tendens is dat hier meer over gesproken wordt dan over Jezus.

Wereldwijd
Zending van overal naar overal. Zending is de ‘wereldkerk in beweging’. Waar de kerk in het westen, vooral in Europa, achteruit holt is er elders enorme groei. In China groeit de kerk 3 tot 4 % per jaar. Dan hebben we het over miljoenen nieuwe ‘mede erfgenamen van Christus’. Dit heeft ook gevolgen voor wie er in de volgende generatie uitgaan om het Goede Nieuws te brengen. Van OMF’s 1300 werkers is nu reeds 40% van Aziatische komaf. Zending is een wereldwijde beweging geworden, waarin samenwerking van zowel kerkelijke als parakerkelijke organisaties, van zowel lokale kerken als individuele zendingswerkers een must is. Dat geldt overal: in het westen net zo als in Azië of Afrika.

Ir. Willem van Dis is directeur van OMF Nederland.

Verder lezen?
www.edinburgh2010.org
www.lausanne.org

Jaap Haasnoot: Mijn God is uniek – over het hoe en waarom van zending

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief