Nabetrachting op de herdenking van 50 jaar bevrijding
1995-05-19
"Er is één volk, dat verstrooid en afgezonderd leeft onder de volken in al de gewesten van uw koninkrijk, en zijn wetten verschillen van die van alle volken, maar de wetten van de koning volbrengt het niet, zodat het de koning niet betaamt het met rust te laten." (Ester 3:8) - Jaargang 39
- nummer 10
Natuurlijk: herdenken moet; en het is goed dat we in de afgelopen tijd veel stil hebben gestaan bij de verschrikkingen van de Tweede Wereldoorlog, waaraan 50 jaar geleden een eind kwam. Maar wil herdenken werkelijk zin hebben, dan zal het op zo'n manier moeten gebeuren dat het niet alleen iets van het verleden blijft, maar dat vanuit dat verleden lijnen worden getrokken naar het heden, meer nog: dat het gedrag van mensen in dat heden beïnvloed wordt door het terugkijken naar datgene wat in het verleden is gebeurd. Waar die beïnvloeding ontbreekt, heeft het herdenken maar beperkte zin; dan is het niet meer dan de steen in de vijver: die éven z'n kringen slaat in het water, maar waarvan het effect maar kortstondig is.
Herdenken: ja - maar dan ook het leven hier en nu bijstellen aan de hand van de lessen van het verleden. In een poging daartoe wil ik in het hierna volgende aan u voorleggen (en dat is in grote lijnen niet anders dan de preek die ik op 7 mei in Emmeloord heb gehouden, over Ester 3).
Haman
Ester 3 is een ontdekkend hoofdstuk.
Zeker als je het leest in een andere vertaling dan de ons bekende. Als u de Startbijbel in huis hebt, moet u het daar bijvoorbeeld eens in nalezen. Wat is dan dat ontdekkende in dit hoofdstuk? Dat is de enorme herkenning die er is over meer dan 20 eeuwen heen; het is die gruwelijke overeenkomst tussen toen en nu; tussen de strijd van Haman tegen de Joden, en de strijd van Hitier tegen diezelfde Joden. Nee, het antisemitisme is niet pas iets van onze tijd; Hitler had heel wat voorgangers. Haman: wat pakt hij het slim aan. 't Gaat hem eigenlijk alleen om die ene man, Mordechai, die weigert zijn knieën voor hem te buigen, omdat hij alleen voor God mag knielen.
Maar dan gaat Haman naar de koning, en dan heeft hij het met geen woord meer over dat ene mannetje Mordechai dat hem zo ergert, nee, hij brengt het op een volkomen andere manier: "Koning, er dreigt gevaar voor uw troon! U moet wat doen, u moet radicale maatregelen nemen; anders gaat het niet goed. 't Is maar goed dat ik er ben om op uw belangen te letten!" De koning is blij met zo'n trouwe helper. En Haman krijgt carte blanche voor de uitvoering van zijn plannen. Niet alleen die ene Mordechai, maar heel het volk waartoe hij behoort zal worden uitgeroeid..
Uniek?
Haman en Hitier, Hitier en Haman: gruwelijk, om zulke dingen te bedenken.
Ben je dan eigenlijk nog mens, zoals u en ik? Of vormen Haman en Hitier een aparte categorie?
Ja, ik denk dat dát vaak onze manier is om hiermee om te gaan: mensen die zulke dingen doen: die stoppen we in een apart hokje; die zijn totaal en finaal anders dan wij. Wij zouden zoiets nooit doen... God geve het...
De Almachtige moge ons ervoor bewaren ooit zulke vreselijke dingen te doen.
Maar weten we 't zéker? Dat er in ons niet net zo'n beest schuilt? En dat wij op eigen kracht dat gloeiende beest van de haat eronder kunnen houden? Hebben we daar niet elke dag de genade van God voor nodig? Moeten ook wij niet iedere dag naar de troon der genade om onze Heer en Heiland te vragen ons te bewaren voor het openbarsten van de beerput van óns leven?
Individu en groep
Terug naar Ester 3. Let eens op de manier waarop Haman alle Joden schuldig verklaart aan dat wat één Jood, Mordechai, tegen hem doet. Dat is stellig een van de meest opvallende en meest verwerpelijke trekken van dit soort denken, van deze stijl van tegen dingen en tegen mensen aankijken: de fout van één toerekenen aan alle leden van de groep waar die mens uit voortkomt.
Is dat nou echt iets dat wij nooit doen?
Nee, als één Jood gierig is, dan zijn alle Joden vrekken: dat we dát niet mogen zeggen, dat weten we wel. Maar waarom hebben zoveel Christenen er geen enkele moeite mee om wél te zeggen, als één asielzoeker steelt: "Alle asielzoekers zijn dieven"? Daarmee wis je die zo heel belangrijke grens uit tussen de individuele mens en de groep waartoe iemand behoort. En je hoeft mensen dan ook niet meer te beoordelen naar wat zij zélf doen, nee, een verwijzing naar de groep waartoe iemand behoort is voldoende grond voor veroordeling.
Het kan weer gebeuren
Nee, het verschil is niet zo groot als wij misschien wel graag zouden willen.
Zoals de Joden toen hun eigen cultuur hadden, zo hebben de buitenlanders dat vandaag ook. Zoals de Joden naar de synagoge gingen, zo gaan veel buitenlanders vandaag naar de moskee. En het roept nog steeds, ook vandaag, dezelfde emoties op als toen; dezelfde angsten, dezelfde onzekerheden. En dan ook: dezelfde reacties. 'Nederland voor de Nederlanders'; 'eigen volk eerst'; stuur ze allemaal maar terug naar waar ze vandaan komen.
Een eigen Joodse staat, in Polen: goed idee; mooi ver bij ons vandaan.
Ja, wees eerlijk: da's toch het beste voor die mensen? Zijn ze fijn onder elkaar; hebben ze geen last meer van ons - en wij niet van hen..
Nee, natuurlijk gaat Haman niet aan Ahasveros vertellen dat hij de pest heeft aan één man, en dat hij dáárom een heel volk wil uitmoorden; dat kan zelfs Haman niet verkopen. Nee, hij pakt het veel slimmer aan; hij bespeelt die diepe angst die haast ieder mens wel heeft: angst voor dat wat anders is, wat afwijkt; "Koning, ze hebben allerlei rare gewoonten; ze doen dingen die wij zo niet kennen; en ze hebben allerlei afwijkende regels. Nee, 'k heb op zich niks tegen die mensen, hoor, maar ja, ze zijn anders hé?" En het werkt wel! Haman krijgt alle ruimte die hij nodig heeft voor de Endlösung van de Judenfrage. ..'t Is in ons eigen belang, als we krachtige maatregelen nemen! Als we nu niet optreden, zijn we straks een minderheid in ons eigen land!" En altijd wéér werkt het. Want wie zich laat leiden door angst voor dat wat anders is, die zal vroeg of laat ook bereid zijn om daar de consequenties uit te trekken.
Economisch
Nog iets opvallends uit Ester 3: het economische argument dat Haman op laat draven; want, zegt hij: "Koning, dat is een mooie bijkomstigheid, maar mijn plan is nog winstgevend ook. Zou het niet goed zijn", zegt Haman (in de vertaling van de Startbijbel) "schriftelijk bevel te geven dat volk uit te roeien? Dat levert wel driehonderdduizend kilo zilver voor uw schatkist op. Ik zelf zal dat aan uw ambtenaren geven."
Ja, en dan zegt Ahasveros twee verzen verder wel heel royaal: "Ach Haman, dat geld, laat dat maar zitten, dat mag je zelf wel houden" - maar dat is natuurlijk een oosters spel; dat geld, dat zal er kómen ook; de bezittingen van de Joden zullen vervallen aan de staat; koninklijke ambtenaren zullen het nauwgezet registreren; daar zijn tenslotte regels voor; en alles zal volgens de geldende wetten worden uitgevoerd; Ordnung muB sein, dat is duidelijk. Economische motieven: u weet hoe die telkens en telkens weer werden aangevoerd vóór de Tweede Wereldoorlog, als argumenten om tegen de Joden op te treden.
Economische motieven: hoe vaak hoor je ze vandaag niet - "Ze pikken ónze banen in. Zij krijgen een huis, en ik moet nog langer wachten. Ze komen hier alleen maar naar toe om van onze welvaart te profiteren. Dat kan toch niet langer zo? Dat accepteert ons volk toch niet eindeloos? Dan gaan mensen tochop een gegeven moment het recht in eigen hand nemen"!" Nee, nu ga ik niet vertellen dat er vandaag geen problemen zijn rond het toelatingsbeleid, en dat hier geen moeilijke vragen liggen; die zijn er heus wel. Maar mijn diepste schrik bij het lezen van Ester 3 was dat plotselinge besef dat het bij 50 jaar bevrijding nooit alleen kan gaan om wat tóén gebeurd is, maar dat het altijd ook zal gaan over vandaag, over ons, over keuzen die wij op dit moment maken.
Vooroordelen
Want het kan weer gebeuren. Nee, misschien niet met de Joden - die zijn er ook haast niet meer, die komen de meesten van ons niet dagelijks meer tegen; en bovendien weten we nu wel dat antisemitisme verwerpelijk is - maar met andere groepen, die een opvallende minderherid vormen binnen onze samenleving, daar kan het wéér mee gebeuren: als een meerderheid zich laat infekteren door alle mogelijke vooroordelen tegen zo'n minderheid. Een bericht uit de krant, een paar weken geleden; ik las het in het Nederlands Dagblad: In de buurt van Lunteren kwamen op een gegeven moment opeens extra veel inbraken voor. En voor veel mensen stond het gelijk als een paal boven water: zie je wel: dat kwam nou door dat asielzoekerscentrum dat ze daar hadden.
Ja, want je mag het dan wel niet hardop zeggen, maar we weten het toch allemaal: buitenlanders, die zijn natuurlijk niet te vertrouwen. Het vervelende met dit soort ideeën is dat ze nauwelijks te bestrijden zijn; 't zijn namelijk vooroordelen, en daar begin je niet veel tegen, ook niet met argumenten. In Lunteren is de zaak opgelost: groepen criminele jongeren uit met name Ede en Amsterdam, puur Nederlands, blijken de daders te zijn; er was niet één asielzoeker bij betrokken - maar dat zal mensen met vooroordelen niet overtuigen; weant goed: laat het dan ditmaal toevallig eens niét door die buitenlanders komen, maar dat is dan de uitzondering die de regel bevestigt; zeker weten: ze zijn niet te vertrouwen, dat soort mensen! Het kan weer gebeuren..
Toen: brandende synagogen: "Afschuwelijk", zeggen we, "wat is dat erg!"
Vandaag: aanslagen op moskeeën: "Nou ja", zeggen we, "daar hebben ze 't zelf ook wel naar gemaakt, niet? Wat doen ze hier eigenlijk? Laat ze terug gaan naar hun eigen land! Als er te veel van dat soort mensen komen, ja, dan krijg je zulke dingen; dan ontlaadt die spanning zich. En misschien is het dan wel niet goed, maar ik kan het best begrijpenl"
De Islam
Maar, zegt nu iemand, allemaal mooi en aardig, en lief-zijn-voor-elkaar is prachtig, maar is er toch niet juist voor ons als Christenen wel degelijk reden om ons zorgen te maken over de oprukkende Islam? Want het worden er dan toch maar steeds meer; en met alle respect, maar dat is toch echt wel een gevaarl Kerken worden gesloten, maar moskeeën gaan overal open. Waar gaat dat naar toe? Het eind is toch zoek? Nu, ik herhaal nog eens: ik zeg niet dat er geen probleem is, en dat er niks gedaan hoeft te worden; een probleem los je nu eenmaal niet op door het te ontkennen.
Maar pas nou wel goed op; en ken je geschiedenis. Haman vertelde Ahasveros dat de Joden een gevaar waren voor zijn rijk. De nationaal-socialisten mobiliseerden miljoenen mensen door bij hen de angst op te roepen tegen 'de Joodse samenzwering'; het veronderstelde plan van de Joden om de macht in heel de wereld over te nemen. Is het niet diezelfde angst die vandaag opgeroepen wordt als het gaat om buitenlanders? Is die niet van dezelfde orde? Had Ahasveros echt gevaar te duchten van de Joden?
Werden de Edel-Germanen werkelijk bedreigd door 'die jüdische Rasse', het Joodse ras? Worden wij vandaag in onze vrijheid bedreigd door de oprukkende Islam?
Geestelijk
Ja, wij hebben een geding met de Islam; net als we dat trouwens hebben met het Jodendom. Wij hebben een strijd te voeren met de trieste dwaalleer van Mohammed. Maar die strijd zullen we wel op een door en door geestelijke manier moeten beleven. Want het is namelijk een geestelijke strijd, en die zal ook alleen maar geestelijk gestreden kunnen worden.
Wat is de ergste zonde van het antisemitisme?
Dat is, dat daarin die geestelijke, die religieuze dimensie volkomen ontbreekt.
En wanneer die dimensie eenmaal is weggevallen, dan ligt de weg open voor motieven van heel wat minder allooi: het nationale bijvoorbeeld; het etnische, of het economische.
Brandende synagogen, bomaanslagen op moskeeën, racistische grappen, minachtende sneren naar buitenlanders: het heeft niets te maken met die geestelijke strijd die wij in onze tijd te voeren hebben.
Bang zijn?
Moeten wij bang zijn voor de Islam?
Misschien wel. Maar veel en veel bánger nog moeten we zijn voor een kerk die geen kerk meer is; die niet voluit gemeente van Jezus Christus wil zijn; een kerk die zich Christelijk noemt, maar het in feite niet meer is; die alleen nog maar een bordje voor aan de straat heeft hangen, maar de vlag dekt de lading allang niet meer. Een Christendom dat alleen nog bestaat in het overeind houden van een aantal gewoonten, een bepaalde stijl van leven.
Als dát Christelijk moet heten, dan hebben we alle reden om ons zorgen te maken over de Islam. Maar dan hebben we nog veel meer reden ons heel erg zorgen te maken over onszelf!
Nee, voor de moskee hoeven we niet het allerbangst te zijn; maar voor een kerk die geen kerk meer is: daar moeten we vuurbang voor zijn! Want dat is het allergrootste gevaar!
Voer op dat front de strijd; de geestel ijke strijd; en begin dan in je eigen hart.
Omwille van onze vrijheid, waarvoor de hoogste prijs betaald is.