Grote meerderheid van LV voor openstelling diakenambt

1995-06-02
  • Jaargang 39
  • nummer 11
In sommige Nederlands Gereformeerde kerken zijn ze al niet meer weg te denken, andere kerken wachten op het sein 'veilig' vanaf landelijk niveau en een derde groep moet er niet aan denken: De vrouw in het diakenambt. Toch is het nu zover. De voortgezette Landelijke Vergadering besloot 20 mei jl. met 73 stemmen vóór, 11 (Bunschoten-Spakenburg, Enschede-Noord, Neede, Nijverdal, Urk, Wapenveld, Wezep, Wieringermeer, Zaandam, Zalk-Veecaten en Zwolle-I) tegen en drie onthoudingen dat kerken de vrijheid hebben een vrouw als diaken aan te stellen. Behalve tevredenheid was er ook zorg om de toekomst.

"Een triomf voor de theologie", meent ds. J.J. Van Es uit Urk achteraf.
Aan het begin van de dag liet hij de vergadering weten waar het volgens hem om ging: "We kunnen vandaag niet anders tot een besluit komen dan met de sleutel van het functioneel bijbellezen".
Er werd "in broederlijkheid" kennis van genomen om uiteindelijk toch de sleutel in het slot te steken en de deur te openen.

Gevoelens
Die sleutel werd eigenlijk vorig jaar al opgepakt. Even een korte terugblik: Op 11juni 1994 kwam het eindrapport van de commissie Openstelling diakenambt voor de zusters der gemeente voor het eerst op tafel.
Toen al bleek de meerderheid positief te staan tegenover het idee van de vrouw als diaken.
Dat werd pas goed duidelijk op 8 oktober.
De LV vergaderde wederom over dit onderwerp.
Het moderamen kwam met een voorlopig voorstel, mede gebaseerd op het rapport van de commissie. Twee van de 44 afgevaardigden stemden toen tegen. Besloten werd dat in het voorjaar van 1995 alle kerken zich hierover nog eens zouden uitspreken, om zo tot een definitief besluit te komen.
Uiteindelijk werd de tekst slechts op een aantal kleine punten gewijzigd.
Het moderamen onder aanvoering van dhr. P.W. Blokland waakte in Utrecht voor een herhaling van zetten. De feitelijke discussie was immers al gevoerd.
Een aantal voorstellen van onder andere Urk werd daarom (eveneens 'in broederlijkheid') terzijde gelegd, omdat de zaak afgehandeld diende te worden (met verwijzing naar artikel 38 "van ons onvolprezen AKS", lid 2).
Nieuwe voorstellen die al dan niet tot een totaal ander besluitsvoorstel leidden, konden daaraan geen bijdrage meer leveren.
Volgens voorzitter Blokland deed dit de gevoelens van de gemeenten niet tekort: "Alle zusterkerken hebben er kennis van kunnen nemen en de afgevaardigde kan hier alsnog een toelichting geven".

Taalkundig probleem
Ondanks het feit dat de overgrote meerderheid instemde met de openstelling van het diakenambt voor vrouwen, waren er ook verontruste geluiden te horen.
Een aantal kerken gaf aan zich zorgen te maken over de positie van de tegenstanders.
"We maken ons zorgen over de gemeenten die stellig overtuigd zijn van de onjuistheid van het besluit. Houden we hen vast?" zo vroeg ds. W.M. van der Vegt uit Maastricht zich af.
Van Es sprong in de bres voor veel gemeenteleden die de afgelopen tijd volgens hem hebben gezwegen: "Ik spreek uit wat in de wandelgangen wordt gehoord en nooit hardop wordt gezegd in vergaderingen als deze.
Onderschat niet de teleurstelling van de broeders en zusters die bezorgd zijn.
Die dit niet hebben uitgesproken, omdat ze vermoeid zijn en niet goed weten hoe ze zich hiertegen moeten wapenen".
Diverse aanwezigen spraken ook hun ongerustheid uit over de toekomst en een eventuele openstelling van andere ambten voor vrouwen.
Al was het niet altijd even duidelijk waar hier het motief lag. Zo bleek een disussie over een ogenschijnlijk taalkundig probleem, uiteindelijk een veel diepere betekenis te hebben.
In een amendement stelde Wapenveld voor dat het onderscheid tussen de positie van de vrouwen man op bestuurlijk-rechterlijk vlak betekenis heeft voor bijvoorbeeld de openstelling van het ambt van ouderling voor vrouwen.
In de voorlopige besluittekst werd gesproken van 'kan hebben'.
Wapenveld, daarbij gesteund door Bunschoten-Spakenburg, zag het liefst een bondige formulering.
Argument: Als het onderscheid geen betekenis 'heeft', begeven we ons op een hellend vlak.
Met woorden als 'kan' en 'zou kunnen hebben' is niet duidelijk of het nu wel of geen betrekking heeft op het ambt van ouderling.
Na een uitgebreide discussie besloot men uiteindelijk het maar te laten staan, zoals het moderamen dit eerder geformuleerd had.

