Ons liewe Heer het snaakse kosgangers!

2010-05-14
  • Jaargang 54
  • nummer 10
De kerk is naar de marge van de samenleving verschoven. Volgens Fritz Krüger biedt dit de kerk de gelegenheid om buiten haar eigen grenzen te treden en met de buren kennis te maken – mensen die al lang in die marges leven.

Wereldwijd wordt veel gesproken over de nieuwe situatie waarin de kerk terecht is gekomen. De ‘nieuwe’ Westerse wereld wordt vaak beschreven als postmodern, postchristelijk, multireligieus en multicultureel. Daarmee wordt bedoeld dat de samenleving is veranderd. De vaste zekerheden van het modernisme wankelen of worden algemeen betwijfeld. Er moet ruimte zijn voor een samenleving waarin vele culturen en godsdiensten als gelijken naast elkaar bestaan. In deze wereld bevinden traditionele kerken zich niet meer - zoals vroeger - in het midden van de samenleving, als één van de dominante gesprekspartners, maar in de marge. De kerk wordt gezien als deel van het culturele erfgoed van Europa, en misschien een club voor liefhebbers, maar echte vormende invloed in de samenleving heeft ze niet meer.

Bedreiging?
Als kerken dit als een bedreiging van hun bestaan ervaren, dan reageren ze door het isolement te zoeken met veel aandacht voor de eigen identiteit. Grenzen worden belangrijk: bepaalde interpretaties van de Bijbel, ethische normen en liturgische praktijken markeren de grens wie zich binnen en buiten de kerkelijke gemeenschap bevinden. Voor de meeste kerken houdt dit in dat ze volledig opgaan in dat wat ze anders maakt dan de rest van de wereld. Bewust of onbewust worden op die manier mensen buitengesloten die bijvoorbeeld in probleemwijken wonen, migrant of asielzoeker zijn, een andere taal spreken of niet geworteld zijn in de kerkelijke cultuur.

Nieuwe kansen?
Maar zou je de huidige situatie waarin de kerk zich bevindt ook als een kans in plaats van een bedreiging kunnen zien? En is het dan wel zo negatief om kerk te zijn in de marge van de samenleving? Jezus had geen enkel probleem om zich daar op te houden! Zijn voorliefde om het gezelschap te zoeken van de randfiguren van de Joodse samenleving van zijn tijd maakte hem in de ogen van velen controversieel. Hij ging bij tollenaars en zondaars aan tafel, at met hen, en begaf zich zonder moeite onder mensen waar fatsoenlijke Joden nooit mee om zouden gaan. Daarom lezen we in Lukas 15:2 dat de Farizeeën en Schriftgeleerden morrend tegen elkaar zeiden: ‘Die man ontvangt zondaars en eet met hen’. Waarom reageerden ze zo op Jezus en zijn tafelgenoten?

Joodse identiteit
In de eerste eeuw leefden de Joden in Judea en Galilea onder de Romeinse overheersing. Dit gaf aanleiding tot een nationalistische verzetsbeweging onder de Joden, waarin behoud van de eigen Joodse identiteit zeer belangrijk was. Drie aspecten van de Thora markeerden de grens van die Joodse identiteit: de besnijdenis, de sabbatswetten en de vele voorschriften rond eten en drinken (en dus ook tafelgemeenschap). Toegewijde Joden geloofden dat alleen zij die deze grenzen strikt in acht namen, hun identiteit zouden behouden om uiteindelijk door God bevrijd te worden op de dag van zijn overwinning over hun vijanden. Het ging dus echt om de etnische overleving van het volk van God, de Joden.
Het thema van tafelgemeenschap past precies in dit plaatje. Samen eten is een belangrijke manier om vorm te geven aan een gemeenschap. Door enerzijds exclusief te weigeren om met zondige of onreine mensen samen te eten, en anderzijds alleen fatsoenlijke mensen voor hun maaltijden uit te nodigen, hadden de Farizeeën een krachtige middel tot sociale controle in handen. In de kring van de Farizeeën werd tafelgemeenschap een manier om het ware Israël binnen het zichtbare volk aan te duiden. En alleen dit ware Israël zou staande blijven in Gods oordeel over haar vijanden. Alle anderen waren bij voorbaat uitgesloten van gemeenschap én heil!

Jezus en de onreinen
Waarom ging Jezus dan zo graag samen eten met tollenaars en zondaars? Hij liet door zijn keuze van tafelgenoten zien dat het rijk van God gekomen was – maar niet daar waar iedereen dacht het zou komen. Het rijk was gekomen in de marges van de samenleving, onder mensen die niet tot de mensen van God gerekend werden! In plaats van uitsluiting en verstoting in de stijl van de Farizeeën, bood Jezus ze een plek in de nieuwe, bevrijdende gemeenschap van God aan!
Waarom gaf dit zoveel aanstoot?
Om twee redenen:
• Jezus nam ongewenste gasten op in het rijk van God zonder aan te dringen op zelfs maar één van de rituelen van bekering of reiniging die de Joden zo belangrijk vonden. Dit was gevaarlijk voor het voortbestaan van het volk!
• Jezus maakte aanvaarding van hemzelf tot de enige voorwaarde voor opname in het nieuwe Israël – geen Thora, geen tempel, geen priesters, geen Farizeeën en Schriftgeleerden, alleen hijzelf.

Jezus definieerde zijn identiteit als ‘de Heilige van God’ niet door strikte handhaving van grenzen die anderen buitensluiten (in de stijl van de Farizeeën), maar juist door dit soort grenzen op te heffen in liefdevolle gemeenschap met de onreine, verachte en verstoten mensen van zijn tijd. We kunnen ook zeggen dat Jezus’ tafelgemeenschap met de verachten van de wereld een noodzakelijk gevolg is van zijn menswording. De Zoon van God nam de gestalte aan van een slaaf, de minste onder mensen, gelijk aan mensen, en kwam zo tussen ons wonen (Filippenzen 2:7-8; Johannes 1:14).

Een heilige kerk?
De Bijbel maakt duidelijk dat de kerk inderdaad anders moet zijn dan de wereld (Johannes 17:14-17; 2 Timoteüs 2:13; 1 Petrus 1:2). Toch is dit anders-zijn nooit een doel op zich, en ook niet bedoeld om de zelfbescherming van de kerk in een ‘vijandige’ omgeving te dienen. In het Oude Testament betekent heiligheid allereerst: toebehoren aan God en aan Hem toegewijd leven. De heiligheid van Israël diende niet haar eigen zelfbescherming, maar de verlossing van anderen. Voor de kerk van het Nieuwe Testament betekent dit dat wie zich onttrekt aan Gods verlossend werk in deze wereld en weigert ‘kerk voor anderen’ te zijn (Bonhoeffer), niet heilig maar zondig is.

Menswording
De kerk is één van de manieren waarop Christus zijn aanwezigheid in de wereld zichtbaar maakt.
Daarom moet zij op dezelfde manier als Christus in de wereld zijn, in de stijl van zijn menswording. Het helpt ons enorm in ons kerk-zijn wanneer we Jezus’ nederigheid, kwetsbaarheid, onbaatzuchtige dienstbaarheid en soepele omgang met de mensen in de marges van de samenleving goed begrijpen. Een kerk die zo in de wereld present is, is kerk zoals God het bedoelde.

Zo’n kerk zal een aantal kenmerken vertonen:
• naar het voorbeeld van de incarnatie (menswording) van Christus zal ze geen ‘heilige ruimtes’ creëren waar nog-niet-gelovigen binnen moeten treden om kennis te kunnen maken met het evangelie. Ze zal veel eerder buiten haar eigen grenzen treden om zelf Christus te zijn voor mensen die hem nog niet kennen. Ze zal mensen zoeken die het minst op haar lijken, om daar heel concreet de verlossende liefde van Christus zichtbaar te maken. Ze zal zich dus bewegen in de ‘probleemwijken’, tussen immigranten en asielzoekers, drugsverslaafden, prostituees en homo's, in de raveclubs van jongeren, in de nieuwe woonwijken van de yuppies… overal waar traditionele kerken niet meer zijn, om daar de aanwezigheid van Christus in onze wereld concreet te maken.
• ze zal interpathie ontwikkelen – het vermogen om als outsider in zulke gemeenschappen aan de rand van de samenleving toch de pijn, dromen en waarden zo aan te voelen, dat ze praktisch een insider wordt. Op die manier wordt het mogelijk om hechte en betekenisvolle relaties met mensen aan te gaan.
• ze zal een spiritualiteit van betrokkenheid bij het volle leven ontwikkelen en niet een ascetische mijding van ‘onheilige’ dingen en mensen. Ze zal manieren zoeken om het hele leven van elke dag te heiligen, niet door dwang of overheersing, maar door nederig en liefdevol in te gaan in de donkerste plekken van deze wereld om daar in de naam van Christus zijn licht te doen schijnen. Donker is het niet alleen in armoede, maar vaak ook in rijkdom, niet alleen tussen immigranten, maar ook tussen yuppies.
• ze zal ruimtes van nabijheid buiten de kerk creëren – plaatsen en gelegenheden in het leven van elke dag waar gelovigen en nog-niet-gelovigen op een zinvolle manier met elkaar om kunnen gaan, zodat betekenisvolle relaties kunnen ontstaan. Als Jezus vandaag in Amsterdam zou werken, zou je hem hoogst waarschijnlijk ook in een homobar aantreffen, in een raveclub of in gesprek met een groep prostituees.
• ze zal een kerk zijn die zich bewust is van haar uitnodigende centrum – het evangelie – meer dan van haar grenzen! Daarom zal zo’n kerk iedereen in haar gemeenschap verwelkomen - vooral de randfiguren die hierboven al genoemd zijn. Dit betekent niet dat de kerk zonder meer alles goed vindt wat mensen doen of hoe ze leven. Maar wel dat ze niet van mensen zal verwachten om eerst aan haar ‘identity-markers’ te voldoen vóór ze toegelaten zullen worden tot haar gemeenschap. Ze zal vertrouwen hebben in de levensveranderende kracht van het evangelie, het werk van de Geest en de kwaliteit van haar gemeenschap. Alleen zo zullen mensen vernieuwd worden naar het beeld van Christus zelf. Dit zal de focus van haar pastoraat zijn.

Dr. Fritz Krüger is predikant van de NGK van Leerdam en als zendeling werkzaam in Zuid-Afrika.

Århus conferentie
In januari 2010 is de inhoud van dit artikel als paper aangeboden bij een conferentie over missionair kerk-zijn in Århus, Denemarken. De conferentie had als thema Church and mission in a Multi-religious third millenium, en is aangeboden door de faculteit theologie van de Universiteit van Århus. De bedoeling van de conferentie was om mensen uit de Verenigde Staten, Groot-Brittannië en Europa bijeen te brengen om met elkaar na te denken over kerk-zijn in een veranderende wereld. Er waren ook participanten uit China, Korea en Pakistan - en zelfs eentje uit Afrika!

Boeiende boeken over missionair kerk-zijn
Frost, M. & Hirsch, A., The shaping of things to come: innovation and mission for the 21st-century church. In dit boek worden de kenmerken, genoemd in het slot van het artikel, volledig besproken.
Haak, C.J., Kerk in de 21e eeuw: weer kerk voor de wereld zijn.
Hirsch, A., The forgotten ways: reactivating the missional church
Noort, G., Paas, S., De Roest, H. & Stoppels, S., Als een kerk opnieuw begint: handboek voor missionaire gemeenschapsvorming
Paas, S., Jezus als Heer in een plat land: op zoek naar een Nederlands evangelie
Paas, S., De werkers van het laatste uur: de inwijding van nieuwkomers in het christelijk geloof en in de christelijke gemeente.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief