De zaag of de naaimachine?

1995-05-19
  • Jaargang 39
  • nummer 10
Vooraf had een verslaggever van 'Trouw' enkele vragen afgevuurd op Ton Senf, directeur van het ICS. Wat moesten die christenopvoeders nu eigenlijk met dat congres over de positie van man en vrouw bij de opvoeding?
Moest de vrouw weer terug naar het aanrecht? Een knorrig berichtje in de krant van zaterdag 18 maart was het gevolg(1).


'De Volkskrant' had een heuse verslaggever gestuurd. Ze schreef een fors verslag voor de krant van dinsdag 21 maart. De toon van het verslag was enigszins badinerend. "Binnen, in het nietige baptistenkerkje, wacht de christen-soberheid van groentesoep, broodjes ham en kaas en krentebollen.
Aan oubolligheid is evenmin gebrek."
Toch was het opmerkelijk dat 'De Volkskrant' zoveel aandacht besteedde aan een congres van de Vereniging van Christen-Pedagogen en Beroepsopvoeders. Mischien had de vereniging toch een thema te pakken dat niet alleen christenen bezighoudt..

Spanningsveld
"Twee carrières op een kussen en de opvoeding er tussen?" Vooral ouders van jonge gezinnen kennen dat spanningsveld tussen gezinstaken en taken buitenshuis. Het is immers lang niet meer vanzelfsprekend dat de vrouw voor kinderen en huishouden zorgt en de man het inkomen 'binnen brengt'?
Maar kun je én huisvrouw, én buurtbewoner, èn leesmoeder, èn huwelijkspartner, èn lid van een kerkelijke gemeente zijn? Zijn de lasten vaak niet ongelijk verdeeld? En hoe is het met de positie van het kind gesteld? Er moeten dus keuzen gemaakt worden.
Opmerkelijk was een berichtje in een dagblad dat het schoolreisje van een basisschool geen doorgang kon vinden omdat er geen ouders meer als vrijwilliger beschikbaar waren.
Een andere school meldde een tekort aan vrijwilligers voor de overvolle overblijflokalen.
Als vaders en moeders beiden werken, blijft er weinig tijd over voor klaar-overs, schoolreisjes, voorbereiden van feestjes op scholen. Maar dan nóg: wil dat zeggen dat de moeders maar weer thuis moeten 'zitten' en dat de vaders werkweken van 40, 50, 60 uur moeten maken?

Hoe was het vroeger?
Voor wie denkt dat we te maken hebben met hedendaagse problemen kan een duik in de geschiedenis verhelderend werken.
Hoe was het vroeger? De moeders de hele dag thuis en de vaders de hele dag de deur uit? Of is dat een verschijnsel uit de afgelopen periode? Die relativerende duik werd geleverd door drs. Jan Kaldeway uit Houten. Onder het thema 'Wie hanteert de zaag en wi hanteert de naaimachine?' legde Kaldeway uit dat de gezinnen in de vroegere agrarische samenleving helemaal niet zo idyllisch waren. De gezinnen waren niet erg groot; de helft van de kinderen overleed op jonge leeftijd, en er waren veel gebroken gezinnen.
De emotionele band tussen ouders en kinderen was minder sterk dan in onze tijd.
Door de hoge kindersterfte misten kinderen uit gezinnen vaak broertjes en zusjes. Als men zelf getrouwd was, stelde men zich kennelijk emotioneel op een bepaalde manier in op een emotioneel in op een mogelijk afscheid; men hield meer 'afstand'. Kinderen betekenden vooral een investering voor het agrarische bedrijf en een verzekering voor de oude dag. Wat de verdeling van taken betreft: er was nauwelijks sprake van een taakverdeling binnen het gezin: iedereen werkte mee, thuis of op het land. De grenzen tussen gezin en samenleving waren open. Met andere woorden: er was vroeger veel minder sprake van een knus en afgesloten gezin dan we tegenwoordig met onze romantische blik geneigd zijn te denken.
Dat kinderen op een speciale manier aandacht vragen was een 'uitvinding' van Jean Jacques Rousseau. In zijn 'Emile' (1762) legde hij uit dat de moeder een belangrijke rol spelen bij de eerste ervaringen van het kind.

Wie heeft de touwtjes in handen?
Aan de hand van een prachtige foto liet Kaldeway zien hoe het beeld van het gezin voor en na de Tweede Wereldoorlog was. In deze tijd waren de taken duidelijk afgebakend: moeder werkte thuis en vader werkte buitenshuis.
Op de foto kijkt vader op zijn vrije dag pijprokend toe op het schaakspel van zijn zonen; moeder zit wat achteraf verstelwerk te doen.
Bij dit beeld past de visie van A. Janse. Vader is degene die bij de opvoeding zorg draagt voor orde en tucht. Hij is - bij wijze van sprekende koning in huis. Het beeld van de moeder werd door verscheidene auteurs in deze tijd geidealiseerd. "Zij weet het nog als ieder ander het heeft opgegeven."
Kaldeway zette vervolgens de aanwezigen aan het werk. Of de verzamelde 'beroepsopvoeders' iets van dit beeld herkennen. Dat bleek inderdaad bij sommigen het geval. Toch bleek bij de meesten het beeld te bestaan dat de moeder in de praktijk vaak de touwtjes in handen had. De vader bleef in de dagelijkse opvoeding toch wat meer op de achtergrond. Met andere woorden: er bestaat weliswaar in de literatuur uit deze periode een beeld van de taakverdeling in het gezin, maar dat beeld 'uit de boeken' is vermoedelijk niet zo representatief.

De jaren '60 en '70
De jaren '60 en '70 kenmerken zich door een grote mate van verzet tegen iedere vorm van autoriteit. De vader wordt gezien als het symbool van onderdrukkende autoriteit. Weg met het vaderschap! Men moest immers vermijden dat kinderen op zouden groeien tot autoritaire karakters? Hadden de ontwikkelingen in Duitsland (vóór W.O. 11)niet laten zien wat het gevolg was van deze traditionele opvoedingspatronen?
Het idee was dat als deze rolpatronen doorbroken zouden worden, dat dan ook de kinderen zouden veranderen. Er zou dan een heel andere generatie opgroeien.
Vanaf nu liepen vaders achter de kinderwagen en gingen moeders buitenshuis werken. Of - beter gezegd - beiden hadden gelijke taken binnenhuis en buitenshuis. Men spreekt in dit verband van symmetrisch ouderschap.
Ook mochten meisjes niet meer als meisje worden opgevoed en jongens niet meer als jongen. Beiden moesten dezelfde opvoeding en dezelfde mogelijkheden krijgen. Bovendien was het beter als kinderen met meerdere opvoeders te maken zouden hebben. Dat ideaal bereikte men o.a. in communes en door het oprichten van crèches.
Ouders moesten hun kind niet als bezit zien en er niet zo exclusief mee omgaan.

Het taboe doorbroken
Het was in de jaren '70 en '80 taboe om te wijzen op verschillen tussen vaders en moeders. En wee je gebeente als je het beter vond om je kind niet naar de peuterspeelzaal te brengen.
Dat taboe wordt- aldus Kaldewayde laatste tijd doorbroken. Er verschijnen bijdragen over de bezwaren van de peuterspeelzaal. En de strips in o.a. De Volkskrant en Trouw laten op dit punt ook geen misverstand bestaan.
Het was dus niet helemaal toevallig dat uw verslaggegever in de trein een bijdrage uit de HPlDe Tijd zat te lezen met als intrigerende boodschap dat vaders weer strenger mogen optreden. En de moeders dan?
ben je geneigd je af te vragen. Zouden er dan toch verschi Ilen tussen vaders en moeders bestaan?
Kaldeway citeerde in verband met verschillen tussen vaders en moeders uit een boek van Christien Brinkgreve (De vrouwen het badwater, 1992). Zij wijst erop dat de werkende moeders eenzijdig de lasten van de emancipatie op de schouders dragen. Ze hebben te maken met een overgereguleerd bestaan, waarin geen tijd is voor mijmering of spontaneïteit. Vooral de moeders hebben te maken met een dubbele belasting: buitenshuis werken en binnenshuis zorgen. Dit alles leidt tot een onderdrukking van de wezenlijke behoeften van de vrouw.
Opmerkelijk is dat Christien Brinkgreven zich in dit verband ook keert tegen volledige dagopvang voor kinderen.
Deze keuze zou namelijk suggereren dat de zorg voor kinderen zomaar kan worden overgenomen door beroepskrachten.
Dit is een miskenning van de specifieke moederlijke eigenschappen.
Volgens Brinkgreven spelen niet emancipatorische, maar zuiver economische motieven een rol voor de keus voor kinderopvang buiten het gezin.
Hoe het ook zij: typerend voor onze tijd is, dat er weer ruimte is gekomen voor het accentueren van de specifiek mannelijke en vrouwelijke rollen.

Taakverdeling en de Bijbel
Geeft de Bijbel duidelijke richtlijnen t.a.v. taken in het gezin? Kaldeway ziet de taak van de man vooral in de lijn van de overdracht van de traditie, in tuchtoefening en discipline-ring (zie Psalm 78).
De taak van de vrouw is vooral troostend.
"Kan een vrouw haar zuigeling vergeten?"
De profeet Jesaja spreekt namens God: "Zoals een moeder troost, zo zal Ik u troosten."

Toch zijn de verschillen zeer beperkt; het gaat om accent-verschillen. Een vader moet immers ook kunnen troosten, een moeder moet ook kunnen disciplineren. Kaldeway vindt het dan ook niet juist om de taken van mannen en vrouwen, van vaders en moeders in het gezin sterk af te grenzen. Positief in de ontwikkeling van de jaren '90 noemt hij het, dat er weer waardering groeit voor het eigen van de taken van man en vrouw. Vader en moeder zijn verschillend, ze vullen elkaar aan, maar voeden ook samen op. Eigenheid in verscheidenheid dus.

Noot:
1 N.a.v. het congres 'Twee carrières op èèn kussen en de opvoeding ertussen?' Dit was de titel van het 7e congres van de Vereniging van Christen-Pedagogen en Beroepsopvoeders VCPB. Het congres werd gehouden in Utrecht op 18 maart 1995. In komende nummers van 'Opbouw' volgt een samenvatting van enkele andere lezingen tijdens dit congres De tekst van de lezingen wordt volledig opgenomen in het verenigingsorgaan 'Traject'.
Adres VCPB p/a Christelijk Studiecentrum ICS, Nieuwe Zijdsvoorburgwal 96-1, 1012 SG AMSTERDAM, (020) - 6257141

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief