Gemeenteleven

1995-07-14
  • Jaargang 39
  • nummer 14
In deze rubriek leest u bijna altijd wat direct ons als gemeente raakt. Daarbij valt te denken aan geboorten, sterven, trouwen, belijdenis doen, opname in een ziekenhuis, vertrek uit of komst naar onze gemeente etc.
Zo wordt het gemeenteleven weergegeven. Maar er is ook nog een structureel gemeenteleven. Dat is bij de verschillende kerken weer anders. Van de gereformeerde kerk valt te zeggen dat daarin de positie van de ouderling een heel belangrijke is (geweest). Ik meen dat ik eens bij dr. Noordmansniet één van de minsten - las dat Calvijn met de pion van de ouderling de paus schaakmat had gezet.

Nu gaat het mij er niet om dat u een zin als deze geheel tot op de bodem doordenkt, mij is het erom te doen dat u inziet dat de rol van de ouderling in de gereformeerde kerk van eminent belang is geweest in de loop der eeuwen.
Om u daarvan te overtuigen moet u het 'bevestigingsformulier van de ouderling in de gemeente van Christus' nog maar eens aandachtig nalezen. Als er dan ook maar liefst drie ouderlingen, die elk een wijk krijgen toegewezen, ontbreken aan het noodzakelijke aantal, dan is dat wel ingrijpend! In elk geval, dit werkt door en zal gemerkt worden. De Prediker zegt heel eenvoudig: "Wat er niet is, kan niet geteld worden". Nu kunnen we aardig discussiëren en weten we ons er wel uit te redden, maar de vraag is of daarmee de structuur van ons kerkzijn niet wordt aangetast of uitgehold. Kijk, je kunt gemakkelijk stellen dat deze kwestie hoort tot het wel-wezen van het kerkzijn en niet tot het wezen van het kerkzijn. Dat hier meer aan de hand is dan dat ik nu kort samenvat, zal duidelijk zijn. Eigenlijk wil ik de gemeente duidelijk maken dat ze van de kerkeraad niet meer mag verwachten dan wat haalbaar is.

Bovendien, wie deel uitmaakt van de gemeente kan zich afvragen of hij recht van spreken heeft als hij commentaar levert. Wij moeten met onze kritiek over de hele linie maar wat voorzichtiger worden, misschien komt er dan een keer ten goede. Of het nu in dezen gaat om wezen of welwezen laten wij in het midden. Gelukkig is het nog niet zo dat we kunnen zeggen: vacant is vankant. Hoop en vrees zijn soms nodig om tot bezinning te komen. Misschien brengt ook nu 'drukking van de melk boter voort' (Spr. 30, 33).

Dit stuk knipten wij uit 'ONS KERKBLAD', uitgave van de Nederlands gereformeerde kerk te Leerdam. Het is van de hand van Drs. (binnenkort Dr.) P. Veldhuizen, de pastor-loci. De kerkenraad heeft op zondag 21 mei jl. betreffende de talstelling voor ambtsdragers via een kanselafkondiging de gemeente deelgenoot gemaakt van de grote zorg, die in de kerkenraad leeft met betrekking tot de invulling van de toekomstige vacatures. Het blijkt uit allerlei berichten in plaatselijke kerkbladen, dat men ook in andere kerken binnen ons kerkverband met hetzelfde probleem worstelt. Wat moet je daaraan doen? Er zijn mensen, die er eigenlijk alleen maar naar streven de opengevallen plaatsen weer te bezetten. Als de kerkenraadsbanken weer gevuld zijn, kan men weer met frisse moed van start gaan. Maar als er nu eens ouderlingen gekozen, benoemd en bevestigd zijn van wie de kerkenraad zelf overtuigd is, dat ze in wezen niet geschikt zijn voor het bewuste ambt, wat dan? Moet je dan maar volstaan met het gebed om bekwaamheid en het verder aan de HERE overlaten? En als dan blijkt, dat zo'n ambtsdrager helemaal niet functioneert tot opbouw van de gemeente, omdat hij geen enkel orgaan bezit voor de verrichting van dit verantwoordelijke werk, moet je dat dan allemaal maar op z'n beloop laten? En die gemeente dan? Moet die er dan maar onder lijden? Je kunt natuurlijk zeggen, dat elke gemeente de kerkenraad krijgt, die ze verdient, maar daarmee is ook het laatste woord niet gezegd.

Ik refereer hierbij aan een opmerking van Prof. Dr. te Velde, hoogleraar aan de Theol. Universiteit (Broederweg) te Kampen betreffende ongeschikte predikanten. Is een ongeschikte predikant een kruis, dat de gemeente geduldig moet dragen? Te Velde vindt van niet. Als zijn optreden de gemeente niet meer bouwt - en dan dient er sprake te zijn van een billijk oordeel - moeten er maatregelen genomen worden. (NO zaterdag 1juli 1995, pag. 2). Ik kan daar wel inkomen, maar vraag mij af of je met ouderlingen en diakenen ook zo kunt en moet handelen. En welke zijn die maatregelen dan? Dit alles roept om nadere bezinning waarbij de hele gemeente dient betrokken te worden. Prepareert men zich in de gemeente op het ambt? Zijn er overigens niet veel taken, die de gemeenteleden zelf kunnen verrichten terwijl nu alles maar naar de ambtsdragers wordt toegeschoven, die dan ook nog kritiek kunnen verwachten als zij het volgens het oordeel van de gemeente niet goed doen? Waar de kracht van de Heilige Geest doorbreekt - en de kerk is toch zijn tempel? - dienen zich nieuwe mogelijkheden aan. We moeten dan wel ervoor openstaan en die Heilige Geest naar ons toebidden. Het is goed om ook in de prediking daaraan bijzondere aandacht te besteden!

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief