Missionair

2010-05-14
  • Jaargang 54
  • nummer 10
Er zijn van die woorden die je twintig jaar lang niet meer zou willen horen; ‘missionaire gemeente’ hoort daar wat mij betreft bij. Als het weer eens langs komt knikt iedereen braaf (want we weten heus wel hoe het hoort), maar vervolgens gebeurt er meestal niet veel.
Vooruit, toch nog maar een keer dan. In twee verschillende bladen kwam ik wat tegen dat ik u wil doorgeven. Het eerste stond in het april-nummer van Reveil; Nynke Dijkstra-Algra schrijft:

Eigenlijk is het onzin, te spreken over ‘de missionaire gemeente’. Een gemeente IS missionair (). Het behoort tot haar wezenskenmerken, want een gezonde gemeente is een gezonden gemeente. () We weten dat. De meeste mensen in de kerk zullen dat ook beamen. Zo hoort het te zijn. We zijn getuigen, niet alleen naar de generaties die komen, maar ook in onze directe omgeving: voor onze buren, vrienden en collega’s.
En dan de praktijk. Die is weerbarstig. Het is niet zo gemakkelijk het Evangelie ter sprake te brengen. We voelen ons onmachtig en wat verlegen. Hoe doe je dat? ‘Ik ga toch niet iemand bekeren?’ Er doemen beelden op van zeep- of sinaasappelkistjes. Van opdringerige straatevangelisten of kansloze foldertjes. Zo niet. Maar hoe dan wel?
We komen vaak aan het antwoord niet eens toe, want kerkenraden hebben hun handen vol aan het reilen en zeilen van de gemeente, aan allerlei interne kwesties. Ga het maar eens na aan het eind van een kerkenraadsvergadering: welke onderwerpen gingen over onszelf, welke over ‘buiten’? Het resultaat is meestal onthutsend. ‘Evangelisatie’ of ‘missionair werk’ hebben we gedelegeerd naar een commissie of een ouderling. Die redt zich er maar mee. Of niet, terwijl ‘missionair’ iets is wat de hele gemeente zou moeten doordesemen. Alle ‘functies’ van de gemeente: jeugdwerk, pastoraat, diaconaat, eredienst, vorming en toerusting: het kan allemaal gebeuren met een missionaire houding.
Om die houding gaat het. Het heeft te maken met: consequent van buiten naar binnen leren kijken. Hoe kijkt een mogelijke gast of nieuwkomer? Of houden we met hem of haar geen rekening meer? Welk beeld leeft er van de kerk?
Welke betekenis kunnen we als gemeente hebben in onze wijk, ons dorp? Het gaat daarbij niet om allemaal ‘extra dingetjes’ maar om die grondhouding. Missionair werk is niet iets wat ook nog moet gebeuren, maar de kern van alles. ()
Ik geef onmiddellijk toe, dat het niet simpel is. Er zit van alles tegen, zowel intern als extern. De koude wind van de secularisatie waait hard. De kerk zit in de marge. Eigen geloof is niet meer vanzelfsprekend. Het is lastig om nog woorden te vinden voor wat ons nu raakt in het Evangelie. En toch. Zit er in ons ook nog een verlangen? Durven we het aan om te hopen dat mensen opnieuw of voor het eerst geraakt worden door het Evangelie? Verheugen we ons, als iemand in Jezus gaat geloven?

Moeten we dan alles aanpassen aan gasten van buiten de gemeente? Wees voorzichtig, waarschuwt Evert van de Poll in Soteria van maart:

Een overmatig accent op het bereiken van buitenkerkelijken via diensten die veel voorbereiding vragen, veel energie opeisen, blijkt te leiden tot een eenzijdige ontwikkeling en zelfs verarming van het gemeenteleven, en tot oppervlakkigheid. Dat blijkt onder andere uit een recent intern onderzoek van Willow Creek, waarin we lezen dat veel leden ontevreden zijn en overwegen de gemeente te verlaten. Een onbekend percentage heeft dat al gedaan.
Overigens is een dergelijk verloop een steeds algemener verschijnsel in alle kerken en religies in de VS. Willow Creek overweegt zelfs serieus haar aanpak grondig te veranderen en de seeker services te vervangen door diensten gericht op gelovigen die willen groeien in hun geloof.
Bovendien, door speciale laagdrempelige en missionaire diensten te organiseren, ‘suggereer je dat andere diensten hoogdrempelig zijn en niet missionair’, aldus Ron van der Spoel, predikant van een missionair gemeenteproject in een nieuw stadsgedeelte van Amersfoort. Hij kiest er liever voor dat elke zondagse kerkdienst toegankelijk is voor ‘zoekers’ en voor ‘gevondenen’, ‘om te voorkomen dat mensen teleurgesteld raken als zij, aangesproken door een spetterende evangelisatiedienst, de volgende zondag in een gewone kerkdienst terechtkomen.’ Al hebben zulke speciale bijeenkomsten zeker een functie, zegt Wim Dekker, als predikant verbonden aan de IZB, ‘zij mogen er niet toe leiden dat de aandacht wordt afgewend van de missionaire dimensie van de reguliere samenkomsten’.
Gelovigen komen primair bijeen om God te danken en te worden opgebouwd in hun geloof. Wanneer zij met overtuiging de dingen doen die zij doen, met hart en ziel, in alle eenvoud, en wanneer zij werkelijk aandacht hebben voor bezoekers, voortkomend uit liefde voor de medemens, dan zal dat een niet-christen zeker aanspreken, ook al begrijpt hij lang niet alles wat er gezegd wordt en kan hij de liedjes niet meezingen. In de samenkomst proeven buitenstaanders iets van wat het geloof werkelijk voor ons betekent. Dan kan het gebeuren dat zijn hart zich opent voor het Evangelie dat het geheim van deze beleving is.

Drs. Menko Biewenga is predikant van de NGK Enschede

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief