Het kind in de kerk
1995-05-19
De laatste jaren ontstaat in onze kerken steeds meer belangstelling voor de kinderen. Zoveel dat je van de weeromstuit volwassenen hoort zuchten dat zij niet meer aan bod komen.- Jaargang 39
- nummer 10
Hiermee is de kern van het probleem meteen weergegeven. Volwassenen tegenover kinderen, 'zij' en 'wij'.
Toen ik klein was deed men in de kerk net of er geen kinderen waren. De preken duurden ellenlang en als ouder was je blij als je kind zo netjes was om in slaap te vallen. Wij zaten helemaal op de achterste bank want dan hadden de anderen geen 'last' van ons gedraai.
De dominee was in die kerk in Kampen zo veraf dat ik hem niet herkende als ik hem in het echt tegenkwam.
Toch was men in die tijd heilig overtuigd van het 'nut' om kinderen te leren luisteren.
Bij mij zorgde het er alleen maar voor dat ik vanaf mijn vroegste jeugd een afkeer ontwikkelde van twee keer naar de kerk gaan. Als één keer al zwaar was, was het dat helemaal wanneer je er 's middags nog eens aan onderworpen werd.
De eerste keer dat ik het idee had dat ik voor 'mezelf' in de kerk zat was toen ik dominee Stolk een preek hoorde houden die echt op jongeren was gericht.
Ik was toen een jaar of 15.
"Hé", dacht ik, "hij bedoelt mij." Dat moment ben ik nooit vergeten. Toen ik opgroeide was ik ervan overtuigd dat je veel moest 'overhebben' voor je geloof. Je moest van een aantal dingen afzien die leuk leken en in de kerk was het nooit leuk maar dat moest blijkbaar ook want dan kon God goed zien wat je allemaal voor Hem over had.
Het kinderkerstfeest was één van de eerste veranderingen die ik me herinner.
Zelf was ik er toen al te oud voor.
Mijn zusje, die een stuk jonger is dan ik, heeft het wel meegemaakt. Mijn moeder ging er dan met haar naar toe.
Ik zuchtte opgelucht, daar hoefde ik tenminste niet heen.
Later, toen ik zelf mede de kinderkerstfeesten organiseerde, stoorde deze houding mij enorm en realiseerde ik me hoe laatdunkend ikzelf vroeger en ook veel volwassenen nu, naar kinderen en kindervieringen kijken.
Ik ken mensen die niet naar de kerk gaan als er speciaal iets voor de jeugd gedaan wordt. Want "daar hebben ze toch niets aan". De hoogmoed' Helaas is het in de praktijk zo dat we, om de kinderen te bereiken, vormen nodig hebben in onze diensten die de ki nderen afzonderen van de hele of gedeeltelijke kerkdienst. Er zijn heel veel ideeën over de voor- en nadelen daarvan.
Zelf heb ik een tijdje geleden een pleidooi gehouden voor de kindernevendienst.
Dit pleidooi is gebaseerd op de praktijk van de Gereformeerde eredienst zoals ik die ken.
Nu heb ik een boek gelezen (dat alweer een jaar of vijf oud is maar nog niet aan actualiteit heeft ingeboet) over de mogelijkheden van preken met kinderen in de dienst en dat spreekt mij zeer aan.
Wel werd mij duidelijk dat, wil deze vorm in onze kerken ingang vinden, hetgeen ik vurig hoop, er heel wat zal moeten veranderen aan de vorm en inhoud van de liturgie zoals wij die nu kennen en dat zal veel tijd en gewenning kosten.
Het boek dat ik noemde heet 'Voor het preken de kerk uit' en is geschreven door Wim Jansen. Deze man is zowel onderwijzer als theoloog en heeft veel ervaringen in het pastoraat. Zijn afstu deeronderwerp gaat over het preken voor en met kinderen en dat heeft hij uitgewerkt in dit boek.
Het leuke is dat het boek zowel een theoretisch als een praktisch gedeelte bevat zodat je ook kunt lezen hoe hij zijn ideeën uitwerkt. Een must voor iedereen die serieus met kinderen én volwassenen bezig wil zijn binnen de kerkdienst, of dat nu een predikant of een 'leek' is. Want dat is waar het bij hem om draait en waar ik zelf dit stukje mee begon: in de gemeente is het nog teveel 'zij' en 'wij'. Het gaat om de integratie binnen de liturgie van kinderen en volwassenen, zieken en gezonden, bedroefden en vreugdevollen.
Hij laat zien dat je zo kunt preken dat het voor de kinderen spannend en interessant is en toch zodanig van inhoud dat het door de volwassenen niet als kinderachtig wordt ervaren.
Daarbij is het wel zaak dat de bestaande vormen zoals wij die gewend zijn voor een deel losgelaten moeten worden. De preek staat niet meer op eenzame hoogte binnen de liturgie maar wordt meer een onderdeel van de hele dienst, van de viering in zijn geheel. Wat heerlijk, denk ik als ik het lees. Nergens in de Bijbel staat tenslotte dat wij onze diensten moeten inrichten zoals we dat nu gewend zijn.
Het zijn allemaal vormen die in de loop der eeuwen gegroeid zijn en nu aan een nieuw jasje toe zijn. In onze eigen gemeente hebben wij al speciale gezinsdiensten waarin die nieuwe vormen zichtbaar worden. Op die manier kunnen ook de mensen die wat meer moeite met veranderingen hebben er langzaam aan wennen.