Marginaal?
1995-05-19
Dalend ledental - Jaargang 39
- nummer 10
In het jaaroverzicht uit het jaarboek van de Gereformeerde Kerken in Nederland schrijft drs. A. Hekman over de daling van het ledental in deze kerken. Sinds 1980 gaan deze kerken wat het ledental betreft achteruit met een gemiddelde van 9000 per jaar. Tot 1980 bedroeg dit gemiddelde 2000 leden. Sinds 1975 is er een daling van het aantal doopleden van 22,2 procent.
Als het om belijdende leden gaat is er sindsdien een daling van 7,65 procent.
De getallen spreken voor zichzelf.
In tegenstelling tot de Gereformeerde Kerken (vrijgemaakt) en de Ned. Gereformeerde Kerken, die elk een groei in ledental vertoonden, gaan deze kerken steeds verder achteruit.
We dienen daarbij rekening te houden met allerlei factoren die niet rechtstreeks het kerkelijke leven raken. De achteruitgang hangt zonder meer samen met maatschappelijke ontwikkelingen.
Maar zij houdt ook verband met de koers die een kerk vaart. In het midden van de jaren zeventig vond de omslag plaats. We menen dat zij mede toe te schrijven is aan een minder duidelijke confessionele opstelling. Ze raakt rechtstreeks de prediking van het evangelie. De kerk trad niet meer op als de krachtige evangel ischinspirerende bron, vanwaaruit de krachten van het evangelie in politiek en maatschappij worden geactiveerd.
Zij ging in vele opzichten zichzelf stellen op de plaats van politiek en maatschappij.
Het verval van culturele en sociale structuren heeft de kerk tevergeefs trachten op te vangen door zichzelf daarvoor te substitueren. Dat is mislukt.
Klim op een hoge berg
De enige reden die aan het bestaan van de kerk in deze wereld grond geeft is de prediking van het evangelie. "Zie hier is uw God." Waar die boodschap verwatert en het klare evangelie wordt aangelengd met wijsgerige, politieke, sociale, psychologische motieven, daar is de achteruitgang reeds begonnen.
Een slinkend ledental is niet het eerste.
Aan het begin staat de ontrouw ten opzichte van het evangelie, de ontrouw aan de zoekende liefde van God ten opzichte van verloren zondaren, de ontrouw aan het kruis. We mogen niet vergeten, dat er ook binnen de Gereformeerde Kerken talloos velen zijn, die in trouw aan Gods Woord en aan de belijdenis willen leven: leden en gemeenten. Maar ze zijn grotendeels uitgeschakeld en ze tellen niet meer mee. Ze behoren bij een tijd die voorbij is gegaan. Hun pogingen om op een juiste manier binnen de Samen op Weg-beweging contact te zoeken met de confessionelen in de Hervormde Kerk zijn mat en missen de inspiratie. Men moet vrezen dat hun overgang naar de Hervormde Kerk (want dat is het in wezen), de verdwijning inluidt van een voorheen sterk gereformeerd leven.
We schrijven deze dingen met pijn in het hart. Het betreft immers onze eigen zaak. In vele opzichten herkennen wij ook onder ons motieven en bewegingen die niet nader voeren tot het evangelie, maar ervan afleiden. De prediking verschraalt. De kern van de confessie klinkt minder en minder door. Ook onder ons is de verlating begonnen, niet met een dalend ledental, maar hier en daar met een zekere nonchalante houding ten opzichte van Woord en prediking. Kerkverlating is slechts symptoom. "Zij hebben Mij verlaten." Dat was het begin en het beginsel.
Dit stuk knipten wij uit 'De Wekker'.
Het werd geschreven door de bekende Prof.Dr. W. van 't Spijker. De daling van het ledental in de gereformeerde kerken baart zorg. Blijkbaar wordt ze niet gekeerd door het Samen op Wegproces.
Dat proces nadert nog steeds niet zijn voltooiing. Dat achten velen een betreurenswaardige zaak. Het trieste feit doet zich voor, dat door een hervormde predikant het plan is geopperd voorlopig desnoods een vierde kerk eraan toe te voegen als de stagnatie in genoemd proces niet wordt opgeheven. Dat vierde kerk verband zou dan moeten worden gevormd door de bestaande SoW-gemeenten. Op de linkervleugel wordt ook gespeeld met de gedachte van een nieuw kerkgenootschap.
De voorzitter van de vrijzinnige Zwinglibond is van mening, dat de vrijzinnigen samen met de remonstranten en de doopsgezinden en andere geloofsgemeenschappen een aparte kerk moeten stichten als tegenwicht tegen "de orthodoxe Verenigde Protestantse Kerk, die eraan komt".
Op weg naar een bepaalde kerkelijke eenheid dreigt de kerkelijke verdeeldheid toe te nemen. Dat betekent dus een averechts effect! Als nu de kerken binnen de kleine oecumene zich door bovengenoemde ontwikkeling maar niet laten ontmoedigen in het serieuze streven naar een federatie. Waar God in dat kader kansen geeft, moeten wij die grijpen. Het kan nog. Maar we moeten er niet vanuit gaan, dat we daarvoor nog veel tijd hebben. Onze geloofshouding moet ook in dat opzicht bepaald worden door de verwachting van Christus' komst op de jongste dag!