Niet irreëel
Angst voor de toekomst bleef. Sommige aanwezigen zagen achter de nog gesloten deur niet alleen de vrouwelijk diaken.
Eenmaal afglijdend zou ook spoedig de discussie over de vrouw als ouderling of als predikant losbarsten, zo meenden ze.
En die ongerustheid bleek niet eens zo irreëel.
De zaal werd niet alleen bevolkt door mannelijke ambtsdragers, maar hier en daar kon ook een vrouw worden ontwaard.
Mevrouw C. Knol uit Oegstgeest bijvoorbeeld.
Ze zit inmiddels in haar derde ambtsjaar als ouderling.
Diakenen als vrouw kennen ze in Oegstgeest al sinds 1979.
Ook de discussie over vrouwelijke ouderlingen verliep hier uitzonderlijk vlot en momenteel kent de gemeente drie vrouwen die een ambt vervullen.
Dat gaat prima, vertelt mevrouw Knol.
"Er zijn wel gemeenteleden die er moeite mee hebben en daar ga je dan niet als vrouwelijke ouderling op bezoek.
Dat doet dan een ander."
De vrouwelijke ouderling uit Oegstgest toont begrip voor het standpunt van ds. Van Es en anderen: "'t Was goed dat hij zei waar voor hem het probleem ligt.
Ja, wij zijn natuurlijk wel illustratief voor zijn angst (voor de vrouwelijke ouderling als eerstvolgend agendapunt - MB) Maar, wat Blokland ook aangaf, het ligt nog open. De vrouw als ouderling is een heel nieuwe discussie voor de Nederlands Gereformeerde kerken."
Voorzitter Blokland maakte voor EOradio zaterdagavond nog eens duidelijk dat het nu genomen besluit niet zomaar doorgetrokken kan worden naar onderwerpen als openstelling van ambten van ouderling en predikant.
Volgens hem gaat het hier om een hele nieuwe discussie, waar ook weer zorgvuldig mee om moet worden gegaan.

BESLUIT inzake de openstelling van het diakenambt voor de zusters der gemeente.
De Landelijke Vergadering Apeldoorn 1994 - 1995 der Nederlands Gereformeerde Kerken, in voortgezette zitting bijeen te Utrecht op 20 mei 1995, kennis genomen hebbende van het Eindrapport (met bijlagen) van de commissie 'openstelling diakenambt voor de zusters der gemeente', gemaakt in opdracht van de Landelijke Vergadering te Dronten 1988,
I overwegende
a. met betrekking tot de diensten of ambten dat:
1. - uit de Schrift blijkt dat de dienst der barmhartigheid naast en in verbondenheid met de dienst van het Woord in de gemeente van Christus zijn plaats ontvangen heeft (Handelingen 6:1-6),
2. - diakenen door de Here zijn geroepen en in de gemeente zijn aangesteld ten behoeve van de dienst der barmhartigheid en zij als zodanig een eigen ambt hebben met een eigen geheel van werkzaamheden en een eigen ambtelijke verantwoordelijkheid,
3. - diakenen in de dienst der barmhartigheid met de ouderlingen in de dienst van het Woord en het opzicht gezamenlijk de verantwoordelijkheid dragen voor het functioneren van Christus' gemeente,
b. met betrekking tot de gaven en posities dat:
1. - blijkens verschillende plaatsen in de Schrift vrouwen leidende posities hebben ingenomen, in zelfstandigheid hebben gehandeld, initiatieven hebben genomen, hebben geprofeteerd en in de prediking van het evangelie en het geven van onderricht hebben meegewerkt (Spreuken 31:10-31, 2 Koningen 4:8-37, Filippenzen 4:3, 1 Corinthe 11:5, Handelingen 18:26),
2. - uit vergelijking van deze Schriftplaatsen met teksten als 1 Corinthe 11:3-15, Efeze 5:22-24,1 Corinthe 14:34-35 en 1 Timotheüs 2:11-15 kan worden afgeleid dat de laatstgenoemde teksten niet zonder meer in alle situaties en omstandigheden kunnen worden toegepast, zonder dat dit overigens betekent dat de genoemde teksten als tijdgebonden en achterhaald moeten worden beschouwd,
c. met betrekking tot de ambten en het onderscheid in positie dat:
1. - in de Schrift op bestuurlijk-rechterlijk vlak onderscheid wordt gemaakt tussen de positie van de vrouw enerzijds en die van de man anderzijds, welk onderscheid betekenis kan hebben voor bijvoorbeeld de openstelling van het ambt van ouderling voor de zusters der gemeente, terwijl daarnaast evenzeer blijkt dat vrouwen in de gemeente van Christus een grote rol hebben gespeeld,
2. - niet uit de Schrift kan worden afgeleid dat de Here het vervullen van het ambt van diaken door zusters der gemeente uitdrukkelijk verbiedt,
d. met betrekking tot de kerkelijke vrijheid dat:
1. - met een verschil in gevoelen over de openstelling van het diakenambt voor zusters der gemeente noch de eerbiediging van het gezag van de Schrift noch de trouw aan de confessie op zich in geding is,
2. - het als een zaak van kerkelijke vrijheid is aan te merken als een plaatselijke gemeente een zuster der gemeente tot het diakenambt roept,
besluit: het in de vrijheid der kerken te laten om onder biddend opzien tot de Here en in ootmoedige dankbaarheid voor de geschonken gaven zusters der gemeente te roepen tot de vervulling van het diakenambt.
II overwegende dat:
1. - er binnen sommige Nederlands Gereformeerde kerken ernstige bezwaren leven tegen de openstelling van het diakenambt voor zusters der gemeente,
2. - de kerken hebben verklaard te begeren ook in de inrichting van het kerkelijk leven als één in Christus naar buiten op te treden en elkaar hebben beloofd eendrachtig samen te werken en niet over elkaar te heersen, maar geduld met elkaar te hebben,
besluit: de kerken op te roepen om in deze aangelegenheid niet over elkaar te heersen, maar aan elkaar ruimte te geven, met elkaars gevoelen rekening te houden en elkaar in Christus te blijven aanvaarden en vast te houden.
III overwegende dat:
1. - niet alleen binnen de eigen kerkgemeenschap, maar ook in de relatie met de kerken waarmede de Nederlands Gereformeerde kerken contacten onderhouden, over de openstelling van het diakenambt voor de zusters der gemeente verschil in gevoelen bestaat, waardoor de contacten met deze kerken door dit besluit tot openstelling kunnen worden bemoeilijkt,
2. - de Nederlands Gereformeerde kerken met deze kerken in gesprek wensen te zijn en te blijven in het verlangen reeds hier en nu aan de eenheid in Christus daadwerkelijk gestalte te geven,
besluit: dit besluit tot openstelling aan de andere kerken toe te zenden met het verzoek het in een geest van welwillendheid en broederlijk vertrouwen te ontvangen en hun te vragen om bij verschil in inzicht samen met de Nederlands Gereformeerde kerken te blijven zoeken naar de wil van God in het vertrouwen dat Hij op zijn tijd de weg duidelijk zal maken.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief