Tentpinnen

1995-07-14
  • Jaargang 39
  • nummer 14
Toen het in de jaren zestig slecht ging in de confectie-industrie, verhuisden mijn ouders nogal eens, naar - waar mijn vader werk kon vinden. In die tijd vroeg men wel eens aan mijn moeder: 'Vind je dat nou niet erg om steeds te moeten verhuizen?'. Daar had ze een prachtig antwoord op: 'Ik heb mijn tentpinnen niet al te vast in de grond. 'Nu heb ik altijd gedacht dat er in de geschiedenis van de woestijnreis ergens wel zoiets gezegd wordt. Dat ze die tentpinnen niet al te vast in de grond moesten hebben. Maar laat ik dat nou nergens kunnen vinden] Die tentpin komt maar een paar keer voor in de bijbel, en dan nog niet eens op de manier die ik dacht. Jaël nam een tentpin, en sloeg die met een hamer door het hoofd van Sisera. Brrr, wat een vrouw! En verder komt de tentpin nog een paar keer voor, maar nooit in de zin van:Je moet kunnen opbreken als dat nodig is. Jammer. Ik heb het altijd zo moot gevonden en zo bijbels ook.
Veertig jaar rondtrekken. Je zou wel eens ergens willen blijven. Maar dan verhief de wolk zich weer en dan moesten de pinnen weer los! Maar al staat het niet met zoveel woorden in de bijbel toch zit er iets in. wg hier in dit 'vredig' stukje Europa settelen ons behaaglijk in onze mooie huizen.
Onze tentpinnen muurvast in de grond. Terwijl we weten dat we hier geen blijvende stad hebben. Maar 0, dat fijne huls, die dierbare bezittingen ...
De afgelopen maanden heb ik geprobeerd om mijn Krommeniese huls in Amersfoort te vinden. Maar alles wat ik zag was te klein, te ingebouwd. te slecht. te duur. En terwijl de tijd begon te dringen en ik inwendig hoe langer hoe wanhopiger werd, was het er opeens: dat huls. Op een plek waar we niet zochten en waar we niet wilden wonen ook. Maar wel precies het huis dat we nodig hadden. Een klein wonder.
De pinnen dus los in Krommenie en niet al te vast in de Amersfoortse grond.
Klaar om op te breken! Over een poosje lopen we toch door ons 'Nieuwe Aarde Huls'.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief