De samenleving verandert. En de Kerk?
1995-05-05
Causerie - hier en daar een beetje aangevuld en uitgewerkt - op het eerste Nederlands Gereformeerde studentenkongres op zaterdag (24 en) 25 februari 1995 in De Wittenberg te Zeist - Jaargang 39
- nummer 9
Vooraf gepubliceerde stellingen (waarvan niet alle in de causerie besproken worden):
1. In zoverre de kerkspreekt en handelt uit naam van de onveranderlijke God, kan er geen sprake van zijn dat zij verandert. En al zeker niet om reden dat de wereld verandert.
2. Toch zitten er in het evangelie genoeg 'konstanten en variabelen' om de vraag naar veranderingen van de kerk in haar benadering van de samenleving zinvol te stellen.
3. Ik denk dat we als kerk meer dan tot dusver uit moeten gaan van de gesekulariseerdheid van de samenleving.
De tijd lijkt voorbij dat wij als christenheid daarin verandering kunnen aanbrengen.
4. Dat vereist een lakonieke opstelling zoals ik die proef in het woord van Jezus uit Lukas 16:9: "Maakt u vrienden met behulp van de onrechtvaardige mammon ... " - alwaar de samenleving (waarvan het geldcircuit een essentieel onderdeel is) het predikaat 'onrechtvaardig' krijgt opgedrukt en niettemin door Jezus een geschikt instrument gevonden wordt tot het doen van het goede.
5. Het heeft geen zin om vanuit de kerk de samenleving steeds de spiegel voor te houden van hoe het op christelijk standpunt eigenlijk zou moeten, zelfs niet als dat gebeuren zou aan de hand van programma 's waarin ter tegemoetkoming aan de wereld de religie helemaal tot ethiek is versmald.
6. De kerk dient in een gesekulariseerde samenleving een overwegend afwachtende houding aan te nemen, volgens het woord van Petrus dat we altijd bereid zullen moeten zijn tot verantwoording aan al wie ons rekenschap vraagt van de hoop die in ons is (I Petrus 3:15).
7. Dit vraagt trouwens wel een zeer alert volgen van wat er in de samenleving gebeurt, om als het gevraagd wordt zowel met het woord als met de daad adekwaat en ter zake te kunnen reageren.
Stad en land Ons christelijk geloof is van huis uit eenstadsreligie. Dat kun je duidelijk zien aan de eerste tijd van zijn verspreiding.
De apostel Paulus bijvoorbeeld trekt van stad naar stad om de kerk te planten en de aanvankelijke koncentratiepunten zijn bekend: Jeruzalem, Antiochië, Efeze, Korinte, Rome. Het is wel waar dat onze Here Jezus Christus langs steden en dorpen ging, maar dat laat zich goed verklaren uit het feit dat het hier het Joodse land betrof en dat was van oude tijden af al beinvloed door de boodschap van Gods openbaring. Daar was dus geen beginsituatie. Maar daar waar het evangelie voor het eerst kwam, daar zocht het de steden op. Bestaat dus voor ons de indruk dat het christelijk geloof vooral een dorpse en plattelandse aangelegenheid is, omdat de sekularisatie in de steden het verst is voortgeschreden, in het begin heeft dat omgekeerd gelegen. Over verandering van de kerk gesproken ...! Wat mag van die aanvankelijke voorkeur voor de stad de oorzaak zijn? Natuurlijk, Paulus was een groot strateeg die de knooppunten van het sociale verkeer opzocht. Vandaar dus. Toch is er meer te noemen. Het verschijnsel laat zich ook wel verklaren uit de omstandigheid dat de samenhang van de mensen in de stad veel minder sterk is dan op het platteland. De dorpsgemeenschap is hechter dan de stadsgemeenschap.
In een stad wonen de mensen wel dicht op elkaar, maar om zo te zeggen (en ook wel letterlijk) in een flatgebouw; de deuren van de woningen zijn alleen door huisnummers met elkaar verbonden, zelfs de buren zijn onbekenden voor elkaar. De dorpsgemeenschap daarentegen vertoont een veel duidelijker struktuur, waarin de familieband domineert. Dat is natuurlijk prachtig zolang de ge-
.meenschap ook echt wil leven volgens Gods bedoelingen. Is dat echter niet het geval dan wordt juist die kollektiviteit een negatieve kracht. Je door een zelfstandige beslissing van je familie distanciëren, is dan heel moeilijk.
Denk voor wat onze tijd betreft aan moslimjongeren die christen worden.
Ze worden door hun familie uitgestoten, zo niet erger. Maar in de stad hebben zij die moeite veel minder, want daar zijn de meeste mensen vaker eenlingen en losser van zulke banden. Vandaar ook dat bijvoorbeeld homofielen (om even iets heel anders te noemen) de stad opzoeken. Zij hebben dit met de zelfstandige individuen van zoëven gemeen dat ze in hun sociale struktuur eenlingen zijn. En dat is in de stad makkelijker te verdragen dan op een dorp.
Het individualisme als bondgenoot
De situatie van het begin van de kerk is nog herkenbaar in de taal. De plattelanders heetten in de Romeinse tijd pagani en dat ging langzaam aan heidenen betekenen (Frans: païens). De christenen in de steden keken zo tegen de dorpen en vlekken aan: daar woonden de heidenen. Vanuit de steden verspreidde het geloof zich gaandeweg ook over het platteland en werden de pagani gekerstend. Lang geleden is dat gebeurd en nu de samenleving zich van het evangelie afkeert, blijft krachtens de wet van de traagheid het geloof op het platteland het langst hangen. We stuiten hier dus op het eigenaardige feit dat het individualisme een bondgenoot kan zijn van het christelijk geloof. Nog prikkelender gezegd: Zonder het individualisme dat - zoals iederen weet - in de steden sterker is dan op het platteland, had het christelijk geloof zich in het begin van haar loop door de wereld niet kunnen verspreiden. Ik kom hiermee om duidelijk te maken hoe voorzichtig je moet zijn met de bewering dat een gesekulariseerde samenleving voor het evangelie ongeschikt is geworden.
Ongetwijfeld is het individualisme een sekularisatieverschijnsel. Er komt ook veel kwaad in mee. De mensen leven ieder afzonderlijk in kokers en van gemeenschap is geen sprake meer.
Maar hoe erg dat ook is, het betekent ook dat de mensen nu meer te raap kunnen liggen voor de Geestelijke gemeenschap die de christelijke kerk is. En die Geestelijke gemeenschap zal, hoe vreemd dat ook klinkt, trekken van het gehate individualisme behouden.
Want ergens is dat individualisme vrucht van het christelijk geloof zelf.
Denk aan de profeten onder het oude volk Israël, die zich van stam- en familieverband moesten losmaken om de roeping van Boven te volgen. Zij kwamen als eenlingen tegenover het geheel te staan. En hun volgelingen moesten zich van de grote meute temidden waarvan zij leefden, onderscheiden en soms zelfs afscheiden.
We stuiten hier op de bijbelse restgedachte.
Daaronder verstaan we dat op de prediking van de profeten een rest zich ging onderschieden van de grote hoop. Dat ging per persoonlijke, individuele beslissing. De massa bleef voorthollen op de weg waarvoor de profeten waarschuwden en slechts een klein restant van het volk liet zich door die prediking staande houden. De profeet Jesaja bracht dit verschijnsel tot uitdrukking in de naam die hij aan één van zijn kinderen moest geven: Sje'aar jasjoev, 'Rest keert om' (Jes. 7:3). Dat verschijnsel zet zich in het Nieuwe Testament voort onder de prediking van de Heiland zelf en bekend is het woord dat Hij daarover zei: "Wie vader of moeder lief heeft boven Mij. is Mij niet waardig; en wie zoon of dochter liefheeft boven Mij. is Mij niet waardig" (Matt. 10:17). En "Iemands huisgenoten zullen zijn vijanden zijn"
(Matt. 10:36). Trouwens, gaat alles van Israël en de kerk niet terug op het woord van God tot Abraham: "Ga uit uw land en uit uw maagschap en uit uws vaders huis, naar het land dat Ik u wijzen zal" (Gen. 12:1)? Hier wordt in één zin afgerekend met drie oerbindingen waardoor het menselijk leven zo vergaand bepaald is: ras, bloed en bodem. Het leven van de aartsvader is gekenmerkt geweest door losmaking en apartstelling. Laat ik nu mijn prikkelende stelling van zoëven nuanceren: In zoverre het individualisme een verzelfstandiging is van de enkeling tegenover de gemeenschap, is het bruikbaar voor het evangelie. Het individualisme is meer, het is van verzelfstandiging ten opzichte van de gemeenschap doorgeslagen naar afkeer van de gemeenschap.
Dat kun je onrnoqelljk christelijk noemen, maar het lijkt mij onloochenbaar dat het individualisme wortels heeft in het bijbelse geloof.
Pas op voor een te negatief oordeel overdeze tijd
Ik zeg deze dingen om jullie een hart onder de riem te steken. Jullie behoren tot een milieu waarin steen en been geklaagd wordt over de slechtheid van de tijden. En wel met name over het individualisme wordt de staf gebroken. Ik zeg zeker niet dat dat nergens op slaat. Maar voorkomen moet worden dat jullie je in deze wereld of in deze tijd misplaatst gaan voelen. Ik denk dat veel jongelui om die reden van kerk en geloof afscheid nemen. Ze denken dat het christelijk geloof hen verplicht om over deze tijd en over deze wereld een uitsluitend negatief oordeel te hebben. Dat is helemaal niet het geval. En het wordt dan ook hoog tijd dat we dat negatieve oordeel dat onder ons zo gangbaar is, eens analyseren. Vaak ontstaat het doordat de gaande generatie haar eigen tijd vergelijkt met het nu ontstane heden en dan tot een negatieve slotsom komt. Met voorbijzien van de grote mogelijkheden die vandaag de dag vrij komen, juist doordat de oudere verbanden beginnen los te laten.
Er valt veel negatiefs te noemen, dat is waar. Oud
CHU-voorman Roelof Kruisinga zei onlangs: "De vereenzaming is enorm. De huisarts zit in een groepspraktijk, de veldwachter in een interregionaal politieteam, de burgemeester is verdwenen omdat de gemeente is opgeheven, een pastoor of een ouderling hebben de mensen ook niet meer. En dan verbaast men zich dat de criminaliteit toeneemt." Wie zou deze klaagzang niet bij willen vallen?
En toch mag het daar niet bij blijven. Ik stel hier tegenover dat we in een tijd leven waarin van eenvoudige eenlingen in deze woestijntijd een geweldige zegen kan uitgaan. De kassière in een supermarkt, bijvoorbeeld, die rustig en vriendelijk haar werk doet; de huisvrouw die wat tijd over heeft en zich met haar autootje beschikbaar stelt om mensen in de buurt naar de polykliniek te rijden; de werkeloze die de tuin van de zieke buurman een beurt je geeft; de christelijke onderwijskracht op een neutrale vakschool; de verpleger op de ziekenzaal, de hoogleraar aan de universiteit. En met wie kun je vandaag wel niet allemaal aan de praat komen! Vroeger moest de zendeling duur opgeleid en nog duurder uitgezonden worden, nu kan iedereen kosteloos zendeling zijn in zijn eigen flat.